Schade ongeveer 250 miljoen; Kabinet komt met vergoeding wateroverlast

ROTTERDAM, 16 SEPT. Het kabinet stelt een vergoeding in het vooruitzicht voor ondernemers en particulieren die zijn gedupeerd door de wateroverlast. Vrijdag valt de beslissing over de hoogte van zo'n uitkering, zo hebben premier Kok en minister Apotheker (Landbouw) gisteren laten weten.

De land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland raamt de schade voor de agrarische sector op zeker 200 miljoen gulden. Het Verbond van Verzekeraars rekent voor particulieren op een schadebedrag van zo'n 50 miljoen gulden.

Alleen schadeclaims die niet door de verzekering worden vergoed, komen in aanmerking voor een uitkering van het rijk op grond van de nieuwe Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen. Die wet voorziet in een directe uitkering bij zware aardbevingen en grote overstromingen. Daarnaast kan het kabinet in voorkomende kleinere gevallen een financiële regeling treffen. Volgens de wet wordt de schade bij rampen voortaan centraal afgewikkeld. Bij de overstromingen van 1995 liepen de vergoedingen nog via verschillende departementen. Het rijk keerde toen 364 miljoen gulden uit.

De provinciebesturen inventariseren vandaag en morgen de precieze omvang van de schade in de getroffen gebieden. Vanmorgen bracht de vaste Kamercommissie voor landbouw een bezoek aan getroffen boeren en tuinders op de Zuid-Hollandse eilanden en in het Westland. Zowel regeringspartij D66 als het CDA menen dat het rijk de schade moet vergoeden. De PvdA vindt het nog te vroeg om geld toe te zeggen. Minister Apotheker en staatssecretaris De Vries (Verkeer en Waterstaat) namen gisteren al poolshoogte in Zeeland en West-Brabant. Voorzitter A. Maarsingh van de vakgroep akkerbouw van LTO Nederland noemde de wateroverlast in het zuiden van het land vanmorgen “een nationale ramp”. “De schade is veel groter dan we hadden verwacht”, aldus Maarsingh. Volgens LTO Nederland zijn alleen al in het Westland zeker 500 bedrijven gedupeerd. Een groot deel van de aardappeloogst in het getroffen gebied moet als verloren worden beschouwd, omdat aardappelen gaan rotten als ze langer dan een dag onder water staan. Ook de oogst van andere gewassen, zoals uien, lijkt verloren.

Het waterschap de Zeeuwse Eilanden meldde vanmorgen dat nu ook het waterpeil op Tholen, Walcheren en Schouwen-Duiveland zakt. Gisteren liepen nog enkele laaggelegen dorpskernen onder water. Op tientallen plaatsen in de provincie Zeeland proberen brandweerkorpsen het overtollige water af te pompen. Ook in de andere getroffen gebieden zijn tientallen brandweereenheden uit verschillende delen van het land ingezet bij het droogpompen. In het Westland is de situatie nu zover onder controle dat het crisisteam vanmorgen is ontbonden.

Inwoners van Sint Philipsland op Tholen uitten gisteravond stevige kritiek op het waterschap de Zeeuwse Eilanden, dat onvoldoende zou hebben gedaan om de wateroverlast te keren. Het waterschap wijst die kritiek evenwel van de hand. Volgens een woordvoerder zijn de poldergemalen, die een capaciteit hebben overeenkomstig de landelijke voorschriften, niet berekend op de uitzonderlijke hoeveelheid neerslag van de afgelopen dagen. Volgens deskundigen komt deze extreme regenval zo zelden voor, dat een investering van miljarden guldens om de capaciteit te vergroten economisch onverstandig zou zijn.

Alleen in de Schermerboezem in Noord-Holland is nu nog sprake van een stijgend waterpeil. Daardoor kampen enkele buitendijkse woningen in Beets, Oudendijk en Hobrede met wateroverlast. Het gaat om overtollig polderwater dat nog niet op het Markermeer kan worden geloosd. Het Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen heeft zandzakken uitgedeeld om de huizen zoveel mogelijk tegen het water te beschermen.

Ook het treinverkeer tussen Maastricht en Luik en op het traject Roosendaal-Antwerpen is vanmorgen deels hervat. Tussen Maastricht en Luik rijden alleen stoptreinen.