De ontmanteling van het urinemonster; Laboratorium

In een laboratorium in Gent wordt urine onderzocht. Met behulp van de gaschromatograaf, de vloeistof-chromato- graaf en de massa- spectrometer wordt vastgesteld of de sporter doping heeft gebruikt.

IN EEN DOOLHOF van reageerbuisjes, geavanceerde testapparatuur ter waarde van anderhalf miljoen gulden en computeruitdraaien vol grafieken zoeken prof. F.T. Delbeke, een ingenieur en vier analisten naar verboden stoffen. Het clichébeeld van een laborant die met een microscoop de samenstelling van stoffen analyseert, is achterhaald. Computers hebben hun werk overgenomen. Het lab is onderdeel van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit van Gent. Het is een van de 25 laboratoria op de wereld die door het Internationaal Olympisch Comité (IOC) zijn geaccrediteerd voor dopingonderzoek.

Als Delbeke, hoofd van het lab, gasten ontvangt, let hij scherp op zaken als de privacy van sporters en de plaatsen op zijn afdeling waar niet mag worden gefotografeerd. Gegevens dekt hij af om te voorkomen dat ze kunnen worden herleid tot een bepaalde sporter. De fotograaf mag niet mee met een assistent als die de B-urinemonsters in een koelkast plaatst. Ze worden daar bewaard voor eventuele contra-expertise; het gaat buitenstaanders niet aan waar en onder welke omstandigheden. Delbeke waakt over de plasjes als het Amerikaanse leger over de nationale goudvoorraad in Fort Knox.

Elke maandagavond arriveren urinemonsters in het lab. De flesjes urine worden aangeleverd in oranje en groene verpakkingen die nog het meeste lijken op schooletuis. (1) Op dinsdag worden de Envo-packs opengeritst. Elk pakje bevat één verzegeld flesje: het A-staal met tweederde van de totale hoeveelheid urine die de gecontroleerde sporter heeft afgeleverd (circa 40 milliliter) in het oranje tasje en een B-staal met de resterende urine in het groene etui. Jaarlijks worden 2.000 à 2.500 stalen aangeleverd.

Deze dag zijn het zo'n zestig stuks, deels afkomstig van wielrenners die twee dagen eerder in Brussel de Grote Prijs Eddy Merckx reden. De overige monsters zijn van renners die hebben gestreden om het Belgisch kampioenschap tijdrijden en van andere takken van sport, zoals volleybal, voetbal, zwemmen en handboogschieten. Plaats en datum van controle staan op elk etui.

In de A- en de B-flesjes (2 ) zijn codes gekrast die overeenkomen met de codes op een bijgeleverd formulier, het proces-verbaal waarop ook is aangegeven welke medicatie de sporter enkele dagen voor of op de dag van de wedstrijd heeft gebruikt. (3) “Alleen de dommeriken zetten erop dat ze verboden middelen hebben gebruikt”, zegt Delbeke.

Om de anonimiteit van de sporters te waarborgen, ontbreekt hun naam. Die kan alleen door de opdrachtgever, in dit geval de Belgische Wielerbond en het Vlaamse ministerie van gezondheidszorg, aan het gecodeerde urinemonster worden gekoppeld. Als extra waarborg voor de privacy voorziet analist Kris Roels de flesjes van een sticker met een eigen labcode. (4) Deze 'klever' bedekt de ingekraste code. 'Decoderingskaarten' gaan achter slot en grendel en komen alleen tevoorschijn als het eindverslag wordt gemaakt.

De screeningprocedure begint in het 'extractielabo' met het opendraaien van het verzegelde A-flesje. In deze ruimte worden de middelen geconcentreerd waarnaar wordt gezocht. Door toevoeging van ether of chloroform worden de 'oninteressante' stoffen, zoals ontstekingsremmers, uit de urine gehaald. Zo'n twintig minuten machinaal schudden, op rolletjes die op en neer gaan, zorgt ervoor dat de oninteressante stoffen in de reageerbuis zakken. (5)

Om vast te stellen of er restanten van middelen als cocaïne of cannabis zijn, wordt een kleine hoeveelheid urine, eentwintigste milliliter, in een analyzer gestopt. Een computeruitdraai geeft uitsluitsel. Behalve naar opiaten speuren de laboranten vooral naar amfetamines, anabole steroïden, bètablokkers en plasmiddelen. Bij wielrenners kan de aanwezigheid van plasmiddelen duiden op het gebruik van het bloeddopingmiddel EPO. Om te voorkomen dat de interessante en de oninteressante stoffen zich weer met elkaar mengen, wordt de nader te onderzoeken laag in de reageerbuis ingedampt onder stikstof. Zuurstof kan er niet meer bij, oxydering is uitgesloten. De ingedampte hoeveelheid van ongeveer vijf milliliter wordt gereduceerd tot 50 à 100 microliter urine.

