Het studiehuis vormt een virtuele werkelijkheid

Het studiehuis doet zijn intrede in het voortgezet onderwijs. Dat houdt in dat het accent verschuift van het opdoen van kennis naar het verwerven van vaardigheid. Willem Smit vindt dit een heilloze ontwikkeling. Vaardigheden zijn alleen te verwerven op basis van kennis. Het onderwijs had nooit in handen van procesmanagers mogen vallen.

Als een microkosmos van de samenleving is het onderwijs permanent in beweging. Geholpen door een zorgeloos geheugenverlies zoekt elke generatie naar de steen der wijzen. Anno nu is er het studiehuis. Op de gevel prijkt: 'al doende leert men'. Het studiehuis is helaas geen nieuwe kleuterschool, het zal het onderwijs in de laatste twee jaar van Havo en VWO grondig veranderen.

Het traditionele onderwijsaanbod met behulp van een boek en de uitleg van een docent, schaft het studiehuis voor minstens de helft af. In plaats daarvan gaat de leerling taken uitvoeren en problemen oplossen. De docent als lesboer treedt terug, hij wordt consulent. Omdat er onvoldoende tijd is om iedereen bij alles te begeleiden, moet de leerling zelf, veel meer dan vroeger, leeractiviteiten ontplooien. Hij zoekt bijvoorbeeld de kennis op die nodig is voor de oplossing van een probleem. Langs de weg van de zelfwerkzaamheid zullen de leerlingen de inhoud en de principes van een vakgebied, al doende zelf construeren. Dat is in het begin nog moeilijk, maar het zal lukken - aldus de studiehuislobby - als hij eenmaal een aantal algemene leer- en studievaardigheden beheerst: in dit geval ondermeer bibliotheekgebruik, internetten en de 'zevensprong': een algemene strategie voor het oplossen van problemen.

Het bovenstaande wekt de schijn dat wat in het studiehuis aan kennis rouleert, niet veel anders is dan vroeger. Het lijkt erop dat het vooral de werkwijze is die verandert: leren wordt zelf doen.

Men vergist zich echter deerlijk als men denkt dat het studiehuis alleen een extra dosis zelfwerkzaamheid wil bieden, een welkome afwisseling in onderwijs dat in meerderheid uit traditionele kennisoverdracht blijft bestaan. Men wil iets heel anders: vakkennis is voortaan een bijproduct van zelfwerkzaamheid.

Op het eerste gezicht klinkt dat goed, maar helaas niet op het tweede. Ook deze steen der wijzen bestaat niet. Onweerlegbaar laat oud en nieuw leerpsychologisch onderzoek zien, dat onderwijs in algemene vaardigheden geen vaardige leerlingen oplevert. Daarvoor blijken die leerlingen nu juist kennis nodig te hebben, hoe paradoxaal dat ook klinkt. Hoe meer je weet, hoe meer je - misschien - kunt, daar komt het op neer. Het is jammer, maar de leerling zal eerst over schoolse kennis moeten beschikken voordat van welke vaardigheid dan ook sprake kan zijn.

Omdat het bovendien zeer inefficiënt is een kennisbestand op te bouwen door een reeks problemen op te lossen, kun je de afloop voorspellen. Het studiehuis levert leerlingen op die niet vaardig zijn en nog minder weten.

Nu heeft niet iedereen belangstelling voor de leerpsychologie en de studiehuislobby zeker niet. Maar dan kan men z'n licht opsteken bij de praktijkervaring die met probleemgestuurd onderwijs en ervaringsleren in zeer ruime mate is opgedaan. In de VS was van 1915 tot 1955 het onderwijs aan leerlingen tot achttien jaar als één groot studiehuis ingericht. De opkomst en neergang van de werken van de toenmalige drijvende kracht erachter, de Progressive Movement, is zeer goed gedocumenteerd. Maar ook van lessen uit het verleden neemt de lobby geen kennis. Ze laten echter geen ruimte voor twijfel, dit soort onderwijs kan haar pretenties niet waarmaken, ook niet als je over gedreven docenten beschikt.

Het gedachtegoed van het studiehuis bevat een 'slogantheorie' over zelfstandig leren door zelf doen, die tegen onderzoek geen stand houdt. Voor de rest legitimeert men zich door voortdurend op enige gebreken van het bestaande onderwijs te pauken. In schril contrast met deze 'traditionele' ellende belooft het studiehuis gratis gouden bergen: de nieuwe leerling die dankzij de algemene vaardigheden zelfstandig en vaardig is en dankzij de zelfwerkzaamheid actief en gemotiveerd. Het 'lage' rendement van de vervolgopleidingen is vervolgens verleden tijd en de bedrijven beschikken daarna over de flexibele werkers die zij in het derde millennium nodig hebben. Tot zover niets nieuws. Het studiehuis hoort duidelijk bij de traditionele onderwijsvernieuwingen. Wel nieuw is het volgende aspect - het studiehuis is door procesmanagers gebouwd.

De sterke groei van beheer en bestuur op steeds meer organisatieniveaus heeft geleid tot een toename van het aantal procesmanagers. Anders dan managers negeren procesmanagers doelbewust en per definitie de inhoudelijke kant van problemen. Daarom is inzake het studiehuis aan docenten niets gevraagd en gaat een minister - als hij of zij een procesmanager is - na vier jaar naar een ander departement. De procesmanager organiseert en bestuurt virtueel, met behulp van een paar steekwoorden en liefst vanaf het 'naasthogere' niveau. Problemen lost hij op met reorganisaties en door wat aan de beeldvorming te doen.

Het onderwijsbeleid in Nederland is volledig in handen van procesmanagers. De belangrijkste steekwoorden van dat beleid zijn op dit moment rendement en kwaliteit. Het laatste begrip staat voor zelfstandig en actief leren. Naar een inhoudelijk verband tussen deze termen, nochtans de pijlers van het studiehuis, kan men lang zoeken. Het ontbreekt. Hieraan herkent men de procesmanager.

De departementale instelling die is belast met het stimuleren en begeleiden van de invoering van het studiehuis is het PMVO (Procesmanagement Voortgezet Onderwijs). De website van deze club, die van praten een beroep en van opinies feiten maakt, biedt een goed uitzicht op haar fletse virtuele werkelijkheid (www.pmvo.nl). 'Als we ervan uitgaan dat ieder mens recht heeft op een optimale ontplooiing, dan kan het onderwijs niet voorbij gaan aan verschillen tussen mensen. Ieder mens heeft zijn sterke en minder sterke kanten. [...] De een is erg op zichzelf, de ander functioneert beter in groepen. We moeten [...] daar zoveel mogelijk recht aan doen, opdat een ieder daarmee zijn voordeel kan doen. Leerstijlen blijken veranderbaar.'

De vice-voorzitter van het PMVO liet ons weten (NRC Handelsblad, 11 juli), dat zij bij beslissingen chakra's en astrologen als sturingsinstrumenten gebruikt. In welke staat van ontbinding verkeert het onderwijs als prietpraat er de vernieuwingen stuurt? Hoe het studiehuis er over tien jaar uit zal zien is niet te voorspellen. Een rijke samenleving die drijft op wetenschap, technologie en vakmanschap, kan zich deze luxe onzin wel permitteren. De vraag is: hoe lang?

Vroeg of laat zal de wal van de ervaring het schip met gebakken lucht keren. Onze samenleving kan diepgang niet missen. De vakgroepen, hoogleraren en docenten in het wetenschappelijke onderwijs zijn overigens gewaarschuwd. Hun beurt komt nog.