Rust en drama in wintermode

Drie Amsterdamse modeontwerpers hebben hun wintercollecties getoond. De een zocht het in ingetogen, zakelijke kleding, de ander in knellende corsetten en uitbundige, luxe avondjaponnen met goud, zilver en doorschijnend plissé.

AMSTERDAM, 15 SEPT. Onder grote belangstelling hebben de Amsterdamse ontwerpers Colette van Landuyt, Mart Visser en Frans Molenaar de afgelopen twee dagen hun wintercollecties getoond. Colette van Landuyt had als locatie Felix Meritis gekozen. De bescheiden Vlaamse ontwerpster, die ruim twintig jaar geleden in Nederland neerstreek, heeft vanuit haar atelier/winkel op de Keizersgracht in Amsterdam een circuit van liefhebsters opgebouwd. Het zijn veelal vrouwen met openbare functies, die echter zelden verschijnen in de roddelbladen of in programma's van populaire omroepen.

Colette van Landuyt praat niet graag over haar kleren, maar bedenkt en maakt ze liever. Ze noemt ze 'functioneel en poëtisch': “mijn klanten moeten zich niet hoeven om te kleden tussen een vergadering en een terrasbezoek erna”. Ze maakt in principe geen couture, maar vrouwen met afwijkende proporties kunnen rekenen op maatwerk. Voor de wintercollectie gebruikt Van Landuyt veel wol (gabardine, crêpe of fluweel) die vloeiend om het lichaam valt, vrouwelijke vormen volgt, 'maar néé, nooit sexy' is. Haar broekpakken, tunieken en jurken met jasjes stralen kracht en rust uit, en vormen een goede ondergrond voor de verweerd ogende grote sieraden van de Florentijnse Alessandro Poli, die tegelijkertijd gepresenteerd werden.

Van Landuyt maakte alle schetsen voor deze collectie 'in twee uur' op een expositie in Parijs van oude Afrikaanse kunst. De modellen van vazen en Afrikaanse motieven zijn vagelijk terug te vinden in geometrische patronen in de stof, waarin ze naden maakt 'als nerven', die structuur en soms volume aan een kledingstuk geven. Ze werkt nauwelijks met dessins en streeft naar simpel ogende oplossingen, die ondertussen vaak complexe coupes en constructies inhouden, alles gebaseerd op de kunst van het weglaten. Maar er zijn ook vrolijke details in de vorm van een a-symmetrische plooi op een heup, die je zou willen gladstrijken (wat niet gaat), of een draperie in een simpele hemdjurk die net even de heupbeweging accentueert, of valse naden die kruislings over een voorpand lopen, en schijnbaar toevallig de lijnen van borsten, buik en heupen volgen. In haar kleding zie je overeenkomsten met het werk van Japanse ontwerpers als Comme des Garcons, al is Van Landuyt zelden extreem. “Ik kijk nooit in modebladen, maar achteraf zie ik wel gelijkenissen met andere ontwerpers. Blijkbaar is er dan toch iets collectiefs aan het gebeuren.” Feestkleding maakt ze niet. “Is niet nodig, als iemand bij mij komt voor een bruidsjurk, dan is deze - een blauwgrijze hemdjurk van schuingesneden crêpe - toch prachtig, eventueel in een andere kleur?” Je kleedt je ook in het dagelijks leven mooi, is haar idee: “Niet als je loopt te rennen en te vliegen, in mijn atelier heb ik ook alleen iets aan om iets aan te hebben, maar wel als je naar buiten treedt. Dat is aangenamer voor jezelf en voor de mensen om je heen.”

Zo ingetogen als de show bij Van Landuyt was, zo'n vertoon van macht was het bij Mart Visser. Niet voor niets heette zijn elfde collectie '98-'99, Classic Power. Corsetten waren 'bezaaid met Swarovski-stenen', pailletten waren turbo-groot, de slepen achter avondjurken meters lang, en de vele gasten (duizend op twee presentaties zondagmiddag op het KNSM-eiland) meer of minder beroemd. Richard en Daphne waren er, een hoogzwangere Leontien van Marco, het echtpaar Duisenberg en René Ruding, om er enkele te noemen.

Visser is uitgegroeid tot een succesvolle ontwerper die met zijn groots opgezette shows en extravagante avondtoiletten in de voetsporen van Frank Govers lijkt te willen treden. Zijn galajurken zijn ostentatief sexy en dramatisch luxe, gemaakt uit louter gouden en zilveren pailletten, of ze wervelen gevaarlijk doorschijnend in plissé-organza om benen en billen. Verrassender was een lange wijde capemantel van dwarrelende zilverplastic raffia vastgezet op een organza ondergrond. Voor zakelijker doeleinden biedt Visser een keur aan mantel- en broekpakken met lange getailleerde jasjes in een golvende coupe, soms in geometrische vlakverdelingen van delen streepstof die haaks op elkaar staan, en daardoor optisch versmallen. Daarbij voegt Visser soms zwierige mantels, en zelfs schoenen of laarzen in bijpassende stof, waaruit niet alleen zijn handelsgeest blijkt, maar ook zijn gevoel voor eenheid. Het is de vraag of die klassieke superfeminiene Helmut Newton-vrouw, waarop Visser zijn collectie inspireerde, anno '98 nog veel aantrekkingskracht heeft, maar afgaand op het applaus in de zaal zijn er nog genoeg liefhebbers van kokerrokken, nauwsluitende manteljurken met brutale zakjes op de billen, en knellende corsetten.

Bij de show van Frans Molenaar, gisteravond in het Amstel Hotel in Amsterdam, was de belangstelling zo groot dat er mensen moesten worden geweigerd. In de herfst- en wintercollectie is Molenaars handschrift weer duidelijk herkenbaar in strakke, zakelijke mantel- en broekpakken van wollen crêpe, flanel en tweed. De kleuren zijn overwegend sober: beige tot bruin, zilvergrijs tot antraciet, met fuchsiaroze, zeegroen, paars en lavendel ter afwisseling. Winterjassen van luxe kasjmier zijn ruimhartig wijd, en vaak afgezet met flinke bontkragen. Bont roept blijkbaar minder weerzin op dan voorheen; Molenaar gebruikt poolvos, nerts en sabelbont in ruime mate. Zijn avondkleding bestaat uit zijden, vrij vormeloze jurken, versierd met kralen en borduurwerk, met daarop kleine bolerootjes. Het publiek, waaronder gasten als Bram Peper en Neelie Kroes, Nelly Frijda, Anita Meier en Gordon, was onder de indruk.