Laurel & Hardy-museum

Mijn oude school is al jarenlang geen school meer. De baksteentjes van het massieve gebouw in het pittoreske centrum van Enkhuizen, achter het hekwerk dat zo veel gezag inboezemde, zijn smoezelig geworden. De laatste jaren was er een politiebureau in gevestigd. Maar inmiddels staat het leeg. En nu blijken er vergevorderde plannen te zijn voor een volstrekt onverwachte bestemming: mijn oude school staat op de nominatie een Laurel & Hardy-museum te worden. “Er is een plan waar de gemeente Enkhuizen zeer positief tegenover staat”, beaamt R.E. van der Schans, hoofd economische zaken.

Het museum wordt gebaseerd op de omvangrijke collectie van de in Enkhuizen woonachtige verzekeringsemployé Siep Bousma, wiens nieuwbouwwoning vrijwel geheel is gevuld met tastbare herinneringen aan het oeuvre van de filmkomieken Stan Laurel en Oliver Hardy. Hij bezit duizenden foto's, honderden affiches, originele scripts van diverse films en zelfs een jasje dat Hardy in een van die films heeft gedragen. Navraag bij de redactie van het aan Laurel & Hardy gewijde blad Blotto, dat onregelmatig aan 800 lezers wordt toegezonden, leert dat Bousma's verzameling in deze kring niets dan geestdriftige gevoelens oproept.

De gedachte aan een museum bestond al geruime tijd, maar nam concrete vormen aan toen Bousma in gesprek raakte met een geestverwante horecaondernemer. In de leegstaande school, prominent gelegen in het oude centrum, zag de man een ideaal café. Het pand heeft hij intussen al gekocht, nu de vereiste toestemmingen nog.

Het gebouw, dat hoog op de voorgevel nog de naam Rijks Hoogere Burgerschool draagt, werd opgeleverd in 1902 en draagt ook de kenmerken van die tijd. Het doet een beetje aan Berlage denken: strak, functioneel en een minimum aan decoratieve frivoliteiten. Wie het betrad, stond in de mistroostig donkere hal onmiddellijk tegenover een stenen trap, in de loop der jaren uitgesleten door de voetstappen van duizenden leerlingen op weg naar de bovengelegen lokalen. Mijn dierbaarste herinnering geldt de zolder, waar we onder de ruwhouten balken de schoolkrant stencilden. Daar kwam tenminste de zon naar binnen, gefilterd door de kleine, bestofte raampjes.

Maar het was in Haagse ogen een kleine school - nooit meer dan zo'n 120 leerlingen in totaal. In 1969 werd de Rijks-HBS te Enkhuizen dan ook opgeslokt door de Rijksscholengemeenschap West-Friesland in Hoorn. En een paar jaar later gebeurde het onvermijdelijke: de school ging dicht, en de nu havo geheten opleiding verdween naar Hoorn. Toen vervolgens de rijkspolitie er in trok, liet men van het oude interieur niet veel over. De grote trap is allang weggebroken.

En nu zou dit gebouw, waar eens de tucht van het traditionele onderwijs heerste, veranderen in een hommage aan de onbezorgde lach?

Siep Bousma tempert mijn enthousiasme. Nu hij samen met zijn horecacompagnon de zaak aan het becijferen is, blijkt er naar zijn zeggen sprake te zijn van een investering van “vele tonnen”. Omdat subsidie niet aan de orde is, moet het museum zelfstandig uit de kosten kunnen komen. Dat zal niet meevallen. Op het stadhuis bevestigt Van der Schans dat de initiatiefnemers daarvan geen gouden bergen mogen verwachten: “Aan onze steun verbinden we de voorwaarde dat de horeca niet de overhand mag krijgen. In het voorstel dat dit najaar bij de gemeenteraad op tafel ligt, zijn de sluitingstijden van het café dan ook gekoppeld aan die van het museum.”

“Ik ben wel eens bang dat het allemaal toch iets te hoog gegrepen is”, zegt Bousma nu. Het is prematuur om te zeggen dat alles al in kannen en kruiken zou zijn.”

Maar ik zou het wel mooi vinden om eindelijk dat gebouw binnen te kunnen gaan zonder in mijn ooghoeken dat kamertje links naast de voordeur te zien, waar de directeur kantoor hield - ongenaakbaar achter zijn bureau gezeten, met een fronsende blik op de leerling die zich wegens onreglementair gedrag bij hem moest melden. Die man, dacht ik toen al, had nog nooit gelachen.