Terug naar Uta en Bernt

Het is 1986. De DDR. Ik ben bij Bernt en Uta in Magdeburg. Magdeburg is vreselijk. Een grauwe industriestad. Donker, kaal, weids en guur. Maar bij Bernt en Uta is het gezellig. Ze wonen in een klein straatje aan de rand van de stad met allemaal eengezinswoningen. Waar ik moet zijn onthoud ik altijd door te denken aan iets alternatiefs. Reform Tankstelle. Aan de ringweg. De stad is daar nog dorp. Tuintje voor, tuintje achter. Handig voor wat extra groente. Hij werkt bij de bank; zij is architect.

Het huis is oud. Bruin. Donkere balken aan het plafond. Zeven DDR-mark huur per maand. De Pappe (Trabant) staat in de zelfgebouwde garage. De walkman weegt anderhalve kilo. Vakanties aan de Oostzee, in Hongarije, aan het Balatonmeer. In een oranje tent met plastic er overheen.

De huisdeur gaat nooit op slot. Ze lachen om de fietssloten die ik voor ze heb meegenomen. Ze vergapen zich aan de glanzende producten. Koffie uit het Westen. Veertig verschillende flesjes bier. Ze zijn niet rijk, maar ze hebben alles. Zelfs een gemeenschappelijke vijand. De andere kant. 'Voorzichtig, anders kunnen ze ons horen.'

Ze zouden zo graag eens een kijkje willen nemen in Nederland. Maar ja. Nooit mag ik de auto voor de deur zetten. In mijn aantekeningen staat: 'Bei Bernt ist es besser an Uta auf dem Umschlag zu adressieren. Wegen der Bank'. Betrekkingen met burgers uit het Westen worden niet op prijs gesteld. Zeker niet als je bij zo'n gevoelig instituut werkt als de staatsbank. En de Stasi heeft overal oren en ogen.

Twaalf jaar later. Bernt en Uta wonen in Domersleben, een dorp tien kilometer ten oosten van Magdeburg. Ze wonen op de 'hypotheekheuvel', zo noemen de oorspronkelijke dorpsbewoners van Domersleben het. Een nieuwbouwwijk vol vrijstaande villa's. De auto mag ik voor de deur zetten. Alles is nieuw in hun huis. Op elke verdieping is een toilet. Er zijn twee badkamers. Parket. Een inbouwkeuken. Philips stereotoren. Een tuin met uitzicht op de Harz. Holger zit in de Bundeswehr. Hun zoon! In de Bundeswehr!

Ik moet fotoalbums bekijken. Na het dagje Hamburg kwam Zuid-Frankrijk. Met de camper. Hotels in Turkije, Spanje. Volgend jaar wachten de VS. Ze hebben allebei hun baan nog. Hij bij de Dresdner Bank. Zij bij het architectenbureau. Bernt en Uta zijn nog net zo aardig als vroeger. Natuurlijk kan ik blijven slapen. Ik moet.

En bier drinken. Ach ja toen, de DDR. Nee daar willen ze niet meer naar terug. De groente in de tuin is nu een glanzend gazon. Groente koop je in de supermarkt. De Trabant is een Opel geworden.

Het is ze meegevallen. Maar zij hebben hun baan nog. Dat is het verschil. Al die zaken die alweer zijn gesloten, omdat er te veel mensen zijn zonder geld. Ach, gelukkiger, gelukkiger? Mensen zijn zo neidisch, zo afgunstig. Er is geen band meer. De deur moet op slot. Buitenlanders worden doodgeslagen. Nazi's steken de kop op. 'Ik ben een Ossi, geen Bundesburger', zegt Bernt. Ze stemmen groen.

Iets anders? PDS (oud-communisten)? 'Hè Willem', zegt Bernt, 'ben je het dan vergeten? Es ist besser an Uta auf dem Umschlag zu adressieren. Wegen der Bank.'