Discussie over hyptheekrente barst weer los; Einde rente-aftrek 'onzin'

De hypotheekrente-aftrek staat ter discussie. De regeling is royaal in vergelijking met andere Europese landen.

DEN HAAG, 16 SEPT. Over drie jaar neemt Nederland afscheid van de gulden. Als het aan de Raad van State ligt, sneuvelt in het begin van de volgende eeuw ook nog een ander uniek fenomeen: de onbeperkte aftrek van hypotheekrente.

In vergelijking met andere landen is deze regeling bijzonder royaal. Gisteren, in zijn beoordeling van de Miljoenennota 1999, wees de Raad van State, het hoogste adviescollege van de regering, erop dat in de Economische en Monetaire Unie “sterk van elkaar afwijkende fiscale systemen” meer op elkaar zullen worden afgestemd. Dit betekent “op den duur” het aan banden leggen van de aftrek. De regering zou daar “ tijdig” rekening mee moeten houden.

“Onzin”, denkt het ministerie van Financiën, maar schrijft dat diplomatieker op. Financiën beroept zich op het subsidiariteitsbeginsel, dat ruimte geeft voor eigen (fiscaal) beleid. In Nederland mag daarom het eigen huis anders worden behandeld. “Zoals ook vastgelegd in het regeerakkoord ziet de regering geen redenen om aan de fiscale behandeling van de eigen woning te tornen”, aldus de repliek. En in zijn toelichting op de Miljoenennota zei premier Kok: “Ik herhaal dat dit kabinet geen wijzigingen zal doorvoeren in een aftrek van de hypotheekrente voor het eerste huis.”

In Nederland mag de rente die wordt betaald over een hypothecaire lening worden afgetrokken van de belasting. De fiscus stelt geen maximum. Door de progressieve tarieven (36, 35, 50 en 60 procent) loopt het voordeel op met de hoogte van het inkomen. Iemand met een inkomen vanaf 105.000 gulden betaalt 60 procent belasting. En dat betekent dat van iedere 1.000 gulden hypotheekrente 600 gulden voor rekening van de fiscus komt. Voor mensen met een inkomen tot 47.000 gulden, tarief 36,35 procent, bedraagt de bijdrage van de fiscus 363,50 gulden per duizend gulden hypotheekrente.

Dit jaar wordt volgens het Centraal Planbureau (CPB) 28,2 miljard gulden afgetrokken van de belasting, waarmee dit tevens de hoogste aftrekpost is. In 1990 was dit nog 15,7 miljard gulden. De stijging is voor een groot deel toe te schrijven aan de gigantische stijging van de huizenprijzen de afgelopen jaren en de nog forsere toename van de omvang van de hypotheekleningen.

De ruime fiscale behandeling van huizenbezitters moest een bijdrage leveren aan het woningbezit. Op dit moment kent geen ander Europees land zo'n riante regeling. Toch heeft dat niet tot gevolg dat het eigen-woningbezit in Nederland hoger is, in vergelijking met andere landen. In België, Groot-Brittannië en Frankrijk is het aandeel eigen woningen ten opzichte van het totaal beduidend hóger dan bij ons. Alleen in Duitsland, Zweden en Zwitserland is het lager. Een relatie tussen de aftrekmogelijkheden en het woningbezit lijkt er niet te zijn. In België en Groot-Brittannië is de aftrek van de hypotheekrente beperkt, in Frankrijk en Duitsland niet toegestaan.

De Nederlandse fiscus beschouwt het eigen huis als een investeringsgoed. De Nederlandse overheid subsidieert gemiddeld een kwart van het eigen huis. In België, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland bedraagt de overheidsbijdrage 7 à 8 procent.

Nu heeft de Raad van State het onderwerp dan weer op de agenda gezet. Maar ook binnen de PvdA blijft het rommelen. Het Tweede-Kamerlid Jan van Zijl, vice-fractievoorzitter, pleitte vorige week voor een inhoudelijke discussie. Een storm van kritiek barstte los.

Binnen Paars blijft het onderwerp voorlopig wél taboe. Begin volgend jaar komt het kabinet met het wetsvoorstel van het belastingsysteem voor de volgende eeuw, dat in 2001 moet worden ingevoerd. In het nieuwe systeem wordt niet aan de hypotheekrente-aftrek getornd. De kritiek van de Raad van State op het wetsontwerp laat zich al schrijven.