'Juf zijn is een kunst, een liefde'

Voor vier dagen per week is Annemarie La Rooy (41) klasseleerkracht combinatiegroep 3/4 op openbare basisschool De Vlaamse Reus in de Amsterdamse wijk Nieuw Sloten. Zij heeft zich als sociaal-pedagoog de afgelopen twee jaar omgeschoold tot basisschooljuf. Haar klas wordt steeds groter.

“Twee weken ruik ik nu aan het vak van leerkracht op de basisschool. En mijn groep zal alleen maar groter worden, niet kleiner zoals ze in Den Haag roepen. Want Nieuw Sloten is een groeikern. Momenteel heb ik 27 kinderen in de klas. Het stilhouden lukt me niet altijd, en het is nog zoeken om de kinderen te fascineren. Maar het moeilijkste vind ik dat ik apart zit. Ik zit in een noodgebouw. Met overloopklassen van drie basisscholen. Want de planners van deze wijk hebben vergeten genoeg scholen te bouwen.

Ik ben zo'n doctorandusjuf, haha, die de minister van Onderwijs heeft aangeboord om het lerarentekort te lijf te gaan. Een sociaal-pedagoog met kandidaats en doctoraal, die zich heeft laten omscholen. Dat gebeurde noodgedwongen. Als internationaliseringsmedewerker bij de vakgroep pedagogiek was er bij de Universiteit van Amsterdam geen geld meer voor me. Ik heb me tijdenlang rot gesolliciteerd, maar ik vond niks.

Ik ben de tweejarige spoedcursus op de Pabo gaan doen, speciaal voor academici en HBO'ers. Ik wist wat van opvoeden en de baan leek me niet moeilijk te combineren met mijn kinderen - ze zijn nu vier en zeven.

Hoe mijn omgeving op die keuze reageerde? Laatdunkend - in de trant van: 'je verzaakt je academische graad' en 'wie gaat er nou werken voor zo'n habbekrats'. Maar ik heb daar geen last meer van.

In twee jaar tijd heb ik op vier Montessorischolen stage gelopen, drie in Zuid-Oost, één in Watergraafsmeer. Vier werelden van verschil, on-ge-loof-lijk. De ene groep wil met je praten over opera, met de andere krijg je geen contact omdat ze hun eigen Surinaamse taal spreken. Blaka, noemden ze mij: blanke. Ik voelde me buitengesloten maar won hun vertrouwen. En het is fantastisch te zien hoe het leren daarna met sprongen vooruitgaat. Kinderen verheffen met onderwijs, dat kan echt.

Maar de praktijk blijft rennen, vliegen, hollen. Kon ik bij de universiteit de telefoon rustig laten gaan, hier moet je er echt elke seconde bij zijn. Eerlijk gezegd vraag ik me af of al die academici, herintredende moeders, omgeschoolde managers zich dat wel realiseren als ze op aandringen van het ministerie voor de klas gaan staan. Juf zijn is geen baan, heb ik ontdekt. Het is een vak, een kunst, een kunde, en liefde ook. Ik zal blij zijn als ik dit jaar overeind blijf en het over een jaar of drie, vier in de vingers heb.''