Tirana gespannen na dag van anarchie

TIRANA, 15 SEPT. In de Albanese hoofdstad Tirana heerst een gespannen rust na de anarchie van gisteren, toen aanhangers van oppositieleider Sali Berisha overheidsgebouwen bezetten. De politie herstelde later de orde. Bij de rellen vielen drie doden en veertien gewonden.

Berisha organiseerde vandaag een nieuwe manifestatie tegen premier Fatos Nano. Die werd door de regering verboden, maar ging wel door. Er werd niet ingegrepen. Rond duizend betogers - velen van hen gewapend - scandeerden de leuzen 'Dood aan Nano' en 'Berisha president'.

De anarchie brak gisteren uit toen tienduizend aanhangers van de oppositionele Democratische Partij (PD) van Berisha de zaterdag door onbekenden vermoorde PD-leider Azem Hajdari wilden begraven. Toen de stoet langs het regeringsgebouw trok, werd gepoogd het gebouw binnen te dringen. Er vielen vanuit het gebouw en de menigte schoten over en weer. Daarop brak een spontane revolte uit. Gewapende DP-aanhangers drongen schietend het regeringsgebouw binnen. Anderen bezetten het parlement en het gebouw van de televisie. Toen het leger tanks de straat opstuurde, werden die door de menigte veroverd en in triomf rondgereden. Twee tanks zijn nog in handen van aanhangers van Berisha en staan voor het partijhoofdkwartier.

Urenlang trokken groepen aanhangers van Berisha door het centrum, schietend met kalasjnikovs en plunderend, in wat door de regering werd gezien als een poging haar met geweld omver te werpen. De politie en het leger lieten zich niet zien. Premier Nano, ondergedoken op een onbekende plek, beschuldigde Berisha van een coup waarvoor de regering niet zou wijken. Later stelde hij Berisha een ultimatum: als deze niet voor vanochtend het land zou hebben verlaten, zou hij worden gearresteerd. Berisha negeerde het ultimatum. Later zei de regering dat er helemaal geen ultimatum was geweest.

Later gisteren stuurde de regering speciale politietroepen de straat op, die met hun auto's met hoge snelheid door de straten reden en erin slaagden de orde te herstellen. Ze hadden (en hebben) opdracht zonder waarschuwing te schieten op iedereen die een wapen draagt. Berisha bestempelde dat vandaag als “een militaire coup”. Zijn aanhang ontruimde de bezette overheidsgebouwen, die nu worden bewaakt met pantserwagens. De oppositiechef vroeg vanuit het hoofdkwartier van zijn Democratische Partij zijn aanhang rustig te blijven. Nano van zijn kant riep de Albanezen op “de chaos van vorig jaar te voorkomen en Albanië niet te kapen”.

President Rexhep Meidani sprak gisteravond met vertegenwoordigers van de regeringspartijen en de oppositie. Na afloop zeiden woordvoerders van Nano's coalitieregering dat de regering wordt gewijzigd.

Het buitenland heeft met grote bezorgdheid gereageerd op het geweld in Albanië, uit vrees voor een herhaling van de anarchie van vorig jaar. De NAVO, de Europese Unie, de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE en de regeringen van Italië, Duitsland en de VS drongen er bij de Albanese leiders op aan geweld te vermijden. De Amerikaanse regering waarschuwde Berisha - zonder hem te noemen - dat Washington geen regering zal erkennen die met geweld aan de macht is gekomen. In Italië wordt gewerkt aan plannen om eventueel Italiaanse staatsburgers snel uit Albanië te evacueren.