Bezorgdheid na uitspraak over rol kunst in gebouwen

ROTTERDAM, 16 SEPT. De rechterlijke uitspraak in het kort geding dat de kunstenaar Peter Struycken had aangespannen tegen het Nederlands Architectuurinstituut heeft tot verontrusting geleid onder architecten.

Francine Houben van Mecanoo, een van de succesrijkste architectenbureaus in Nederland, liet na de uitspraak van de rechter weten dat ze zich zorgen maakt over de rol van kunstwerken in de gebouwen. “Als meer kunstenaars zich gaan opstellen als Peter Struycken, dan zal ik mijn opdrachtgevers adviseren om kunst alleen onder heel strikte voorwaarden bij hun gebouwen te betrekken”, zegt ze. “Kunstenaars die een werk voor, op of in een gebouw maken, moeten beseffen dat het deel gaat uitmaken van de openbare ruimte en van de stad. En een stad verandert nu eenmaal voortdurend; kunstenaars zouden hierop moeten inspelen en zich niet beroepen op het auteursrecht en de autonomie van hun werk.”

Vorige week bepaalde de Rotterdamse rechtbankpresident dat het lichtkunstwerk van Peter Struycken in de arcade van het Nederlands Architectuurinstituut was behangen door beschilderde doeken, zoals de kunstenaar betoogde. Het Nederlands Architectuurinstituut had in het kader van de manifestatie schilderingen van Rotterdamse en Zuid-Afrikaanse kunstenaars laten aanbrengen op de betonnen kolommen van de arcade. Peter Struycken vond dit een ontoelaatbare inbreuk op zijn lichtkunstwerk en spande een kort geding aan tegen het Nederlands Architectuurinstituut.

“Deze uitspraak kan een averechtse werking hebben”, zegt Wytze Patijn die als Rijksbouwmeester nauw is betrokken bij het ontwerpen en de bouw van gebouwen voor de overheid. “De uitspraak kan een belemmering worden om kunstwerken in het kader van de 1-procentsregeling in of bij rijksgebouwen te plaatsen. Het is inherent aan gebouwen en dus ook de kunstwerken die er onderdeel van zijn, dat ze in de loop der jaren veranderen. En als dat dan telkens leidt tot ellenlange vergaderingen en rechtszaken van kunstenaars die zich beroepen op hun auteursrecht, dan heb je de kans dat opdrachtgevers en architecten ten slotte zeggen: 'dan maar geen kunst bij ons gebouw.'

“Dat zou jammer zijn, want kunst die inspeelt op de omgeving kan juist heel spannend zijn. Maar kunst die in gebouwen is geïntegreerd, is niet voor de eeuwigheid. Net zoals je je huis voortdurend verandert, zijn ook gebouwen en dus ook de bijbehorende kunst onderhevig aan wijzigingen. Wanneer een gebouw gereed is, is het niet meer iets van de architect of kunstenaar, maar van de gebruikers. In het nieuwe gerechtsgebouw in Den Bosch hangen nu wandtapijten van kunstenaars. Ze zijn erg mooi, maar ik kan me voorstellen dat de gebruikers straks, na dertig jaar, iets anders willen. Dat zou dan niet kunnen: de uitspraak van de rechter kan leiden tot een star conservatisme onder kunstenaars.”

Ook Chris Dercon, directeur van Museum Boijmans Van Beuningen maakt zich zorgen over de toekomst van kunst in de openbare ruimte. “Ik ben weliswaar museumdirecteur, maar ik sta aan de kant van de architecten”, zegt hij. “Ik ben ongerust over het vonnis. Er bestaat een verschil tussen kunstwerken die door een museum zijn gekocht en kunst in de openbare ruimte. De eerste soort kunst moet zo goed mogelijk worden beheerd, maar de tweede soort maakt onvermijdelijk deel uit van de veranderende omgeving. Veel architecten weten al dat hun gebouwen veranderlijk moeten zijn en spelen in op thema's als flexibiliteit en mobiliteit. Beeldend kunstenaars zouden dit ook moeten doen, ze zouden de nieuwe mogelijkheden die deze thema's bieden, veel meer moeten uitbuiten. Ik vind het lichtkunstwerk van Struycken schitterend, maar er schuilen in het flexibele gebruik ervan veel meer mogelijkheden dan hij zelf schijnt te beseffen.

“Wat ik ook verontrustend vind in de kwestie-Struycken is dat er wordt gesproken over de schilderingen van de Nederlandse en Zuid-Afrikaanse kunstenaars als een 'rommelig allegaartje'. Het is niet langer denkbeeldig dat een kunstenaar als Struycken straks ook wil dat skateboarders of zwervers uit de arcade van het NAi worden geweerd, omdat ze inbreuk maken op zijn kunstwerk. Sterker nog, het is zelfs niet denkbeeldig dat een kunstenaar een zaak tegen een museum begint, omdat hij niet wil dat zijn werk naast dat van een ander hangt.”