Personeelsgebrek beheerst gezondheidszorg en onderwijs

VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

E. Borst (D66)

Budget: 11,2 miljard

Percentage van de totale begroting: 4,8

Ambtenaren: 4.900

ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

L. Hermans (VVD)Budget: 40,9 miljard

Percentage van de totale begroting: 17,6

Ambtenaren: 3.600

“Straks hebben we wel guldens naast het bed, maar geen handen aan het bed”, zo waarschuwt minister Borst (Volksgezondheid) de werkgevers in de zorgsector tijdens een toelichting op de begroting voor de volksgezondheid. De werkgevers moeten van haar hard aan de slag om het nijpend wordende personeelsgebrek te lijf te gaan. Voor de zorgsector is komend jaar 1,4 miljard gulden extra beschikbaar. “Daarmee moet de sector het doen, er komt geen cent meer bij”, aldus Borst. Samen met de premies die niet op de begroting staan is het totale budget voor de sector in 1999 ruim 71 miljard gulden.

Borst noemt het een teken aan de wand dat van de jongeren die een opleiding tot verpleger of verzorgende hebben gevolgd, ongeveer een kwart besluit zijn heil toch elders te zoeken. “Een taak voor de werkgevers om hier verandering in te brengen”, aldus Borst. Meer personeel is nodig om de kwaliteit van de zorg te verbeteren, maar ook om de wachtlijsten weg te werken. In de zorg werken bijna 780.000 mensen, en dat is ruim 13 procent van de totale werkgelegenheid.

Voor vrouwen die in de zorg aan de slag willen, moet het werken er aantrekkelijker worden gemaakt. De werkgevers moeten flexibeler werktijden mogelijk maken, extra scholing regelen en gerichte loopbaanbegeleiding geven. Ook moeten vrouwen kunnen beschikken over meer kinderopvang. Voor betere scholing en meer kinderopvang trekt het kabinet volgend jaar zo'n 80 miljoen gulden (0,2 procent van de loonsom) uit in de vorm van een fiscale tegemoetkoming aan de werkgevers.

Borst vindt ook dat de werkgevers haast moeten maken met het terugdringen van het ziekteverzuim. Met een verzuimpercentage van ruim zeven steekt de zorgsector, waar het grootste deel van het personeel vrouw is, uit boven het landelijk gemiddelde (5,1 procent). Dat is demotiverend, aldus Borst. Een deel van het verzuim wordt veroorzaakt door het optillen van patiënten. Volgend jaar is er tien miljoen gulden beschikbaar voor de aanschaf van tilapparatuur.

De overheid zelf kan bij het oplossen van het probleem overigens een spaak in het wiel steken, zo valt in de marge van de Miljoenennota te lezen. De oorspronkelijke belastingvoorstellen zouden daarbij de boosdoener kunnen zijn. Het verwachte voordeel ervan ('substantiële loonmatiging en daardoor lagere loonkosten') weegt niet op tegen het nadeel: vooral voor deeltijdwerkers die minder dan twintig uur per week werken (zo'n 34 procent van de werknemers in de zorg) wordt het werken financieel veel minder aantrekkelijk.

De ouderenzorg, thuiszorg en gehandicaptenzorg, waar nu al een tekort aan personeel dreigt, kunnen daarvan de dupe worden. Staatssecretaris A. Vliegenthart (Welzijn) citeerde onlangs een directeur van een inrichting: “Nu heb ik eindelijk dat extra geld, maar nu kan ik geen extra mensen krijgen.”

In het onderwijs doet zich een vergelijkbaar probleem voor in de vorm van het tekort aan leraren. Om dat beroep aantrekkelijker te maken, wordt volgend jaar 78 miljoen gulden uitgetrokken, oplopend tot 209 miljoen gulden in 2002. Staatssecretaris K. Adelmund (basis- en voortgezet onderwijs) lijkt als voormalige vakbondsvrouw vooruitgeschoven om de arbeidsvoorwaarden van leraren te 'moderniseren', zoals het eufemistisch staat uitgedrukt in de Onderwijsbegroting. Adelmund iet er bij de begrotingspresentatie geen twijfel over bestaan dat zij zich zal mengen in de onderhandelingen tussen bonden en minister L. Hermans. “Ik ben toch de grootste afnemer.”

Er moeten meer carrièremogelijkheden komen. Rectoren moeten hun rol als primus inter pares verruilen voor die van bovenschools manager door te werken met prestatiebeloning en functiedifferentiatie. Adelmund: “Waarom verdient die leraar Latijn met zeven leerlingen veel meer dan een leraar in het voorbereidend beroepsonderwijs? Die heeft het veel zwaarder met zijn klas van 25.”

De nieuwe bewindslieden op Onderwijs willen “het schoolbord niet volschrijven”, maar voortborduren op de thema's van hun voorgangers. Het extra geld van structureel 2,2 miljard gulden dat in dit regeerakkoord is vrijgemaakt voor Onderwijs zal, net als het incidentele geldbedrag van 800 miljoen gulden, overwegend gebruikt worden voor personeelsbeleid, voor kleinere klassen op de basisschool (vanaf 2002 moeten de laagste drie groepen gemiddeld 20 leerlingen tellen) en voor computers op scholen. Voor die computers is een structurele bijdrage oplopend tot 240 miljoen in 2002 beschikbaar plus eenmalig een bedrag van 670 miljoen. Toch is dat nog onvoldoende om de ambitieuze plannen van het vorige kabinet uit te voeren. Hermans en Adelmund komen daarom binnenkort met een aangepast plan. “Ik wil graag een school midden in de samenleving en de samenleving midden in de school.” Zo vatte Adelmund haar ambities samen.

Tegenover de forse investeringen in lager en middelbaar onderwijs staan bezuinigingen van in totaal 550 miljoen gulden, vooral op het hoger onderwijs, het wetenschapsbeleid en op het departement zelf. Daarbij heeft het hoger onderwijs nog bezuinigingen staan uit de vorige kabinetsperiode. Over de invulling hiervan hield minister Hermans zich op de vlakte.

In ieder geval moet de arbeidsproductiviteit omhoog. Hiervoor krijgen de universiteiten volgend jaar een korting van 18 miljoen op hun budget, oplopend tot 74 miljoen in 2002. Ook wordt bezien of de opleidingen flexibeler kunnen worden door studenten de mogelijkheid te geven deeldiploma's te behalen. Ondanks de bezuinigingen telde Hermans vooral zijn zegeningen: “Iedere sector roept weer dat er voor hen te weinig is. Maar laten we niet vergeten dat er de komende regeerperiode structureel 2,25 miljard bijkomt.”