Schone zakdoek

Ergens in de jaren zestig begon de verdrijving uit broekzak en mouw van de traditionele katoenen (of van ander textiel vervaardigde) vierkante neusdoek. Ik herinner me nog goed hoe ik aan de papieren wegwerpzakdoek geraakte, destijds nog uitsluitend vervaardigd door de firma Tempo en verkrijgbaar in papieren pakjes van 10 stuks, die je door middel van een dun rood touwtje moest openen.

Een bevriende biologiestudent rekende mij voor hoe snel bacteriën zich vermenigvuldigen in een klodder snot, in een goed verwarmde broekzak, en daarna bij ieder snuiten van de neus bij duizenden tegelijk ook weer naar binnen worden gesnoven. Het was een wonder dat gebruikers van deze lap ooit nog van een verkoudheid herstelden.

Jongens en mannen stopten dit onmisbaar attribuut gewoonlijk in de broekzak. Een schone zakdoek kon echter ook als pochet dienst doen. Meisjes en vrouwen stopten een exemplaar van kleinere afmetingen in tasje of mouw. Dit laatste deden ook pastoors, paters en andere geestelijken die destijds nog voornamelijk in klederdracht rondliepen. Voor een misdienaar was het bij verkoudheid ook een uitkomst. Wij lagen destijds nog geknield voor het altaar, op de marmeren treden, gekleed in toog en superplie. Het was dan lastig om bij je broekzak te komen. Ik zie mijn broer nog zijn rok ophalen tijdens de hoogmis in een volle kerk om zijn zakdoek uit de 'zondagse pak'-broek te trekken - wat een verschutting.

Het was bijna even erg als je vertonen bij huis- of tandarts zonder schone zakdoek, hoewel ik me niet kan herinneren dat er in de spreekkamer ooit naar gevraagd werd. Maar 'heb je een schone zakdoek bij je?' was het eerste wat je thuis te horen kreeg voor je de deur uitging, al had je een wang als een luchtballon.

De meeste zakdoeken waren uitgevoerd in een saai ruitpatroon met onbestemde fletse kleuren. Tijdens een reis door Maleisië viel mij op dat de sarongs die de mannen er droegen wel een uitvergroting leken van onze vertrouwde zakdoek. Mijn Maleise vriend vertelde me dat de kleurrijke gebatikte sarongs, die alleen nog in sommige vissersdorpen door de mannen gedragen worden, verdrongen zijn door drijverij van de moslimgeestelijkheid die ze als een ontoelaatbare frivoliteit aanmerkt.

Natuurlijk hebben we ook nog de bekende rode zakdoek, soms met witte stippen, soms met een blauw patroon in de rand. Deze zakdoek werd vroeger vrijwel uitsluitend gebruikt door personen van het mannelijk geslacht die werkzaam waren in de landbouw. Tegenwoordig wordt hij nog veel gebruikt als halsdoek tijdens de boerenbals rond carnaval waarbij de punten om de hals niet geknoopt worden, maar door de huls van een luciferdoosje dienen te worden geschoven.

Als kind gebruikten we de zakdoek natuurlijk ook als noodverband bij geschaafde knieën, en wilde je een postkoets of een bank overvallen dan was de zakdoek een onmisbaar vermommingsattribuut. Ik vraag mij af hoe kinderen dat tegenwoordig doen, zo'n Tempo-dingetje bind je niet zomaar even voor je gezicht. Of ze overvallen geen postkoetsen meer.