Analiste Trui Demey giet de urine in een potje waarvan de inhoud nog geringer is dan een vingerhoed, 100 microliter. (6) In een ander vertrek zet laborante Dominique Dhaenens de minuscule flesjes klaar voor onderzoek met een gaschromatograaf, een geavanceerd apparaat ter grootte van een kopieerapparaat, waarin een 25 meter lang draad het hart vormt. (7) De binnenwand van deze holle draad van gesmolten silica bevat een ultradunne gomlaag. Bij een temperatuur van maximaal 340 graden Celsius wordt de urine door de kolom gejaagd. Door de hoge temperatuur verdampt de vloeistof, gas perst het overgebleven mengsel door de kolom.

De moleculen van de stoffen in de urine hebben elk een bepaalde tijd nodig om de 25 meter door de holle draad af te leggen: de 'retentietijd'. Elke stof heeft zijn specifieke retentietijd. Delbeke laat een uitdraai zien van een sporter die op doping is betrapt: amfetamine 3,83 minuut, methamfetamine 4,639 minuut, pseudo-efedrine 8,5 minuut. (8) Met de gaschromatograaf, die in één run honderd stalen kan analyseren en waarop een computer is aangesloten om de resultaten weer te geven, zijn de eerste bewijzen van dopinggebruik geleverd.

In een vierde vertrek worden de urinemonsters geanalyseerd op de aanwezigheid van onder meer cafeïne, plasmiddelen en - in het geval van paarden - ontstekingsremmers. Daar komt een vloeistofchromatograaf aan te pas, met een verwerkingscapaciteit van 48 stalen. In dit apparaat worden de moleculen door vloeistof in een kolom voortgestuwd. De werking is verder dezelfde als bij de gaschromatograaf.

Als in de screeninganalyse een urinemonster positief is bevonden, is het tijd voor een bevestigend onderzoek, de confirmatie. Hier komen een massaspectrometer (9) en een gaschromatograaf aan te pas. In de massaspectrometer worden de moleculen door elektronen aan flarden geschoten. Aan de hand van die beschieting kan de scheikundige structuur van de stof worden bepaald. In combinatie met de gaschromatograaf kan met dit apparaat het ultieme bewijs van doping worden geleverd. Met de massaspectrometer kunnen in Gent ongeveer 35 verschillende soorten anabole steroïden worden ontmaskerd.

Niet altijd hoeft het speurwerk in het lab voor de sporters nadelige gevolgen te hebben. De Nederlandse wielrenster Yvonne Brunen dankt aan de deskundigheid van het lab in Gent haar vrijspraak nadat ze vorig jaar van dopinggebruik was beschuldigd. In haar urine werd de verboden stof nandrolone aangetroffen, een anabole steroïde, maar Delbeke en zijn collega's konden aantonen dat een vrouw deze stof zelf kan aanmaken. Er bleek een verband tussen de maandelijkse cyclus bij vrouwen en de productie van nandrolone, om preciezer te zijn tussen de eisprong en grote fysieke inspanning. Als gevolg van de Gentse ontdekking is de aanwezigheid van zeer kleine hoeveelheden nandrolone in de urine geen sluitend bewijs van dopinggebruik meer. De medische commissie van het IOC vindt vijf nanogram per milliliter urine toelaatbaar. Delbeke: “Dat is een getal met acht nullen achter de komma. Vergelijk het met het zoeken van één persoon in heel India. In een miljard deeltjes kunnen we dat ene deeltje vinden. Daartoe zijn wij in staat. Zeker als het om anabole steroïden gaat, moeten we zulke extreem lage concentraties kunnen vinden.”

Van alle door het IOC erkende laboratoria scoort het lab in Gent de meeste positieve gevallen, jaarlijks vijf tot zes procent. “Een mogelijke oorzaak is dat veel sporters in Vlaanderen gedrogeerd zijn”, zegt Delbeke tegen een monotoon geluidsdecor van ronkende vacuümpompen, essentieel voor het functioneren van de massaspectrometers. “En in tegenstelling tot veel andere landen worden alle sporters hier gecontroleerd, meestal onverwacht.”

Delbeke laat gegevens zien van een sporter die betrapt is op het gebruik van amfetamine, met een lange retentietijd (2,90 minuut) die op de grafiek in de vorm van een langwerpige naald gemakkelijk terug te vinden is. “Een zwaar positief geval.” Hij of zij kan in elk geval nog om een contra-expertise van de B-staal vragen. De belastende paperassen verdwijnen in een roze map.