Dwangopname

Wethouder G. ter Horst concludeert naar aanleiding van een rapport van het Trimbos Instituut dat de ambulante GGZ in Amsterdam efficiënter moet werken (NRC Handelsblad, 9 september 1998).

Nadat het Trimbos Instituut eind 1997 een rapport uitbracht over de door hen vastgestelde toename van psychische stoornissen in de penitentiaire inrichtingen, waarvoor geen (passende) behandeling werd gegeven, concludeert dit instituut nu weer dat de stijging van het aantal dwangopnemingen in Amsterdam het gevolg zou zijn van de tekortschietende ambulante psychiatrische zorg. Men zou haast geneigd zijn om de resultaten van beide onderzoekingen te combineren en tot de conclusie te komen dat de ambulante GGZ steeds de verkeerde beslissingen neemt. De berichtgeving suggereert dat psychiatrische patiënten onterecht onder dwang worden opgenomen; en in de penititentiaire inrichtingen verblijven justitiabelen die door de GGZ behandeld zouden moeten worden.

Gelukkig gaat wethouder Ter Horst de GGZ aansporen om doelmatiger te werken, een reactie die door de politiek in het verleden al eerder werd geuit, nadat bleek dat in Amsterdam een chronisch tekort is aan psychiatrische bedden. Mogelijk realiseert wethouder Ter Horst zich dat dit beddentekort een direct gevolg is van het zogenoemde Amsterdams Model. Dit model, eind jaren tachtig door een van de voorgangers van de wethouder gepropageerd, maar zeker niet door alle psychiaters gesteund, voorziet niet in psychiatrische bedden. Het ging er om dat zou worden 'geëxtramuraliseerd' om verdere kostenstijging in de geestelijke gezondheidszorg te voorkomen.

Inmiddels is wel duidelijk geworden dat de kostenbesparing is uitgebleven en dat de problemen ten aanzien van psychiatrische patiënten eerder zijn toegenomen in Amsterdam. Het wordt daar tijd voor het 'poldermodel', een in de polder gelokaliseerd psychiatrisch ziekenhuis, waar patiënten in een voor hen heilzame omgeving kunnen verblijven.