China-reis Robinson 'niet gemakkelijk'

Voor het eerst heeft een Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties China bezocht. “Een primeur”, aldus Hoge Commissaris, Mary Robinson, na afloop van haar tiendaagse bezoek. “Maar het was niet gemakkelijk.”

PEKING, 16 SEPT. Er zijn drie belangrijke onderwerpen in China waarover praten 'niet gemakkelijk' is: de status van Taiwan, politieke hervormingen en mensenrechtenkwesties (waaronder de kwestie Tibet). Slagen buitenlandse politici erin een van deze onderwerpen aan de orde te stellen - in de veronderstelling dat er serieus is geluisterd - dan mag worden gesproken van een succes. En dat is wat de gedecideerde, terzake kundige Hoge Commissaris voor de mensenrechten, Mary Robinson, heeft bereikt. Met het juiste gevoel voor maat evenwel, stelde zij gisteren op de laatste dag van haar bezoek aan China, dat “zelfs met alle goede wil van de wereld” geen wonderen van haar mogen worden verwacht. Robinson begrijpt haar Chinese gastheren en weet dat het leveren van felle kritiek op het schenden van mensenrechten geen zoden aan de dijk zet. De kloof tussen China en het Westen is groot.

Opmerkingen, zoals begin dit jaar gemaakt door de Chinese afgevaardigde bij de VN, Wu Jianmin, in de Amerikaanse krant International Herald Tribune, tekenen de werelden van verschil en de sfeer waarin moet worden gepraat. “Het heeft iets weg van twee echtgenoten in een huwelijk”, zei Wu over de universele rechten van de mens, “als we allemaal hetzelfde zouden zijn, dan zou de wereld maar een saaie plek zijn. We dienen ons te concentreren op zaken van overeenstemming en niet op dat wat ons verdeelt.”

De Chinese autoriteiten wijzen voortdurend op het feit dat China groot is en dat vrijheid van meningsuiting leuk en aardig is, maar dat zij daarmee geen magen kunnen vullen. Robinson kreeg dezelfde boodschap mee: “President Jiang Zemin zei dat China een ontwikkelingsland is, waar 1,2 miljard mensen wonen. Dus de eerste zorg is (...) dat de mensen voldoende voedsel en kleding hebben”, aldus het Volksdagblad van gisteren.

Chinese politici hebben het in de discussie met de internationale gemeenschap ook telkens over China's eigen karakteristieken en het recht op het behoud daarvan. Als de doodstraf en de beperking van de vrijheid van meningsuiting bij die karakteristieken horen, dan dient de wereld dat maar te respecteren.

Diplomaten en politici hebben inmiddels geleerd dat pas voorzichtig over dergelijke onderwerpen kan worden gepraat, wanneer eerst uitgebreid aandacht wordt besteed aan zaken die China in de afgelopen twee decennia wel voor elkaar heeft gekregen. Robinson heeft dat, in navolging van de Amerikaanse president Clinton tijdens zijn bezoek in juni, ook gedaan. Zij prees China voor zijn inzet “armoede te bestrijden en alle mensen te voorzien van basisbehoeften.” Want in dat opzicht heeft China wel degelijk wat bereikt. Volgens gegevens van de Wereldbank leefden in 1996 70 miljoen Chinezen onder de armoedegrens. In 1978 waren dat er nog 260 miljoen.

De vraag nu is of de benadering van 'discussie in plaats van confrontatie' tot concrete resultaten leidt. De voorzichtige aanpak van een delegatie juristen en diplomaten van de Europese Unie, begin dit jaar, draaide uit op hopeloos pijnlijke situaties, zoals het weinig representatieve bezoek aan een Chinese modelgevangenis. En ook tijdens Robinsons bezoek werden dissidenten onder haar neus opgepakt. De Hoge Commissaris gelooft evenwel een belangrijke boodschap te hebben overgebracht. Zij deelde de Chinese autoriteiten mee dat zonder sociale en politieke rechten geen sprake kan zijn van duurzame economische ontwikkeling. Haar Chinese gesprekspartners zouden naar haar hebben geluisterd en de bereidheid hebben getoond daar in de toekomst met de mensenrechtencommissie van de VN over te praten.

Als bewijs voor zijn serieuze inzet heeft Peking aangegeven dat China voortdurend werkt aan verbetering van zijn wetgeving en de naleving daarvan. Het bericht dat gisteren op de laatste dag van het bezoek van Robinson in het Volksdagblad verscheen, zou echter evengoed kunnen worden uitgelegd als bewijs dat Chinese rechtsstaat er slecht voor staat. De krant meldde dat in de eerste acht maanden van dit jaar maar liefst 5.000 rechters en politie-agenten zijn gestraft voor het overtreden van de wet. Volgens Xiao Yang, president van China's hoogste gerechtshof, hebben Chinese rechtbanken in dezelfde periode 15.000 keer een verkeerd vonnis geveld. Ongeveer 8.000 zouden er inmiddels zijn herroepen. In hoeveel gevallen er niets meer viel te herroepen, omdat het om de doodstraf ging, werd niet gezegd.