'Ik doe pompompom en zij herkennen het'

De Akademie voor Musicaltheater van Frank Sanders is vorige week in Amsterdam geopend. Veertien leerlingen leren van elf docenten het vak. “We leveren ze niet kant-en-klaar af voor Joop van den Ende.”

AMSTERDAM, 16 SEPT. New York is het grote voorbeeld, dáár gebeurt het, vindt Frank Sanders. Die stad is een 'melting pot', een bakermat voor nieuwe vormen van musical. Sanders' musicalschool staat middenin Amsterdam, de Jordaan is om de hoek, het hoofdbureau van politie aan de overkant. Nieuwe musicals maak je door “de cultuur op je in te laten werken”. En ook in Amsterdam ligt de cultuur op straat, zegt Sanders.

Het is vrijdagochtend half tien, de leerlingen, elf meisjes en drie jongens hebben dramales. De leerlingen spelen een ontmoeting, sommigen omhelzen elkaar innig, ook al is het pas de derde schooldag. “Speel het 's groter,” zegt de dramadocente. En: “Lieverd, je komt een heel eind.”

Frank Sanders (52) zelf komt later binnen, de controle in het ziekenhuis duurde langer dan verwacht. Begin 1997 werd bij hem longkanker geconstateerd. De opening van de school werd acuut afgelast, de negentig kandidaten voor de selectiecursus afgebeld. Nu, na weken chemotherapie en bestraling, oogt Sanders gezond. Hij wijst op zijn borst: “Van binnen is het nog een grote open wond.” De pijn is gebleven, de angst om weer alles plotseling te moeten annuleren ook. Maar zijn stem is hersteld, hij kan nog dansen en zijn droom, een eigen musicalschool, ging dit keer wel door.

Een Nederlandse musicalcultuur is er niet, vindt Sanders. En een echte opleiding voor het vak was er ook niet. “Musical is meer dan een optelsom van zang, dans en spel. Het gaat om het drama, het spel. De grote musicalsterren spèlen dat ze kunnen zingen en dansen.” Zelf trad hij op in zeven shows. “Ik kon alles een beetje.” Triples, mensen die alle drie de disciplines beheersen, bestaan volgens hem niet.

In een van de twee studio's speelt de pianist de eerste noten uit Rent, dé Amerikaanse musical over jongeren in een kraakpand. De leerlingen kennen de woorden uit hun hoofd. De jongste is zeventien, de oudste 24. De meesten komen net van de middelbare school, een enkeling heeft al een conservatoriumopleiding achter de rug. Ze zijn, zegt Sanders, echte musicalmensen. “Ik doe pompompom, zij weten: dat is uit Chorusline.” Musical lijkt op MTV. “Dans, zang, licht en mooie decors. Daar houden jongeren van.” Miljoenen mensen bezochten grote producties als Les Miserables en Miss Saigon van Joop van den Ende. Maar Sanders stoomt zijn studenten niet klaar voor de Van den Ende-shows. “Die musicals worden als kant-en-klare producten gekocht.”De Nederlandse acteurs moeten precies lijken op die in de originele versie. “Het zijn klonen.” En Sanders wil juist 'een kern van eigenheid' ontwikkelen. Geen eenheidsworstacteurs, die een kunstje kunnen. Sanders heeft liever niet dat zijn cursisten optreden naast hun opleiding. “Ze moeten niet in een of andere playbackshow op televisie gaan staan. Dat druist in tegen de filosofie van de school.” Een 'kern van eigenheid' playbackt niet.

Ara Halici (22) en Hester Schrofer (21) zijn uitzonderingen. Zij spelen in Frankenstein, een musical die Frank Sanders met zijn jongerenmusicalgroep Star uitvoert. Het is hard werken vinden ze. De school, de repetitities en dan ook nog een baan om drie jaar lang vijfduizend gulden collegeld te kunnen betalen. De Akademie is een particuliere school, dus studiefinanciering krijgen ze niet.

Maar Hester heeft er alles voor over, zegt ze, ze is verslaafd aan musical. Toen ze in Londen woonde, ging ze naar alle kleinere musicals. “Ik hou niet van commerciële shows.” Soms gaat ze terug, van haar spaargeld, en ziet dan zes voorstellingen in een weekeinde. Noem een musical en ze heeft hem gezien. Alleen de voorstellingen waar Sanders in speelde kent ze niet. Ara heeft de hoofdrol in de Starmusical, hij is Frankenstein. Maar sterallures heeft hij niet, zegt hij. Hester ook niet. Zij speelt een lijk. Na de korte pauze worden de leerlingen opgedeeld in de Cabaretgroep en de Chicagogroep. De ene helft krijgt spraakles, de andere helft musicaltheaterstudie. De groepen hebben met opzet namen, geen nummers of cijfers. “Anders voelt groep 2 zich minder dan groep 1.” Het onderwijs op Sanders' school is vooral 'liefdevol'. Niet de kinderen afbreken tot op het bot, en dan naar eigen inzicht vorm geven, zoals op veel andere theaterscholen gebeurt. De studenten, vindt Sanders, moeten eerst het ambacht leren.

Sanders: “Je beschadigt mensen als je begint met in hun ziel te wroeten op zoek naar hun kern, het diamantje binnenin. En wat doe je als het diamantje tegenvalt? Ze moeten zichzelf leren kennen, zelf keuzes maken. Wij kunnen daar hooguit bij gidsen.” De aanpak op zijn school, zegt Sanders, is heel concreet. De danslerares is ouderwets meedogenloos. Met spierpijn of vermoeidheid heeft ze niets te maken. De benen moeten omhoog, ook die van de jongens. Een kwartiertje uithijgen en dan begint het vak musicaltheaterstudie. De volgende harde les van docent Steven Moonen: “Wij garanderen jullie geen werk na de opleiding.” Daarom leert hij de leerlingen hun eigen werk bedenken en uitvoeren. Hun eerste eigen musical moet over zwerfjongeren gaan.

De laatste les, vrijdagmiddag om vier uur, geeft Frank Sanders zelf. De studenten zitten op de grond, hij zit op een krukje tussen hen in. Hij heeft een lied gekozen uit de musical Elisabeth. Het gaat over de dood. De stervende zingt, de rouwenden zijn het koor. Om de beurt moeten de studenten praten over doodgaan.

“Soms is het een verlossing”, zegt een zeventienjarige. “Ik denk weleens: waarom dans ik, ik ga toch dood”, zegt een ander. “Het ergste is het moment dat beseft dat je gaat sterven.” Tranen vloeien. Twee meisjes verdwijnen naar de wc. Sanders glimlacht verlegen. “En ik maar zeggen dat we niet in zieltjes wroeten.” Hij vouwt zijn armen om zijn borstkas, en danst op de eerste noten van de muziek: 'Der letzte Tanz'.