Alleen schade aan gezondheid telt nog; Creatine

De ene stof staat wel op de verboden lijst, de andere niet. Wie dagelijks 21 gram van de toegestane stof creatine slikt, gaat beter presteren. Over de glijdende schaal van dopingjagers.

OP DE DOPINGLIJSTEN staan chemicaliën omdat ze sportprestaties verhogen of gevaarlijk kunnen zijn. Het gebruik van gezondheidbedreigende stoffen is verboden. Gedreven, overgemotiveerde, of door sportartsen en trainers overgestimuleerde sporters moeten worden behoed voor blijvende gezondheidsschade. En het zou onethisch zijn de prestatie te verhogen met chemische stoffen. Maar de sportethiek van de bobo's is niet die van de professionele sporters. Die sporters beslissen ook liever zelf over de gezondheidsrisico's die ze voor lief nemen.

Het dopingbeleid wankelt daardoor. Twee middelen, beide veel gebruikt door sporters, die beide hebben bewezen de prestaties te verhogen, maken dat duidelijk. Het ene is EPO, het andere heet creatine. EPO is verboden, creatine niet. Het zijn allebei stoffen die het lichaam zelf ook produceert. Deze zogenoemde lichaamseigen stoffen zijn de moderne, gewilde, slecht opspoorbare dopingmiddelen.

Hoe EPO (een afkorting van erytropoietine) werkt, is na de Tour de France van deze zomer wel bekend. De stof stimuleert de aanmaak van rode bloedcellen. Dat zijn de zuurstoftransporteurs in bloed. Sporters met veel rode bloedcellen voorzien hun spieren beter van zuurstof. En als ze ook genoeg brandstof (suikers en vetten) naar binnen hebben gewerkt, presteren ze beter. Wie echter te veel rode bloedcellen aanmaakt, krijgt dik bloed en dat stroomt traag. Er is dan wel veel zuurstof onderweg, maar er komt weinig aan. Dik bloed vergroot verder de kans op gevaarlijke bloedstolsels.

Creatine heeft de wereldpers nog niet gehaald. Deze zomer verscheen de naam van de stof op de voorpagina's van Italiaanse kranten toen in dat land een discussie losbrak over doping in het voetbal. Onder sporters is de stof al lang populair. Er zijn atleten die twintig gram per dag slikken.

Energie in de spieren wordt geleverd door de molecuulverbinding ATP. Als ATP zijn energie afgeeft, blijft ADP over. Een ADP-molecuul kan zich weer opladen tot ATP. Dat gebeurt in twee processen. De eerste 10 tot 30 seconden van verhoogde spierinspanning wordt daarbij de molecuulverbinding fosfocreatine gebruikt, die overgaat in creatine. Vervolgens wordt de spier aan het werk gehouden door de verbranding van suikers en vetten. Fosfocreatine verzorgt de snelle spierstart. Wie extra creatine slikt, verlengt de periode waarin de spieren kunnen beschikken over 'snelle energie'.

Het voordeel van fosfocreatine is dat het snel energie levert zonder dat daarbij zuurstof nodig is. Pinguïns en walvissen zijn die eigenschap in de loop van de evolutie steeds beter gaan benutten. (Of landzoogdieren zijn dat slechter gaan doen.) Zeezoogdieren leggen grote voorraden fosfocreatine in hun spieren aan, waardoor ze lang zonder zuurstof onder water kunnen blijven.

Misschien zijn zwemmers daarom zo vaak proefpersoon geweest in onderzoeken naar het effect van creatineslikken. En creatine werkt. Vorig jaar december publiceerden onderzoekers van het Department of Human Movement Sciences and Education van de Universiteit van Memphis een placebo-gecontroleerde dubbelblinde studie onder 18 jonge competitiezwemmers. Ze zwommen driemaal honderd meter vrije slag met een minuut rust ertussen. Hun tijden werden geklokt.

De dagen erna trainden ze gewoon door, maar slikten dagelijks 21 gram creatine, of (door het lot bepaald) 21 gram placebo (een soort suiker die er net zo uit ziet). Ze wisten niet wat ze slikten en hun trainers wisten het ook niet. Na die negen dagen zwommen ze weer driemaal honderd meter met een minuut pauze ertussen. Daarna gingen de verzegelde enveloppen open en werd bekend wie creatine en wie de placebopoeders hadden geslikt. De creatineslikkers hadden beduidend sneller gezwommen dan de placeboslikkers.

