'Geld terug van Europese Unie? Vergeet het maar'

Vanuit zijn woning in Brussel volgt Frans Andriessen, voormalig Eurocommissaris, de Nederlandse politiek op de voet. Na bestudering van het regeerakkoord en de Miljoenennota constateert de prominente CDA'er dat het tweede kabinet-Kok een veel minder degelijk begrotingsbeleid voert dan het eerste.

Hij sloeg de deur van de Nederlandse politiek dicht in 1980. De minister van Financiën in het kabinet-Van Agt/Wiegel speelde va banque: hij wilde extra bezuinigingen maar kreeg ze niet. De CDA'er verliet de nationale politiek en werd een jaar later lid van de Europese Commissie in Brussel, een functie die hij twaalf jaar zou bekleden. Via Mededinging, Landbouw en Externe Betrekkingen werd hij de 'onderkoning van Europa'. Op dit moment is Andriessen onder meer hoogleraar Europese integratie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Vanuit zijn huis in Brussel volgt de 69-jarige Andriessen de Nederlandse politiek op de voet, minister Zalm in het bijzonder. Toen de christen-democraat eind jaren zeventig het ministerie van Financiën leidde, was Zalm als hoofd van de afdeling begrotingsvoorbereiding een van zijn naaste medewerkers. Zalm presenteert vandaag zijn vijfde Miljoenennota. Een bijzondere, want op 1 januari 1999 begint de EMU. De wisselkoersen van de deelnemende lidstaten liggen vast, de gulden is vervangen door de euro, al mag er nog drie jaar met gulden, 'knaak', 'snip' en 'vuurtoren' worden betaald.

Bij hem op tafel ligt het regeerakkoord van het tweede paarse kabinet - vol met onderstrepingen, doorhalingen en opmerkingen in de kantlijn - en de Miljoenennota 1999. “De Europese dimensie is zwak”, constateert Andriessen. “Dat geldt voor het regeerakkoord en voor de begroting 1999. Wat ze over Europa zeggen, vind ik weinig imponerend.”

De voormalig minister van Financiën is streng over zijn opvolger, maar prijst het door Zalm ingevoerde begrotingsbeleid waarbij normerende afspraken zijn gemaakt over de uitgaven. “Het heeft rust gebracht in het begrotingsproces”, constateert Andriessen, die direct een relativerende opmerking maakt. “Maar het beleid is nog niet echt getest. Het kabinet had de wind in de rug. Maar hoe houdt het zich bij tegenwind? Het nieuwe regeerakkoord van PvdA, VVD en D66 ademt een sfeer van 'we kunnen weer'. Het paars van Paars II is veel roder dan het paars van Paars I.”

Is Paars II de prolongatie van Paars I?

“Na bestudering van regeerakkoord en Miljoenennota kom ik tot de conclusie dat ik veel van de degelijkheid van Paars I kwijt ben. Dat trok drie miljard gulden uit voor nieuw beleid en bezuinigde achttien miljard. Paars II trekt tien miljard uit voor nieuw beleid en bezuinigt bijna acht miljard.

“Nader bekeken zijn de bezuinigingen b-o-t-e-r-zacht. Verbetering van de doelmatigheid van de overheid, een beter inkoopbeleid, arbeidsvoorwaarden van de ambtenaren, fraudebestrijding. Het is het bekende, voorspelbare, rijtje. Ik geef u op een briefje: die acht miljard gulden aan bezuinigingen worden niet gerealiseerd.

“De financiering van het regeerakkoord is zeer zwak. In de Miljoenennota staat dat vijftig procent van de uitgaven voor nieuw beleid in de eerste jaren worden gedaan; die intensivering kun je nooit meer ongedaan maken. Maar of de financiering daarvan ooit beschikbaar komt, moet je nog maar afwachten.

