Ramp van ongekende omvang in Bangladesh

In Bangladesh dreigt de grootste hongersnood uit de geschiedenis als gevolg van de jongste overstromingen. De levens van miljoenen mensen worden bedreigd.

DHAKA, 15 SEPT. Met holle ogen staart Yasmia naar een grote pot met kerrie, rijst en bonen die pruttelend op een vuurtje staat. Zijn magere lichaam protesteert hevig als hij wil opstaan om in de rij aan te sluiten voor zijn ontbijt. Het is al ver in de middag als de honderden daklozen in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, hun eerste maaltijd krijgen. “Ik ben mijn zoontje en mijn dochtertje kwijt”, zegt Yasmia. Het was gebeurd toen zijn hutje aan de rand van Dhaka werd weggevaagd door de kolkende rivier de Padma, twee maanden geleden. Nu heeft hij niets meer, geen kinderen, geen werk, geen huis, geen voedsel en geen drinkwater.

Bij een gaarkeuken in het overvolle, chaotische centrum van Dhaka staat Yasmia tussen een paar honderd andere slachtoffers van de zwaarste overstromingen in Bangladesh van deze eeuw. Een lange rij huilende kinderen, jonge moeders en magere ouderen met een leeg, metalen kommetje in hun hand. Velen bedelen om eten.

In Dhaka zijn vier miljoen mensen letterlijk uit hun hutjes van hout, plastic en golfplaat gedreven. De woningen van twee miljoen anderen staan onder water; zij leven op de daken of in huizen in aanbouw, met tientallen koeien en geiten zomaar ergens op een tweede verdieping, zoals in de buitenwijk Kholamura, ooit een drukke bazaar. In heel Bangladesh zijn 30 miljoen mensen dakloos. “Dit is de grootste ramp die Bangladesh ooit heeft bedreigd”, zegt Michael Elmquist, hoofd van een team van de Verenigde Naties dat probeert een schatting te maken van de schade en de behoeften van de bevolking.

Die zijn grenzeloos. “De rest van de wereld heeft geen idee van de omvang van de ramp die zich hier voltrekt”, zegt een Bengaalse hulpverlener. “Iedereen denkt kennelijk: ach, Bangladesh, daar zijn elk jaar overstromingen.” Het buitenland slaapt, vinden veel bewoners van Dhaka. De komende maanden dreigt volgens de regering de grootste hongersnood uit de geschiedenis, waarbij honderdduizenden met de dood worden bedreigd. Honderdduizenden anderen kunnen ten prooi vallen aan epidemieën als malaria, cholera en diarree. Volgens schattingen zijn al enkele duizenden mensen omgekomen door verdrinking, elektrocutie, slangenbeten en uitdroging als gevolg van diarree, maar niemand weet precies hoeveel.

“De echte ramp begint nu pas”, zegt Muhammad Yunus, directeur van de Grameen Bank, een bank waar vooral armen leningen kunnen afsluiten. “De komende drie maanden zijn cruciaal voor Bangladesh.” De helft van de Bengalen die inkomen genieten, heeft drie maanden geen geld verdiend als zij straks teruggaan naar hun dorpen. “Er is helemaal niets”, aldus Yunus. “Deze overstromingen zullen het hart van de lokale economie vernietigen, de huishoudens van miljoenen families.”

Hulpverleners in Dhaka hebben kritiek op het gebrek aan hulp uit het buitenland. Zaterdagavond kwam op de internationale luchthaven van Dhaka de eerste lading met hulpgoederen aan uit de Verenigde Staten, waaronder duizend wollen dekens, plastic flessen en drinkwater. “Het water is bruikbaar”, zegt een Britse hulpverlener. “Maar Bangladesh moet snel voedsel en medicijnen krijgen.”

