Spijtbrief

Of ik een spijtbrief wil schrijven voor Abdul uit 120. Hij zit voor een kilo bruin* en moet over twee weken voor. Soms haalt zo'n brief bij die pleurisrechters wel wat uit.

Uitdrukkingloos kijkt Mohammed, de leider van de Marokkanen, me aan. O wee, als je weigert, zie ik hem denken. Maar geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt. Als je dat doet, graaf je je eigen graf. De Marokkanen zijn veruit de grootste bende en ze zitten overal. Een paar weken geleden hebben ze nog iemand die werd verdacht van blauwenverraad lek laten prikken.

'Wat moet erin staan?'

'Ach gewoon, dat het hem spijt en dat het nooit meer zal gebeuren, en nog meer van dat gelul. Maar er moeten ook fouten in staan, anders geloven die teringlijers hem niet. Dan denken ze dat iemand anders die brief heeft geschreven.' Lachend kijkt Mohammed me aan.

Abdul wordt erbij gehaald. Hij spreekt nauwelijks Nederlands. Brabbelt meer iets tussen Frans, Arabisch en Nederlands in. Als ik hem vraag of het de eerste keer is dat hij zit, kijkt hij me wantrouwig aan, aarzelt en begint in rap Arabisch tegen zijn maat te praten.

'Hij wil weten waarom je dat vraagt.' Afwachtend kijkt Mohammed me aan. Ik weet wat er loos is. Abdul is bang dat ik een verklikker ben. Geduldig leg ik Mohammed uit dat het voor de rechters verschil uitmaakt of de spijtbrief van een doorgewinterde bajesklant komt of van een groentje die nog nooit heeft gezeten. Hij knikt. Het lijkt hem een logische zaak. Opnieuw schakelt hij over op Arabisch.

'Hij heeft drie keer gezeten, maar nooit in Nederland', meldt hij opeens.

'Dat lijkt me geen probleem.' Ik pak mijn pen en begin te schrijven. “Geachte rechter Een paar weken geleden ben ik gepakt voor heroïne. Ik zwierv toen al een tijdje ront en was ten einde raat. Ik weet dat het niet goed is wat ik heb gedaan en dat ik er mensen mee pijn doe. Daar heb ik erge spijt van. Dit is niet het juiste pat.

Geachte rechter, het zal nooit meer gebeuren en ik wil graag met de reclasering werk zoeken en naar school gaan en voortaan op het rechte pat blijven. hoogachten Abdul, cel B 120'' Als ik klaar ben, spel ik de brief woord voor woord. Na elke zin knikken ze me bemoedigend toe. Soms, als iets niet duidelijk is, overleggen ze met elkaar. Het grootste probleem levert het woord 'reclasering' op. Abdul wil weten wat dat is en pas na veel discussie wordt het hem duidelijk. 'Wat een luxe, zoiets heb je in Marokko niet.' Meewarig schudt hij zijn hoofd. Het lijkt net alsof hij niet in ons land woont. Vooral de zinnen dat 'het nooit meer zal gebeuren' en dat hij 'voortaan op het rechte pat zal blijven' hebben zijn instemming. 'Misschien trappen die kolerelijers er wel in.'

Als Mohammed is uitvertaald, doemt een ander probleem op. Abdul kan niet schrijven en mijn handschrift is te geroutineerd. 'Geen probleem.' Langzaam begint Mohammed de brief over te schrijven.

'Kijk uit', sist Abdul opeens. Er komen een paar blauwen aan. Vliegensvlug wordt de brief onder tafel gewerkt. Ze hebben niks in de gaten en lopen gewoon door. Als Mohammed klaar is, zet Abdul er zijn handtekening onder: een grote streep.

Het volgende probleem is de censuur. Alleen brieven aan de advocaat mogen ongeopend door, de rest wordt nagelezen. 'So what', schokschouder ik. Maar dat overtuigt ze niet. Van blauwen die in hun post neuzen, moeten ze niks hebben. Na wat heen en weer gepraat wordt besloten dat een Marokkaan die morgen zijn vrouw op bezoek krijgt, de brief aan haar meegeeft. Goedkeurend tikt Mohammed me op de schouder. Ik heb er een vriend bij. (*) bruin = heroïne