Litouwen lijkt pijnlijk proces te vermijden

In Litouwen is het proces tegen de van oorlogsmisdaden verdachte Aleksandras Lileikis opgeschort. En gezien de leeftijd van de beklaagde - hij is 91 - zal dit uitstel zo goed als zeker neerkomen op afstel.

ROTTERDAM, 15 SEPT. Met het uitstel/afstel vermijdt Litouwen op de valreep een pijnlijk proces, een proces namelijk dat even de aandacht zou hebben gevestigd op de collaboratie van Litouwers bij de vernietiging van de joodse gemeenschap door de nazi's in de Tweede Wereldoorlog. De Litouwse hoofdstad Vilnius stond voor de oorlog bekend als 'het Jeruzalem van het noorden', met een joodse bevolking van zestigduizend zielen, bijna honderd synagogen en een wereldberoemd joods opleidingsinstituut. Slechts vijfduizend joden uit Vilnius overleefden de oorlog.

In dat Vilnius was Lileikis in 1941 chef van de geheime politie, die de nazi's hielp met het opsporen van joden en al dan niet vermeende communisten. Volgens de Amerikaanse justitie heeft hij in die hoedanigheid vele duizenden Litouwse joden uitgeleverd aan de Duitsers. Na de oorlog vluchtte hij naar Duitsland en vandaar emigreerde hij in 1955 naar de Verenigde Staten. Daar kreeg hij het Amerikaanse staatsburgerschap.

In 1996 werd hem dat staatsburgerschap door de Amerikanen afgenomen omdat inmiddels gebleken was dat hij bij zijn immigratie heeft gelogen over zijn verleden. De justitie beval zijn deportatie naar Litouwen op grond van documenten die onomstotelijk aantoonden dat hij de dood van ten minste 75 Litouwse joden op zijn geweten had. Zowel toen als later ontkende Lileikis overigens elke schuld.

Na de uitlevering heeft het nog twee jaar geduurd voordat de Litouwse justitie de aanklacht rond had en het tot een proces kon komen. Die vertraging heeft de Litouwers veel kritiek opgeleverd, vooral uit de Verenigde Staten en Israel en van joodse organisaties en groepen nazi-jagers. In februari 1997 deden 92 van de 120 leden van het Israelische parlement een beroep op de toenmalige Litouwse president, Algirdas Brazauskas, om de zaak te bespoedigen.

De Litouwers, aldus de critici, zouden met de tergend langzame behandeling van het geval-Lileikis hopen dat de dood van de beklaagde een proces zou voorkomen. Die kritiek werd gevoed door Litouwse argumenten dat het bewijsmateriaal niet rond te krijgen zou zijn of dat de beklaagde weer eens te ziek was om te worden verhoord en door publieke lof voor Lileikis. Zo meldde aanklager Gintautas Starkus eens dat Lileikis bij een verhoor “heroïsch had standgehouden” - woordgebruik dat respect en zelfs bewondering suggereert. “Litouwen is niet bereid onder ogen te zien dat grote aantallen Litouwers de nazi's hebben geholpen bij de massamoord op 's lands joden”, zo concludeerde de nazi-jager Efraim Zuroff.

Afgelopen lente kwam Lileikis' verdediging aanzetten met een getuigenverklaring van een vrouw die zei door Lileikis te zijn gered. De in een bejaardentehuis in het Amerikaanse Denver wonende Shifra Grodnikaite liet weten dat Lileikis in 1941 tegenover de nazi's haar verhaal bevestigde dat ze geen joodse was maar de onwettige dochter van een priester, hoewel hij wist dat het verhaal niet waar was. “Lileikis kende mijn achtergrond. Hij had me onmiddellijk kunnen afmaken, maar hij heeft me gered”, zo zei ze. Die getuigenverklaring leidde tot nieuw uitstel van het proces, want voordat de openbare aanklager had vastgesteld dat die ene actie van Lileikis - als die al heeft plaatsgevonden - zijn verantwoordelijkheid voor de moord op talrijke andere joden niet uitwiste, waren weer drie maanden verstreken.

Vorige week woensdag zou het proces eindelijk beginnen. Maar op die dag verscheen Lileikis niet in de rechtszaal. Hij ligt, zo zei zijn verdediger, in het ziekenhuis en kan niet meer spreken. Waarop de rechtbank besloot dat iemand die zich niet kan verdedigen, niet terecht kan staan. Een dag later besloot de rechtbank op zoek te gaan naar een groep medische deskundigen, die moet vaststellen of Lileikis nog in staat is zich te verantwoorden.

De kans dat hij dat nog ooit zal kunnen, wordt elke dag kleiner, en men gaat er in Litouwen niet meer serieus van uit dat het tot een proces komt. Aldus ontsnapt het land aan een proces dat het nooit wilde. Of het thema van de Litouwse collaboratie met de nazi's daarmee voor altijd van de baan is, is echter niet zeker: in februari van dit jaar werd een andere Litouwer, Kazys Gimzaiskas, in de oorlog politiecommandant in Vilnius, in staat van beschuldiging gesteld wegens het uitleveren van joden aan de Duitsers. Hij is wel inmiddels 89 jaar oud.

De huidige Litouwse president, Valdas Adamkus, heeft begin deze maand een speciale internationale commissie van historici (onder wie Amerikaanse, Russische, Duitse en joodse specialisten) gevormd die alle misdaden, begaan tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Sovjet-tijd, gaat onderzoeken. De commissie moet volgens de president een eind maken aan “de speculaties en mythen over onder andere de vraag wie [tijdens de Tweede Wereldoorlog] in Litouwen joden heeft vermoord, hoeveel mensen zich daaraan schuldig hebben gemaakt en waarom”.