RED NICHOLS

Red Nichols & Miff Mole 1925-1927 (Retrieval 79010). Distr. Challenge.

Misschien wel als reactie op de grote aandacht van destijds lijkt de vroegste blanke jazzscene bijna vergeten. Wie weet bijvoorbeeld nog wie 'Red' Nichols (1905-'65) was aan wie in '59 een 'biopic' van bijna twee uur gewijd werd met in de hoofdrol Danny Kaye? Zijn echte voornamen waren Ernest Loring, hij speelde trompet, maakte honderden platen en schijnt zijn bands te hebben geleid 'zoals Himmler de Gestapo': exact en harteloos.

Op Red Nichols & Miff Mole 1925-1927 met 22 in New York gemaakte nummers hoort men Nichols in zijn allerbeste tijd, vóór hij net als Louis Armstrong aan big bands begon. Met het spel van de laatste heeft hij weinig gemeen, zo blijkt uit twee opnamen met The Hottentots van 11 november '25, één dag eerder dan Armstrongs debuut met de Hot Five. Werpt Armstrong hoorbaar veel fysieke kracht in de strijd, Nichols is zuiniger op zijn embouchure met als gevolg een 'schoner' geluid. Iets dergelijks geldt voor de trombonisten: vergeleken met Kid Ory bij Armstrong gedraagt Miff Mole zich naast Nichols bijna preuts.

Als Nichols & Mole ergens wel op lijken dan zijn het de opnamen die de legendarische trompettist Bix Beiderbecke in die jaren maakte met trombonist Bill Rank en niet te vergeten saxofonist Frankie Trumbauer; en die sindsdien in een heilige schrijn staan als 'Oud Blank' van het hoogste niveau.

Door de fraaie restauratie van het geluid, de heldere arrangementen en de vaak uitstekende solo's (o.a. van Jimmy Dorsey en Pee Wee Russell) klinken deze historische opnamen niet ouderwets, met uitzondering van drie Broadway-vocalen, waarschijnlijk doorgedrukt door een 'plugger' van een uitgeverij.