Rijksuitgaven

De totale rijksuitgaven bedragen 231,9 miljard gulden. Minister L. Hermans (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) is de 'big spender' van het nieuwe kabinet. Bijna 18 procent van de rijksuitgaven loopt via zijn begroting.

De te betalen rente over de staatsschuld is, evenals vorig jaar, de nummer twee met bijna 14 procent; op de voet gevolgd door minister De Vries (Sociale zaken en werkgelegenheid).

Minister Zalm (financiën) moet volgend jaar 31,2 miljard gulden betalen over de staatsschuld, 800 miljoen gulden meer dan dit jaar. De rente-uitgaven stijgen deze kabinetsperiode met 3,1 miljard tot 34,3 miljard in 2003.

De schatkist int volgend jaar 213,6 miljard gulden. De BTW levert met 56,6 miljard gulden het meeste op; ruim een kwart. Op de tweede plaats staat de loon- en inkomstenbelasting met een bedrag van 45,6 miljard gulden.

Het kabinet wil de inkomsten uit de indirecte belastingen, zoals de BTW, verder verhogen. Het aandeel van de loonbelasting zou minder moeten worden. Het goedkoper maken van arbeid moet een impuls geven aan de groei van de werkgelegenheid.

In totaal komt minister Zalm volgend jaar 18,3 miljard gulden tekort - het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten. Dit geld moet hij lenen, waardoor de staatsschuld blijft stijgen. Pas bij een overschot op de begroting zal de schuld dalen.

Het financieringstekort van de overheid is in de vorige kabinetsperiode gedaald van 3,8 procent van het bruto binnenlands product naar 1,3 procent; voor 1999 wordt een stabilisatie voorspeld.

Om de gulden te mogen inruilen voor de euro, is in het Verdrag van Maastricht (1991) afgesproken dat de staatsschuld niet groter mag zijn dan 60 procent van het bbp “of het in een behoorlijk tempo benaderen daarvan”. In de periode 1994-1998 is de quote gedaald van 77,9 naar 68,6 procent.

De staatsschuld stijgt volgend jaar met 6,9 miljard gulden tot ruim 518 miljard gulden, maar de schuldquote daalt naar 66,4 procent. De daling van de schuldquote is een gevolg van de relatief sterke groei van het bruto binnenlands product; het zogenoemde noemereffect. Nederland voldoet ruimschoots aan de eisen van het Verdrag van Maastricht. Een quote boven de 60 wordt alleen getolereerd wanneer deze grens “in behoorlijk tempo” wordt benaderd.

In de komende kabinetsperiode wordt jaarlijks een bedrag aan nieuwe beleid uitgegeven dat oploopt van 2,6 miljard gulden in 1999 tot 9,3 miljard gulden in 2002. De financiële ruimte voor extra uitgaven, verlaging van belastingen en financieringstekort, en uitgavenreserve bedraagt 16,75 miljard gulden.