Een maand later maakten dezelfde onderzoekers de resultaten bekend van een onderzoek onder 25 American football-spelers uit de hoogste afdeling van collegeteams. Als ze verstandig zijn, hebben de professionele voetbalclubs in Nederland naar aanleiding daarvan de voedingsadviezen aan hun spelers aangepast. De footballers slikten tijdens een trainingsperiode gedurende 28 dagen dagelijks 15 gram creatine of 15 gram placebo. Na een krappe maand trainen presteerden de creatine-slikkers beter op twaalf achtereenvolgende sprintjes van 6 seconde afgewisseld met 30 seconde. Ze deden het ook beter in het krachthonk. En hun spiermassa was ruim een kilo meer aangekomen dan die van de placeboslikkers. Creatine werkt dus ook spierversterkend.

Alle sporters die tijdens een wedstrijd hollen of stilstaan (voetballers, basketballers, handballers), maar ook sporters die eenmalig een korte inspanning leveren, doen het waarschijnlijk beter op creatine. De Amerikaanse bewegingswetenschapper Branch Williams hield het er in een recent overzichtsartikel op dat iedereen die binnen de 30 seconde finisht, baat heeft bij creatine. Hardlopers op de 100 en 200 meter doen zichzelf tekort als de creatine laten staan. Maar als de eerste 300 meter sneller gaat, boeken ook lopers op de 400 en 800 meter en zelfs verder nog winst. Zwemmers die een of twee minuten onderweg zijn, moeten het wonderstofje van pinguïns en walvissen ook niet laten staan.

Waarom staat het prestatieverbeterende creatine niet op de dopinglijst? Van slechts weinig dopinggeduide stoffen op de lijsten is met wetenschappelijk verantwoord onderzoek een prestatieverhogend effect aangetoond. Nu is er zo'n middel en blijft het gebruik vrij.

Is het omdat creatine een stof is die het lichaam zelf maakt? EPO, groeihormoon en testosteron zijn net zo lichaamseigen en staan wel op de lijst.

Vinden de dopingjagers creatinegebruik misschien niet onethisch omdat er voor creatine geen doktersrecept nodig is? Het is gewoon bij de reformzaak, drogist of voedingssupplementenwinkel te koop. Maar er zijn meer vrij verkrijgbare middelen die toch verboden zijn.

Wellicht is het omdat creatine in vlees zit. Het is een bestanddeel van normale voeding. Maar dat geldt ook voor cafeïne dat wel op de dopinglijst van het IOC staat.

Ontbreekt creatine dan op de lijst omdat het onschadelijk is? Immers, wat niet wordt opgenomen, plas je gewoon weer uit.

Als dat zo is, betekent het dat de dopingjagers hun ethiek, die prestatieverhoging met chemicaliën oneerlijk noemt, al hebben verlaten en alleen nog op gezondheidsschade letten. Dat past in de historische ontwikkeling. Vroeg in deze eeuw werd het als ongepast (onethisch) beschouwd om veel te trainen alvorens aan de Olympische Spelen deel te nemen. Maar toch nam het verschijnsel trainen hand over hand toe. Trainers en fysiotherapeuten verschenen op het toneel. Pas toen materialen en chemische stoffen een rol gingen spelen, werd vastgelegd wat wel en niet mag. Onhoudbaar, naar nu blijkt.

Juan Antonio Samaranch, de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, baarde deze zomer opzien met zijn voorstel op de dopinglijst alleen middelen te laten staan die gezondheidsschade aanrichten. In de wielrennerij was om praktische redenen de grens al verlegd van dopingverbod naar gezondheidscontrole. Omdat EPO in urine niet is op te sporen, is vorig jaar een gezondheidscontrole ingevoerd. Renners met te veel rode bloedcellen in hun bloed mogen veertien dagen geen wedstrijden rijden. Daarbij wordt in het midden gelaten of de grens wordt overschreden door EPO, door een hoogtestage, door bloeddoping of door uitdroging. Binnen een jaar is deze grens ook de grens geworden waar beneden EPO-gebruik geen doping meer heet maar optimale medische begeleiding, zo blijkt uit het spraakgebruik van de renners en hun begeleiders en uit meetgegevens van de internationale wielrenunie. De Franse justitie probeerde deze zomer het tij te keren, maar het nieuwe ideaal van Samaranch lijkt in de professionele sport al gerealiseerd.