FNV zet in op 3,5 procent hoger loon in nieuwe CAO's

AMSTERDAM, 15 SEPT. De werknemersorganisatie FNV eist dat bij de komende CAO-onderhandelingen een loonsverhoging wordt afgesproken van maximaal 3,5 procent. Daarboven wil de FNV ten minste 1 procent van de loonruimte gebruiken voor CAO-afspraken over bijvoorbeeld scholing, herverdeling van werk en verlof. CAO-coördinator H. van der Kolk van de FNV kondigde gisteren deze eisen aan.

Ook de christelijke vakcentrale CNV presenteerde gisteren hun inzet bij de onderhandelingen over collectieve arbeidsovereenkomsten. ook is er wat deze vakcentrale betreft geen sprake van een looneis, maar van een indicatie.

De CAO-coördinator van het CNV, D. Terpstra, van wie gisteren bekend werd dat hij enig kandidaat is voor het voorzitterschap, vindt een centrale looneis “uit de tijd”. CNV-bonden kunnen als ze willen afwijken van de indicatieve looneis van 3,25 procent. “De vakcentrale moet niet de ambitie hebben om alles zelf te doen.”

De werkgeversvereniging VNO-NCW vindt de percentages waar FNV en CNV mee komen “niet realistisch en gevaarlijk”. De werkgevers stellen dat de sociale lasten voor werkgevers volgend jaar met één miljard gulden gaan stijgen. Een verhoging van hun kosten met nog eens 4,5 procent door hogere lonen en afspraken over scholing en verlof, verslechtert de concurrentiepositie van het bedrijfsleven.

Daarmee komt uiteindelijk de werkgelegenheid in gevaar, meent VNO-NCW, dat bovendien wijst op de sombere economische perspectieven voor de komende jaren. De werkgevers waarschuwen ook het kabinet voor de gevolgen van de looneisen van de werknemersorganisaties. De lonen in de marktsector zijn immers volledig gekoppeld aan de salarissen van ambtenaren en de sociale uitkeringen. Een te sterke loonsverhoging jaagt daarmee de overheid op onverantwoord hoge kosten, stellen de werkgevers.

FNV'er Van der Kolk wijst de bezwaren van VNO-NCW van de hand. “Een lage looneis staat op gespannen voet met het klimaat waaronder de onderhandelingen gevoerd gaan worden.” Van der Kolk doelt daarmee onder meer op de spanningen op de arbeidsmarkt als gevolg van personeelstekorten. Die leiden tot extra beloningen en bonussen voor personeel.

De werkgeversvereniging voor het midden- en kleinbedrijf, het MKB, ziet in de knelpunten op de arbeidsmarkt juist de aangewezen reden om niet centraal een looneis vast te stellen, maar per sector. Volgens hoofd arbeidsvoorwaarden L. Vonk van MKB-Nederland, is “elk loonplafond uit den boze, beloning moet in de flexibele sfeer plaatsvinden”.