G7: twee weken om rijen te sluiten

Terwijl de financiële crisis voortraast, vinden begin oktober cruciale vergaderingen plaats van het IMF en de G7. Maar een internationaal crisisplan zal nog een lange reeks van geschillen moeten overbruggen.

AMSTERDAM, 17 SEPT. Langzaam maar zeker komt het internationale overlegcircuit over de internationale financiële crisis op gang. Vorige week vrijdag vergaderden Europa's centrale bankiers in Frankfurt, afgelopen maandag kwam de G7 (de belangrijkste industrielanden) in Londen bijeen op een niveau net onder de ministers van Financiën en die avond presenteerde de Amerikaanse president Clinton een zes-puntenplan dat moet voorkomen dat de financiële paniek vanuit Azië verder overslaat naar de rest van de wereld - in het bijzonder het Westen zelf. Dinsdag kwam Bundesbank-president Hans Tietmeyer aan het woord, en gisteren spraken zijn Amerikaanse ambtgenoot Greenspan en minister van Financiën Rubin voor een commissie van het Amerikaanse Congres.

Pratend, overleggend en plannen smedend zijn de grote industrielanden op weg naar de eerste week van oktober, wanneer in Washington eerst de G7 officieel bijeenkomt, en vier dagen later de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds plaatsheeft. De vraag is of er al een samenhang te ontdekken valt, die een aanwijzing kan geven voor een gezamenlijk actieplan in oktober.

Zo te zien is die samenhang er niet, of nog niet. Er lopen scheidslijnen tussen wat de politiek zegt, en wat de centrale bankiers vinden. En er lopen breuklijnen tussen de Verenigde Staten, Europa en Japan onderling. Om met het eerste te beginnen: de onderministers van de G7 gaven maandag een duidelijke hint dat er een gecoördineerde verlaging van de rentes in de zeven grootste industrielanden in het verschiet zit. Maar op dinsdag zei Tietmeyer er niet aan te denken om de Duitse rente te verlagen, en gisteren gaf ook Greenspan dat signaal en ontkende dat er sprake is van een gecoördineerd internationaal plan. Japan heeft zijn geldmarktrente vorige week woensdag al wel verlaagd, tot 0,25 procent, terwijl Canada het tarief juist met een procent heeft verhoogd. De Bank of England heeft al wel duidelijk gemaakt bereid te zijn tot een renteverlaging als de nood hoog wordt, terwijl de Banca d'Italia zijn tarief in de loop van dit jaar nog met 1,7 procent moet verlagen om straks op 1 januari op euro-hoogte terecht te kunnen komen. Om een gecoördineerd beleid te voeren, moeten de macro-economische omstandigheden enigzins gelijkluidend zijn, en dat zijn ze niet. Een overzicht van de reële rentetarieven van de centrale banken van de G7-landen laat zien hoezeer ze op dit moment onderling afwijken. De verschillen houden goeddeels verband met de fase van de conjunctuur waarin elk G7-lid zich op dit moment bevindt: over de top in het Verenigd Koninkrijk en misschien ook al in Canada, op de top in de VS, uit het dal op weg naar de top in Europa en in het dal in Japan.

De tweede breuklijn, die tussen Europa, de VS en Japan, heeft meer dimensies. Hoewel de VS al hebben gezegd bereid te zijn om via een groeiend handelstekort de getroffen landen in Azië - en ook steeds meer Latijns-Amerika - de kans te geven zich uit hun crisis te exporteren, kennen zowel Europa als Japan forse handelsoverschotten. Duitsland rapporteerde gisteren nog een record-overschot. Japan wordt al sinds jaar en dag gemaand zijn binnenlandse vraag zo te stimuleren dat het een groter deel van de uitvoer uit de regio kan gaan consumeren. UNCTAD, de handels- en ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, zei gisteren in zijn jaarverslag al hardop dat ook Europa meer uit de getroffen regio moet gaan consumeren, maar de stem van UNCTAD heeft internationaal weinig gewicht. Pas een advies van het Internationale Monetaire Fonds in die richting zou een Europese reactie losmaken. De VS lijken te wachten in hoeverre de groei van de binnenlandse vraag in de Europese economie uit zichzelf het werk zal doen, maar als die groei stokt, lijkt het een kwestie van tijd voordat zo'n Amerikaans verzoek ook Europa bereikt.

Maar ook binnen Europa zelf kan een groeistrategie weer problemen opleveren: de landen die samen de euro invoeren hebben afgesproken hun begrotingstekorten in gunstige tijden te laten dalen naar rond de nul, en in ieder geval niet te laten stijgen boven de drie procent. Onder de huidige omstandigheden kan een stimulering van de economie, mocht die nodig worden geacht, nauwelijks uit meer overheidsuitgaven komen. Zodat de bal toch weer bij de Europese centrale bankiers en hun rentebeleid terecht komt.

President Clinton riep maandag op om internationale maatregelen te nemen om de, in zijn woorden, “grootste uitdaging van de laatste 50 jaar” te lijf te gaan. Onder de punten die hij presenteerde was, naast de algemene oproep aan de industrielanden om de economische groei te simuleren, de aanbeveling om het Internationale Monetaire Fonds de middelen te verschaffen om naderende noodkredieten te kunnen verschaffen aan bijvoorbeeld Brazilië. Hij had het voornamelijk tegen het Amerikaanse Congres dat bereid is om slechts 4,3 miljard van de achterstallige 18 miljard dollar aan Amerikaanse middelen aan het IMF toe te kennen. En dan is er nog het groeiende dispuut over het al dan niet beteugelen van de financiële markten zelf, die in de crisis een steeds venijniger rol krijgen toebedeeld.

Bij al deze verschillen van inzicht is het de vraag hoe de G7 tussen nu en begin oktober op één lijn komen voor een werkelijk multilaterale aanpak van de financiële crisis. Misschien dat een doemvoorspelling door het IMF helpt. Directeur Camdessus liet vanmorgen in een vraaggesprek met de Financial Times vallen dat het IMF voor 1998 rekent op een wereldwijde economische groei van 2 procent - de helft van wat het IMF vorig jaar raamde. Hij gaf geen cijfer voor 1999, maar gezien de waarschuwing van UNCTAD, dat gisteren zei rekening te houden met een wereldwijde recessie in 1999, kan de publicatie van de IMF-raming voor 1999 over twee weken de G7 het signaal geven dat het tijd wordt om de rijen te sluiten.