Een beetje huis lekt

Nora vloekt. Door het zolderraam ziet ze haar buurman en zijn stucadoor door haar goot lopen. Dat betekent lekkage bij de volgende bui. En buurman weet dat, want Nora's goot is zo vaak gelapt dat hij wel patchwork lijkt. Altijd banjert die etterbak door háár goot. Nooit door die gloednieuwe die ernaast ligt. Want die nieuwe is van hem en waarom zou hij die lektrappen? Nu moet ze eigenlijk het raampje opengooien en de plebejer ter verantwoording roepen, maar ze herinnert zich wat hij de vorige keer geantwoord had: 'Elk huis lekt.'

'Uw eigen huis soms ook?' had ze gevraagd.

'Tuurlijk.'

'Maar u bent toch aannemer?'

'Een beetje huis lekt.'

Als buurman en zijn stucadoor door hun luik verdwenen zijn, opent Nora het raampje. Tegen haar dak staat een ladder, met de poten in háár goot. Woedend klimt ze naar buiten. Tevergeefs probeert ze de ladder door het raampje haar eigen huis binnen te manoeuvreren. Het ding kan de bocht niet maken. Ze zet hem terug en klimt weer naar binnen.

Een half uur later begint het te regenen. En ja hoor, dikke bruine druppels rollen langs haar behang. Met lood in haar schoenen gaat ze naar beneden. Buurmans buitendeur staat open. Met zijn stucadoor is hij aan het werk in zijn portaal.

De heren kijken niet op, als zij in de deuropening verschijnt.

'Het lekt weer bij ons', zegt Nora. Buurman reageert niet, zodat Nora haar mededeling herhaalt.

'Ik ben niet doof', zegt buurman.

'Maar u antwoordde niet.'

'U vroeg toch niks?'

'Het lekt weer bij ons!'

'Wat heb ik daarmee te schaften?'

'U liep daarnet in onze goot. Met hem.'

Buurman kijkt op.

'Hoe kan dat nou? Ik sta toch hier?'

Voor het eerst wordt Nora fel. Dit argument kan ze weerleggen.

'Ja', antwoordt ze. 'Ik sta nu óók hier, maar twee tellen geleden was ik nog boven.'

'Waren wij boven?' vraagt buurman aan zijn stucadoor. Stucadoor schudt van nee. 'Ziet u wel!' Buurman gaat door met zijn werk.

'Hmmm', doet Nora smalend. 'Er staat een ladder op het dak.'

De heren leveren geen commentaar. 'Is die soms van u?'

'Hoe kunnen wij dat nou weten?'

'Okay, als hij niet van u is, dan haal ik hem binnen.' Buurman kijkt haar aan en dreigt met zijn wijsvinger.

'Hé, pas op hè!'

'Dus hij is van u?'

'Dat heb ik niet gezegd.' Hij draait zich weer naar zijn werk.

Nora kijkt naar die twee betonnen ruggen en bijt op haar nagels. Waarom heeft ze die ladder niet meteen in de diepte gekwakt? Als je handschoenen aantrekt, kan niemand bewijzen wie het heeft gedaan. Begint ze het eindelijk te leren?