“Er zijn enorme resultaten geboekt bij het verkleinen van het financieringstekort. Dat is dankzij het gevoerde beleid, maar in belangrijke mate ook een gevolg van de gunstige internationale ontwikkeling. Volgend jaar blijft het tekort gestabiliseerd op 1,3 procent en uiteindelijk wil het kabinet uitkomen op een tekort van 1,0 procent, mits alle veronderstellingen uitkomen. Financiële tegenvallers resulteren in een hoger tekort. Maar het Stabiliteitspact dat Nederland met de Europese landen heeft gesloten, eist een tekort van nul of een overschot. Waarom boekt Nederland dan tegenvallers weg in het tekort? Ik vind dat niet solide. Paars II doet veel te weinig aan de reductie van het tekort.”

Had het vorige kabinet de begroting in evenwicht moeten brengen?

“Absoluut. Paars I had het economisch tij mee, ze hebben een geweldige kans laten liggen. De Miljoenennota heeft geen goede toon. President Duisenberg van de Europese Centrale Bank ziet bij een aantal Europese landen vermoeidheidsverschijnselen ten aanzien van het terugdringen van het tekort; dit kabinet lijdt daar ook aan.

“Het tekort moet naar nul. Volgend jaar moet een bedrag van 31,2 miljard gulden worden betaald over de staatsschuld, waarmee de rente-uitgaven de tweede post van de rijksbegroting zijn. Dit bedrag stijgt in deze kabinetsperiode met ruim drie miljard gulden. In het beleid moet de prioriteit liggen bij het terugdringen van de schuld. Al die ingewikkelde bezuinigingsoperaties, die voor een deel onrealistisch zijn, zijn dan niet meer nodig.

“Het kabinet gaat uit van een economische groei van drie procent in 1999; en voor de hele periode geldt een gemiddelde van 2,25 procent. Ik vind dat veel te rooskleurig, ik vrees dat de discussie 'wat doen we met de meevallers' die het debat over de regeringsverklaring beheerste, op korte termijn zal omslaan in 'wat doen we met de tegenvallers'.”

Bij een tegenvallende economie komt er minder geld in de schatkist, u voorziet ook extra uitgaven?

“Het kabinet gaat uit van een loonstijging van drie procent. Naarmate de overheid zich meer op de markt oriënteert, is dat onrealistisch. Daarnaast is de volledige koppeling hersteld, dus zullen de uitkeringen volledig de loonstijging volgen. Het kabinet signaleert knelpunten op de arbeidsmarkt en dat vertaalt zich in hogere lonen. Ik heb het gevoel dat de vakcentrale FNV hoger inzet dan de drie procent die nu in de stukken staat. De salarissen van ambtenaren, mensen in de zorgsector èn de uitkeringen zullen dus stijgen. Aan de uitgavenkant is een reserve opgenomen van één miljard gulden. Ik vrees dat het kabinet die snel zal moeten aanspreken en ik vraag me af of die reservering wel voldoende is.”

U signaleert dat het beleid roder is geworden. VVD en D66 hebben fors ingeleverd. Hoe verklaart u dat?

“De behoefte om Paars II tot stand te brengen is groter geweest dan de bereidheid om een breuk te riskeren op punten die voor de VVD vitaal waren. Ik kan het niet anders uitleggen. Het blijkt ook uit de het zeer gedetailleerde regeerakkoord, dat wantrouwen weerspiegelt.”

Voorbeelden?

“Het belastingplan voor de volgende eeuw. Het vorige kabinet presenteerde een verkenning. Zonder dat wetenschap en politiek zich uitvoerig met de verkenning hebben kunnen bezighouden, heeft een klein clubje bepaald dat de verkenning hèt belastingplan voor de volgende eeuw wordt. Ik vind dat niet democratisch. De inspraak uit politiek en samenleving was minimaal. Zaken als een planologische kernbeslissing zijn onderwerp van een referendum, maar het belastingplan wordt afgehandeld in een torenkamertje. Dat is niet in de geest van onze parlementaire democratie. De ruimte voor de nieuwe ministers en de Tweede Kamer is trouwens door het gedetailleerde regeerakkoord zeer beperkt.”

