Nachtmerrie als jongensboek

Little Dieter needs to Fly. Morgen, Ned.1, 21.42-22.32u.

Er zijn twee constanten in het leven van Dieter Dengler. Of eigenlijk drie. Vliegen en Vietnam zijn de eerste twee en zijn voortdurende preoccupatie met eten de derde.

De inmiddels gepensioneerde piloot van de Amerikaanse luchtmacht leeft teruggetrokken in een sober huis in de buurt van San Francisco. Maar zijn keuken is toegerust alsof hij er wekelijks enorme vernissages geeft. Een gigantisch glimmend fornuis, een volgestouwde dubbeldeurs ijskast, een voorraadkast-om-je-in-te-verstoppen met keurig gesorteerde blikjes vis en onderin zijn schat: honderden kilo's tot aan het einde der tijden houdbare pakken rijst, suiker, olie en honing.

Dengler heeft dan ook zijn hele leven honger geleden. Eerst als kind in nazi-Duitsland waar hij met zijn vriendjes gamellen leegschraapte en zijn moeder 's avonds het behang uit de gebombardeerde huizen uitkookte omdat er in de lijm nog voedingsstoffen zaten. Later beet hij op een houtje om elke cent opzij te kunnen leggen voor een opleidingsplaats bij de Amerikaanse luchtmacht. En toen hij die eenmaal had bemachtigd werd hij naar Vietnam gestuurd, neergeschoten boven de jungle, gevangen genomen en moest hij zich voeden met illegaal verkregen ratten en slangen.

Maar vliegen móest hij. Als jongen droomde hij er al van, niet afgeschrikt door de bommenwerpers boven de Duitse steden. Testpiloot moest hij worden en toen hij als achttienjarige na de oorlog (het was Duitsland niet toegestaan weer een luchtmacht op te bouwen) met vijftig cent op zak naar Amerika vertrok, leek zijn leven even op een spannend jongensboek.

Zo is het ook verfilmd door Werner Herzog in de documentaire Little Dieter Needs to Fly (Speciale Juryprijs International Documentary Filmfestival Amsterdam 1997). Denglers levensverhaal wordt verteld in vier heroïsche episoden: De Man, De Droom, De Straf en De Verlossing, die door de voormalige piloot zelf nogal laconiek van commentaar worden voorzien.

Hij was aanvankelijk dan ook vrij verbaasd dat een serieuze filmmaker als Herzog (Nosferatu - Phantom der Nacht, 1978; Fitzcarraldo, 1981, over een man die alles op alles zet om in de Zuid-Amerikaanse jungle een opera uit te voeren; bergbeklimmersdrama Scream of Stone, 1991) in zijn 'onbenullige levensgeschiedenis' geïnteresseerd was geraakt.

Maar Denglers passie voor het vliegen, zijn enorme doorzettingsvermogen en overlevingsdrift, zijn bizarre vlucht uit het kamp van de Vietcong (Dengler was de eerste Amerikaan die uit een Vietnamees strafkamp wist te ontsnappen), de gruwelijke tocht van 136 dagen door de jungles van Vietnam, Laos en Thailand en de frisgeschoren en zongebruinde jongeman die tot slot zijn avonturen aan de verzamelde Amerikaanse pers vertelde met de mededeling dat hij nu het liefste een goed Duits restaurant zou openen, waar de borden altijd te vol beladen zijn - hadden zo uit Fitzcarraldo of een van Herzogs andere films over obsessieve idealen kunnen komen.

Herzog is dan ook helemaal niet geïnteresseerd in een kale, ongeromantiseerde versie van Denglers werkelijkheid. Hij ging met hem naar Vietnam, laat hem vertellen met handboeien om (waarbij Dengler ons en passant een beknopte cursus uit de boeien ontsnappen geeft) en laat hem met wat verdwaasde Vietnamezen met geweren achter hem aan door de jungle lopen. Het is bijna te knullig voor woorden, je kunt het nauwelijks ensceneringen of manipulaties van de werkelijkheid noemen, en toch werken ze wonderwel.

Maar was Herzog dan ook niet degene die stelde dat de kunst meer waarheid bevatte dan de werkelijkheid?