Authenticiteit

Een van de pijlers van de jaren-zestig-revolutie was het ontmythologiseren van seks. De NVSH op het hoogtepunt van haar bloei bezong de boodschap in alle toonaarden: seks was iets volstrekt normaals, iedereen deed het, niets om je over te schamen, alle extremiteiten waren eerder vertoond en waren oké mits op basis van vrijwilligheid, ouderen konden gerust jongeren inwijden, hoe meer er openlijk over werd gepraat, hoe minder kans op trauma's en frustraties. De hele campagne was eigenlijk een lange stormloop op de hypocrisie en de valse schaamte met het doel deze te vervangen door authenticiteit.

Dertig jaar later is iedereen er misschien wat authentieker op geworden, maar seks leent zich nog altijd slecht voor onbevangenheid. Je vertelt op kantoor dat je met je vrouw/man gisteren zo heerlijk gegeten hebt in dat en dat restaurant, maar niet dat je zo'n geïnspireerde vrijpartij hebt beleefd. Zelfs het meest onschuldige, moreel wenselijke seksfeitje (man en vrouw gaan in eer en deugd tot wederzijds genoegen met elkaar naar bed) wordt ongeschikt gevonden als bijdrage tot de conversatie. In dat opzicht staan alle taboes op seks nog recht overeind.

Aan de onbekommerde, gezellige, zelf-actualiserende kant van het seksspectrum viel bij nader inzien ook niet zo veel te halen voor degenen die zich ten doel hadden gesteld seks bespreekbaar te maken. Als er dan toch over gepraat moest worden (en dat gebeurde in toenemende mate onder de vlag van de zelfontplooiing en de zelfexpressie), ging het over narigheid en ellende. Al gauw kwam uit de soep van pornografie, impotentie, frigiditeit, abortus, homoseksualiteit, promiscuïteit, prostitutiebezoek, sadomasochisme een thema bovendrijven dat in het geheel niet accordeerde met de vrijheid/blijheidgedachte, namelijk verkrachting en meer in het algemeen: seksuele intimidatie van vrouwen, niet lang daarna gevolgd door incest en seksueel misbruik van kinderen.

De anti-hypocrisiebeweging, destijds begonnen met het naïeve oogmerk een paradijs van seksueel hedonisme te stichten, was tot haar eigen ontzetting gestuit op een verborgen reservoir van duistere driften en afzichtelijke handelingen, die bovendien (geen onbelangrijk detail) illegaal waren. Dit leidde onvermijdelijk tot een comeback van het moralisme in seksuele zaken, zoals die in de media en het openbare leven worden besproken, c.q. voorgeschreven. Seksuele relaties tussen boven- en ondergeschikten zijn in sommige (Amerikaanse) bedrijven verboden, evenals die tussen professoren en studenten op universiteiten of onder collega's in het leger. Hulpverleners en docenten krijgen cursussen hoe 'signalen van incest' te herkennen. Burgers worden aangemoedigd vertrouwensartsen te bellen desnoods anoniem, als ze ergens misbruik vermoeden.

Deze voorbeelden van seks vertonen verschillende gradaties van morele laakbaarheid. Een kind misbruiken is erger dan het overspel van een professor met een mooie, jonge studente of de seksverdwazing tussen een president en een stagiaire. De culturele weerzin tegen hypocrisie is echter zo groot geworden dat leugenachtigheid of zelfs maar de wens om iets verborgen te houden als een grotere misdaad is gaan gelden dan het laakbare gedrag zelf. 'Dat je vreemd gaat neem ik je minder kwalijk dan dat je erover gelogen hebt', is de mantra van de bedrogene. Seksuele transgressie (voor zover niet juridisch strafbaar) moet kunnen, als je er maar eerlijk bij blijft.

De prijs die betaald wordt voor het afschaffen van de hypocrisie bestaat uit afnemende loyaliteit met degene die over de schreef gaat. Voor de seksuele revolutie kneep men oogjes toe, beleed met de mond iets anders dan men deed, weigerde bepaalde misstanden tot het bewustzijn toe te laten. Nu wil men authenticiteit, eerlijkheid en waarheid. Helaas ziet de waarheid van vandaag er vaak anders uit dan de waarheid van gisteren. De affaire-Lewinsky is een opeenstapeling van verraad, van feiten die beter met de mantel der hypocrisie bedekt hadden kunnen blijven. Als iedereen op zoek gaat naar seksuele waarheid, is niemand meer loyaal.