Een regeerakkoord wordt geschreven op basis van veronderstellingen. Maar die kunnen snel veranderen en dan heb je een nieuwe situatie.

“Dat zie je op dit moment ook al. Duisenberg doet er niet al te somber over, maar hij wijst er wel op dat de situatie in Rusland en Azië een dempend effect hebben op de groei van de Europese economie. En gaan we de wereld even rond: in Amerika vliegen de onsmakelijkheden door de lucht; Rusland is een bron van grote instabiliteit; Japan heeft geen leiding; Duitsland staat voor een fundamentele ommekeer - de kans op een politieke machtswisseling is er groot. Dat zijn de landen waar het in de wereld om draait; economisch en politiek. Daar reageert de economie op: de dollar keldert, de beurzen razen omlaag, en als die eenmaal in beweging zijn, dan stop je dat niet één, twee, drie. En dan heb ik het nog niets eens over de olieprijs en de aardgasbaten.

“De kans is groot dat we volgend jaar een heel andere Miljoenennota hebben dan deze rozige. Dan wordt de politiek weer interessanter. Maar je moet het vermogen van premier Kok niet onderschatten om in zwaarder weer het schip op koers te houden. Ik geloof niet dat we over één of twee jaar een kabinetscrisis zullen hebben omdat het economisch tegenzit.”

De bezuinigingen op de Europese contributie, zijn die haalbaar?

“De inzet van de onderhandelingen is 1,3 miljard gulden aan het eind van de periode, maar het bedrag is al helemaal ingeboekt. Er zit spanning tussen het enthousiasme voor de EU-uitbreiding en de claim om aanzienlijk minder aan de Europese begroting te betalen. Maar dat is in Europa wèl afhankelijk van unanimiteit, en daar is gewoon geen sprake van.”

Minister Zalm zegt bovendien uit zijn andere mondhoek dat Nederland uit de Europese kas meer subsidie moet krijgen. Kan dat politiek-psychologisch, een land met een geslaagd poldermodel en een bloeiende economie dat in één adem meer geld uit Brussel én minder geld voor Brussel eist?

“Nee, dat lukt niet, en dat kan ook niet. Ik begrijp de wervende teksten daarover dan ook niet goed. We zeggen: de Europese uitgaven moeten omlaag, en dan willen we minder bijdragen. Zalm spreekt ook over een nettobegrenzer (een EU-maximering per land van het nettoverschil tussen bijdragen en ontvangsten, red.), waarmee hij het eigen-middelenbesluit en daarmee de Europese financiën ten principale aan de orde stelt. Maar daar heeft niemand zin in, terwijl er unanimiteit voor nodig is.

“Tegelijkertijd zegt hij: we willen zelf meer geld krijgen en dat dan met name gebruiken voor de grote steden. Hierin zit een spanning die niet uit te leggen valt. Ik geef de regering de verzekering dat ze daarmee in Europa dan ook op de grootst mogelijke weerstand zal stuiten.”

Nederland wil per se geen kortingen ten nadele van de uitgaven voor de uitbreiding van de EU. Waar zou dat geld dan vandaan moeten komen?

“Ik denk dat de redenering is: we moeten eerst en vooral beginnen met de Europese begroting in te krimpen. Nederland maakt dan ook bezwaar tegen het uitgangspunt van de Europese Commissie, die voor de periode 2000-2006 is uitgegaan van financiële verkenningen. Terwijl de Nederlandse regering zegt: maar je moet uitgaan van de realiteit. Die realiteit ligt nu circa 25 miljard gulden beneden die verkenningen. Daar zou dan natuurlijk geld uit moeten komen dat, in eerste instantie neem ik aan, dan moet gaan naar Nederland als eerste netto-betaler.”