Nu het water gedurende het weekeinde in veel districten enkele centimeters is gedaald, kunnen hulpverleners en bewoners zich richten op de distributie van voedsel, in plaats van op het reddingswerk en het dichten van gaten in de dijken. Van de infrastructuur is vrijwel niets meer over. Duizenden bruggen en wegen zijn vernield onder het geweld van de rivieren. “Nu is het transport van hulpgoederen nog relatief gemakkelijk”, zegt Yunus. “Overal ligt water, dus je kunt vrijwel overal naar toe. Pas als het water over anderhalve maand weg is, kunnen we de omvang van de schade opnemen, maar vast staat dat het vervoer van eten en medicijnen straks tijdrovend en gevaarlijk wordt, juist als de mensen die het hardst nodig hebben”, vertelt Yunus.

Even buiten Dhaka op de rivier de Buriganga, een van de stromen die vanuit de Himalaya op Bangladesh neerdalen, vaart een vlot met vijf ontheemden, een geit en huisraad, meegenomen uit een ondergelopen dorp ten noorden van Dhaka. Ze werden vorige week eerst overvallen door het water en daarna door dacoits, gewapende rovers die overal in Bangladesh actief zijn en zich op veel plaatsen op drijvende prooien wierpen. Langs de rivier proberen tientallen mensen hun leven voort te zetten op de golfplaten daken, op betonnen afdakjes of op vlotten. Sommigen slagen er zelfs in een potje te koken. Een boot hebben ze niet, dus blijven ze waar ze zijn.

Op het platteland van Bangladesh is de situatie het zwaarst voor de miljoenen die er niet in zijn geslaagd Dhaka te bereiken. De hoofdstad, waar behalve de tien miljoen inwoners enkele miljoenen vluchtelingen leven, is over land nauwelijks meer bereikbaar. In de ondergelopen dorpen zijn waterputten onbruikbaar geworden, doordat ze met vervuld rivierwater zijn besmet. “De meeste slachtoffers leven al meer dan twee maanden op een dak of in het water”, zegt een hulpverlener. “Hun leven speelt zich af in en boven het water, dag en nacht, zonder hulp van anderen. Heel veel getroffenen zijn uitgeput, ernstig ziek, hebben een lege maag en lijden aan trauma's. Hun geld is op, hun baan en bezittingen zijn weg en de oogst is mislukt.”

Voor zover de dorpen nog stroom hadden, is de elektriciteit op veel plaatsen afgesneden wegens het gevaar van elektrocutie. Op veel plaatsen kunnen schuilende bewoners op de daken hun doden niet meer begraven, want begraafplaatsen zijn overstroomd en er is geen vierkante meter droge grond meer te vinden. De meeste doden worden daarom ingepakt en te water gelaten in de hoop dat ze snel op een droge plek elders in het land zullen aanspoelen en van welgezinde onbekenden een waardige begrafenis krijgen.

In bootjes die dagelijks vanuit Dhaka vertrekken, proberen de Bengalen het platteland te voorzien van voedsel, vooral door plaatselijke initiatieven. De eerste grote voedseltransporten uit het buitenland worden pas over vier weken verwacht. Maar voor veel kinderen is dat te laat, vrezen hulpverleners. “Zij zijn de eersten die zullen bezwijken”, voorspelt Muhammad Yunus van de Grameen Bank. Door de honger en de grote verwoestingen op het platteland zullen nog eens duizenden mensen naar Dhaka trekken, zodra de situatie dat toelaat.

De armen die nog geld hebben om eten te kopen, kregen de afgelopen week een tegenslag te verwerken. Winkeleigenaren verhoogden de prijzen van essentiële levensmiddelen als rijst, uien en bonen met 300 tot 400 procent. Dat leidde zaterdag tot paniek onder duizenden burgers, die in lange rijen voor de winkels stonden om zoveel mogelijk voedsel tegen de oude prijzen in te kopen. Maar het hamsteren dreef de prijzen alleen maar verder op. De regering van minister-president Hasina zei zaterdag hard te zullen optreden tegen zakenmensen die geld willen verdienen aan de watersnoodramp.