'Landbouw Indonesië nu helpen'

Allert van den Ham (42) is sociograaf. Werkte met zijn vrouw van 1984 tot 1992 als ontwikkelingswerker in Indonesië. Is nu NOVIB-medewerker. Verwacht veel van het herstel van de ontwikkelingsrelatie met Indonesië.

“We zijn net terug van een lange vakantie in Indonesië, met onze kinderen van 8 en 11, die daar geboren zijn. Dat land zal nooit uit ons hart verdwijnen, we praten er thuis aan tafel vrijwel dagelijks over. Ik heb in Banda Atjeh en in Bandoeng jaren bij provinciale planbureaus lokale en regionale ambtenaren opgeleid.

Indonesië kent 27 provincies en heeft een rigide, sterk op Jakarta geconcentreerde overheidsstructuur. Het was onze taak de ambtenaren vertrouwd te maken met moderne technieken, en de planning beter te laten aansluiten bij de behoeften in de regio. Daarvoor waren natuurlijk veel contacten nodig met de bevolking. De concrete uitwerking werd vaak gedeeltelijk met Nederlands geld betaald.

Vandaag zijn goed bestuur en democratische vernieuwing voorwaarden voor economisch herstel. In een zo sterk gecentraliseerd land moet je daaraan juist regionaal en lokaal aandacht geven. Daar kan Nederland veel doen, en dat hoeft geen kapitalen te kosten.

Natuurlijk ben ik ook gaan kijken bij ons vroegere koffieproject, in een bergachtig gebied in Centraal-Sumatra. We hadden destijds met de lokale boeren een programma gemaakt om hun traditionele manier van zaaien te moderniseren. Hoe je meer kunt produceren met een goede zaaigoedselectie, hoe je de bedden inzaait, dat je het beste kunt planten in de schaduw van rieten matten, enzovoort. Want Atjeh-koffie is potentieel van wereldkwaliteit.

We begonnen destijds aan een fabriekje met een researchstation. Uiteindelijk hadden de kleine boeren voor 51 procent eigenaar moeten worden. Maar het is na ons vertrek overgegaan naar de overheid, die het uit geldnood aan particulieren heeft verkocht. Voor research is geen geld meer. Ons verliesgevende fabriekje staat op het punt te worden verkocht aan een Nederlandse koffiehandelaar, een Max Havelaar in nieuwe gedaante. Een tegenvaller.

Maar wat zagen we ook, vorige maand, zes jaar later? Dat de boeren nog steeds, nu zelfstandig, met de moderne technieken uit ons programma werken. Het laat zien dat die draad zó kan worden opgepakt. Dat moet gebeuren, want Indonesië heeft een acuut armoedeprobleem. De regering heeft onder de armen geen positie meer, terwijl concrete projecten juist dáár verlichting kunnen brengen. Nederland heeft nog steeds een goede naam bij de bevolking en beschikt over veel expertise. Vooral in de landbouw, aan irrigatie en drainage, kunnen we veel doen.''