Bijbelprenten van Bert Bouman; Een foto van Jezus op de schouw

'Alles werd helemaal nieuw', werk van Bert Bouman t/m 29 nov in het Bijbels Museum, Herengracht 366, Amsterdam, tel 020-6242436.

Bijbelverhalen moeten verteld worden. Lang voordat ds. Nico ter Linden dat deed in de Amsterdamse Westerkerk deden de meesters en juffen het al op de christelijke scholen. Kinderbijbelschrijvers als W.G. van de Hulst en Anne de Vries vertelden de verhalen na, zodat ouders en grootouders ze konden voorlezen. De verhalen komen het best tot hun recht als ze klinken. De apostel Paulus schreef het al: het geloof is uit het gehoor.

Maar bij verhalen, zeker bij verhalen voor kinderen, horen plaatjes. J.H. Isings tekende bij de bijbelverhalen van Van de Hulst, C. Jetses bij die van Anne de Vries. Zij hebben met hun tekeningen vorm gegeven aan de geloofsvoorstellingen van verscheidene generaties.

In het Bijbels Museum in Amsterdam is vorige week een tentoonstelling geopend met tekeningen van de illustrator Bert Bouman (1921-1979). Hij maakte ze vooral voor de televisieserie Woord voor woord die de IKON uitzond tussen 1964 en 1976. Daarin lazen Dore Smit en Aart Staartjes de bijbelverhalen, zoals die waren naverteld eerst door Mies Bouhuys en later door Karel Eykman. Dertien jaar lang maakte Bert Bouman de tekeningen bij deze televisieserie, aanvankelijk in zwart-wit, later in kleur, veertig weken per jaar, vijf tekeningen per uitzending. In totaal omvat Boumans collectie, die door zijn weduwe aan het Bijbels Museum is overgedragen, 2400 werken. Daarvan zijn er nu ruim tachtig tentoongesteld.

De manier waarop Bouman tekende, was een breuk met het verleden, aldus Vincent Boele, de samensteller van de tentoonstelling en adjunct-conservator van het Bijbels Museum. Eeuwenlang werden bijbelse voorstellingen geplaatst in de eigen tijd van de kunstenaar. Op de tentoonstelling is bijvoorbeeld te zien hoe Pieter Breughel de Oude Jozef en Maria neerzette in een Bethlehem dat er uitzag als een middeleeuws dorp. Ook Rembrandt vond het geen punt bijbelse figuren af te beelden in kleding uit de Gouden Eeuw.

In de negentiende eeuw is daaraan, mede onder invloed van de groeiende aandacht voor archeologie en egyptologie, een einde aan gekomen. Als men de bijbel wilde illustreren, dan moest dat zo dicht mogelijk bij de vermoede realiteit zijn. Het ging om een zo getrouw mogelijke reconstructie.

Bert Bouman greep echter weer terug naar de middeleeuwse traditie. Hij haalde, net als Karel Eykman in zijn teksten, de bijbelse voorstellingen dichterbij door er eigentijdse elementen aan toe te voegen. De tempelwachters die de apostelen Petrus en Johannes arresteren, hebben moderne helmen op hun hoofd met de Davidster. Soms heeft deze aanpak bijna een karikaturaal effect: bij de eerste christenen die na de dood van Jezus in Jeruzalem bij elkaar kwamen, tekende Bouman op de achtergrond een schoorsteen met een fotolijstje met een portret van Jezus. Op die manier wordt wel effectief duidelijk gemaakt hoezeer deze mensen zich verbonden voelden met degene die van hen was heengegaan.

Soms zijn de tekeningen zo twintigste-eeuws dat de samenstellers moeite hadden te achterhalen bij welk bijbelverhaal ze hoorden. Waarvoor een portret van de toenmalige premier Barend Biesheuvel is gebruikt, weet Boele niet. “Het had stellig wat te maken met een stiekem politiek protest van de makers van het programma.”

In de loop der tijd verschuift ook het beeld van Jezus in de tekeningen. Op de eerste zwart-wit tekeningen had hij nog een baard, op de latere tekeningen en schilderijen niet meer. Ook hierin sloot Bouman zich aan bij een oude traditie. “De alleroudste afbeeldingen van Jezus laten hem zonder baard zien”, aldus Boele. “Pas later, zo rond de ontdekking van de lijkwade van Turijn en waarschijnlijk ook onder invloed van de Byzantijnse traditie is men Jezus gaan afbeelden met baard.”

Een deel van de schilderijen en tekeningen op de tentoonstelling is extra laag opgehangen met het oog op de kinderen. In de tentoonstellingsruimte is een doorlopende videoband te zien met een aantal afleveringen van Woord voor woord waarin de op de tentoonstelling hangende schilderijen gebruikt zijn. Wie ze bekijkt, ziet hoe precies tekst en beeld op elkaar waren afgestemd. Niet alleen een getypte tekst van Eykman met krabbels daarbij van Bouman, maar ook aanwijzingen van Bouman voor de tekst die Aart Staartjes moest lezen in de marge van een tekening geven een indruk van de manier waarop werd samengewerkt.