'Files een dagelijkse kwelling'

Marcel van Duivenboden (36) is accountmanager bij Fokker Aerostructures in Papendrecht. Verwacht weinig van het beleid dat de files moet bestrijden. “Het is even na vijven en samen met drie collega's kruip ik met mijn auto over de snelweg bij het Rotterdamse Kleinpolderplein, te midden van een zee van andere motorvoertuigen.

Elke werkdag weer is het raak, als we 's middags naar huis gaan vanuit Papendrecht. Steevast belanden we, op weg naar onze woonplaatsen Hoofddorp en Bloemendaal, in de file.

Maar anders dan andere filerijders heb ik de voldoening dat ik het nuttige met het onaangename kan verenigen. Zodra ik de file inrijd, bel ik met m'n zaktelefoon naar het Traffic Information Centre in Utrecht om te zeggen dat ik vast zit, en geef ik het eerste kilometerpaaltje door dat ik zie.

Zodra ik me weer uit de file heb weten los te rukken, bel ik het centre opnieuw, zodat dat andere automobilisten via de radio kan waarschuwen over de lengte van de file en eventueel ook de oorzaak. Via een collega heb ik dit bijbaantje gekregen, waarvoor ik trouwens niet word betaald.

Desondanks blijft de file ook voor ons een dagelijkse kwelling. Het is saai en een groot tijdverlies. Maar wat doe je er aan? Je telefoneert wat, je kletst wat, je luistert naar een muziekje en verder moet je maar lijdzaam wachten.

Ik geloof niet dat minister Netelenbos ons met haar nieuwe begroting uit de file-misère kan verlossen. Met alleen geld en zesbaanswegen los je het probleem niet op. Dat het rekeningrijden de toestand erg zal verbeteren, geloof ik niet. Ik geef toe: een oplossing voor het fileprobleem heb ook ik niet. Had ik die wel, dan was ik financieel binnen.

Zelf verwacht ik meer van de invoering van flexibele werktijden. Bij Fokker Aerostructures is daarmee al een begin gemaakt. 's Ochtends verlaat ik om zes uur mijn huis in Bloemendaal. Na het oppikken van mijn drie collega's arriveren we vijf kwartier later in Papendrecht, waar onze werkgever anderhalf jaar geleden tot ons verdriet vanaf Schiphol naar toe is verhuisd. Door vroeg te vertrekken ontlopen we de files van de ochtendspits. Maar als we om vier uur weer naar huis gaan, duurt de reis bijna twee keer zo lang.

Ook zou ik graag meer faciliteiten zien voor mensen die carpoolen, zoals wij vieren dat doen. In het overgrote deel van de auto's zie je immers maar één persoon zitten. Dat is niet efficiënt.

In het openbaar vervoer, dat het kabinet ook wil stimuleren, heb ik weinig fiducie. We hebben uitgerekend dat we dan nog meer tijd kwijt zijn. Ik zou dan om kwart voor zes weg moeten en nog later op het werk aankomen ook. En het kost ook nog heel wat.''