UNCTAD voorziet wereldwijde recessie

AMSTERDAM, 16 SEPT. Als er geen verdere internationale maatregelen worden genomen, loopt de wereldeconomie volgend jaar kans om in een recessie terecht te komen. Al dit jaar valt de economische groei wereldwijd terug van 3,2 procent in 1997 tot 2,0 procent. Dit schrijft de Organisatie voor Handel en Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCTAD) in het jaarrapport over 1998 dat vandaag is vrijgegeven.

Onder de internationale maatregelen die nodig zijn om dat te voorkomen, rekent UNCTAD ingrepen in de door de internationale financiële crisis getroffen landen in Azië, in Japan en in Europa. De Aziatische landen zullen moeten proberen om door middel van het stimuleren van inflatie hun economieën nieuw leven in te blazen. Japan en Europa moeten hun binnenlandse vraag naar goederen en diensten verder stimuleren, en daarmee de vraag op wereldschaal vergroten. De Verenigde Staten, dat al een groeiend handelstekort heeft, laat UNCTAD onvermeld. Een hoge Amerikaanse functionaris verklaarde gisteren echter dat de VS bereid zijn een nog groter handelstekort te accepteren om zo getroffen landen een betere kans te geven hun economie te herstellen door middel van export.

UNCTAD doet geen prognoses voor de economische groei en de groei van de wereldhandel in 1999, omdat de omstandigheden te onoverzichtelijk zijn om dergelijke uitspraken te kunnen doen. Pas volgende maand is, met het uitkomen van de World Economic Outlook van het Internationale Monetaire Fonds, een harde officiële raming van de mondiale economische groei in 1999 te verwachten. De ramingen van UNCTAD voor 1997 en 1998 kunnen daar, mede gezien een verschil in methodiek, van afwijken.

Voor de Verenigde Staten voorziet UNCTAD een hardere landing dan op dit moment voorzien. De economen van de organisatie baseren die zienswijze vooral op het oplopende gat tussen uitgaven en het inkomen van consumenten, waardoor de groei van de consumptieve bestedingen onhoudbaar zal blijken. Voor de Europese Unie voorziet UNCTAD moeilijkheden met de binnenlandse vraag. De conjuncturele opleving van dit moment is vooral gedragen door exportgroei. Hoewel de consumptieve vraag nu lijkt op te leven, raamt UNCTAD dat de Azië-crisis al in 1998 0,5 procentpunt van de economische groei afschaaft. Het rentebeleid, dat volgend jaar door de Europese Centrale Bank wordt gevoerd, zal er in eerste instantie niet op gericht zijn de vraag te stimuleren.

Ontwikkelingslanden, waar het beleid van UNCTAD in de regel sterk op is gericht, zullen dit jaar minder dan 2,5 procent economische groei kennen als gevolg van de Azië-crisis. Dit groeitempo is minder dan de helft van 1997. Ook China wordt aangetast, met een prognose van 6 procent groei dit jaar. De Chinese regering hanteert overigens nog steeds een formele groeiraming van 8 procent voor dit jaar. Zuid-Azië (voornamelijk India en Pakistan) heeft minder last, vanwege de beperkingen op het vrije kapitaalverkeer die daar van kracht zijn. Voor Latijns-Amerika voorziet UNCTAD een economische groei van 3 procent dit jaar, nadat de regio in 1997 een van zijn beste economische jaren sinds lange tijd doormaakte. Een verslechtering van de betalingsbalans van landen in de regio kan aanleiding zijn voor een nog scherpere afname van de economische groei in het lopende jaar.

UNCTAD noemt de crisis in Azië de ernstigste van de afgelopen 30 jaar. Het toezicht en de regelgeving voor de financiële markten zijn achtergebleven bij de integratie van de markten. Vooral ontwikkelingslanden moeten de mogelijkheid krijgen eenzijdig maatregelen te nemen als speculanten de aanval op hun munteenheden openen. De kosten die het inzakken van internationale markten veroorzaken en maatregelen om schuldeisers van verliezen te vrijwaren, mogen niet ten laste komen van ontwikkelingslanden en van de levensstandaard van gewone mensen, vindt de organisatie.