Gergjev Festival in Rotterdam begonnen met sterke uitvoering van Manon Lescaut; Emotioneel pathos met maat en nuance

Voorstelling: Manon Lescaut van G. Puccini door Rotterdams Philh. Orkest en Nationale Reisopera o.l.v. Valery Gergjev (25/9 : Niksa Bareza) Decor: Stefan Heinrichs; kostuums: Susana Mendoza; regie: Jean-Louis Cabané. Gezien: 16/9 Rotterdamse Schouwburg. Herhalingen: 19, 22, 25, 28/9.

Valery Gergjev begon zijn derde Rotterdamse Gergjev Festival gisteravond met een sterke uitvoering van Puccini's opera Manon Lescaut in de Rotterdamse Schouwburg. De productie door de Nationale Reisopera van het hier zelden vertoonde werk uit 1893 was meteen maximaal exemplarisch voor het festivalthema 'tragische liefde', dat tot en met 25 september wordt belicht in tal van concerten met kamermuziek en symfonisch repertoire.

'Tragische liefde', bijna onverbrekelijk verbonden met de dood, is als thema eigenlijk nauwelijks exclusief, want een groot deel van het muziek- en operarepertoire is er onder te brengen. Aanvankelijk zou Gergjev Wagners Tristan und Isolde hebben gedirigeerd, maar evengoed had de keus kunnen vallen op Verdi's La traviata (1853). Daarin is 'tragische liefde' gecombineerd met 'dodelijke ziekte' en Puccini deed veertig jaar later hetzelfde in Manon Lescaut en vervolgens nog eens in La bohème. Al die 'veristische' opera's spelen in Parijs, de broedplaats van het 'realisme' in de literatuur.

Manon Lescaut is het verhaal van een jonge vrouw die op weg naar het klooster wordt ontvoerd door haar plotselinge minnaar Des Grieux. Net zoals in La traviata en La bohème houdt de echte liefde niet lang stand. Manon wordt de maintenée van de rijke Geronte. Als hij haar met Des Grieux betrapt, neemt hij wraak: ze wordt veroordeeld en verbannen naar Louisiana. Des Grieux gaat met haar mee en terwijl hij in de woestijn zoekt naar water sterft ze aan koorts. In haar hartverscheurende slotaria Sola, perduta, abandonata ('Alleen, verloren, verlaten') vat ze haar tragiek samen en ze sterft gelouterd: 'Mijn zonden zullen worden vergeven, mijn liefde zal nooit sterven.'

Regisseur Jean-Louis Cabané brengt de opera visueel als een rijk uitgevoerd kostuumstuk in een trappen-decor dat herinnert aan de uitvoering van Strauss' Salome, waarmee vorig jaar het Gergjev Festival werd geopend. Cabané leidde toen de herinstudering van de enscenering van Willy Decker.

De voorstelling lijkt verder gebaseerd op een herleving van de 19de-eeuwse vileine karikaturen van de tekenaar Daumier, gecombineerd met de pathetiek van de schilder Géricault. De scène waarin de wanhopige verbannen vrouwen in de haven van Le Havre op het schip naar Amerika worden gezet, toont die dramatisch naar hun redders uitgestrekte armen van de schipbreukelingen op Géricaults Louvre-schilderij Het vlot van de Medusa.

Het knappe van Cabané is dat hij in de vier actes grote contrasten in sfeer creëert, maar tegelijk maat en nuance weet aan te brengen in al dat extreem emotionele pathos, dit exposé van 's levens felheid. Hij beweegt zich telkens op het randje en gaat er soms net iets overheen, maar niet te veel.

Zo is deze Manon Lescaut beslist geen persiflage maar een liefdevolle hommage aan het genre. Dat is temeer het geval omdat Valery Gergjev met zijn Rotterdams Philharmonisch Orkest de dramatische stuwkracht en de smartelijke expressie in de begeleiding met perfecte indringendheid doseert.

In de titelrol benadrukt Galina Gortsjakova aangrijpend de scherpte van de tragiek - voor pure welluidendheid is geen plaats, wel voor een steeds diepere uitbeelding van haar levenspad: van onschuld via wuftheid naar radeloosheid en boetedoening. Haar tegenspeler Vladimir Galoezin was ziek en werd vervangen door de Italiaanse tenor Maurizio Frusoni, die gisteren om half vijf uit Rome aankwam. Hij bewoog zich alsof hij wekenlang had gerepeteerd, maar zijn stem bleek toch te vlak en te weinig krachtig om zich te kunnen meten met de passie om hem heen. Goede rollen waren er voor Piet Vansichen (Geronte) en Jean-Luc Chaignaud (Lescaut) - een voortreffelijk zanger.