Hoe groot is die kans dat het zo gaat. Zalm noemt beheersing van de EU-uitgaven 'een hoofdpunt' in de onderhandelingsinzet voor de Agenda 2000, waarin de Europese financiering tot 2006 moet worden geregeld.

“Die kans is nihil. De Europese begroting voor 1999 gaat zelfs uit van iets dalende uitgaven. Wil je verder gaan, dan moet je er substantieel in snijden. Dan moet je de structuurfondsen of de landbouwuitgaven beperken; daar gaat tachtig procent van de begroting aan op. Dat is met de landbouwuitgaven politiek uitermate moeilijk; met de structuurfondsen idem dito, want dan komen Spanje en andere Zuid-Europese landen opzetten. En, nogmaals, alle besluiten moeten unaniem worden genomen. Vergeet dat dus maar.”

Waarom wil Nederland nu geld terug, terwijl Wim Kok, de toenmalige minister van Financiën, in 1992 op de EU-top in Edinburgh akkoord ging met de afspraken daarover tot 2000? We zijn toch niet armer geworden sindsdien?

“De teruggang van onze positie is in hoofdzaak te wijten aan de hervorming van het landbouwbeleid. Ook speelt een rol dat de baten van de structuurfondsen vooral naar een paar zuidelijke landen gaan en bovengemiddeld welvarende Europese landen bijna vanzelf netto-betalers worden. Dat geldt voor ons en ook voor de landen die er in de laatste toetredingsronde zijn bijgekomen: Zweden, Oostenrijk en Finland. “De Nederlandse klacht is dat wij in de middenmoot van de rij van welvarende landen zitten en in de top als netto-betaler. Voor die klacht kan je best enig begrip hebben. Qua inkomen per hoofd van de bevolking zitten we op de achtste plaats in Europa. Ten tijde van de besluiten van Edinburgh over de Europese financiering was die verandering in het landbouwbeleid al op komst. Men moet dat in zijn historische verband zien. We zaten toen ook in de eindfase van de onderhandelingen over een nieuwe opzet in de wereldhandel, ik was daar zelf als Eurocommissaris bij betrokken. Nederland had als handelsnatie een geweldig belang bij een liberaal handelsakkoord en een Europese Unie die daarin met haar landbouwbeleid ingekaderd werd.

“Wat wij nu doen in het debat over de netto-bijdrage, is wat we anderen verweten toen we nog netto-ontvanger waren. Nederland is daarover pas gaan praten, een paar jaar geleden, sinds het in Europa zelf netto-betaler is geworden. Wij hebben nu zelf de blik op dat probleem vernauwd tot het kaseffect. Precies dat hebben we ooit bijvoorbeeld de Britten verweten.”

Stel u krijgt op Prinsjesdag een telefoontje: 'Frans, wil je voor het CDA het debat tijdens de algemene en politieke beschouwingen voeren'?

(Lachend)“Wat God verhoede.”

Op welke punten moet het CDA oppositie voeren?

“Dat is een zaak voor De Hoop Scheffer en die weet zelf wel hoe hij oppositie moet voeren, al had hij van mij kritischer over het regeerakkoord mogen spreken. Dit paarse kabinet neemt veel risico's, het investeert te weinig in de zorg, in kennis en in de infrastructuur. We zijn te 'insprakerig' om tot krachtige uitspraken te komen. En inspraak zonder uitspraak leidt tot tegenspraak.”

En waar ligt uw prioriteit?

“Het tekort moet eerst naar nul. Vanuit een begroting die in evenwicht is, moet je naar een investeringsmentaliteit. We zijn een klein land met een grote bevolking. De kwaliteit van onze leef-, woon- en werkomgeving moet worden verbeterd. Daar moet je voor investeren.

“Het is jammer dat de zeer gunstige economische ontwikkeling van de afgelopen jaren daarvoor niet is benut.”