Economie over hoogtepunt heen

Volgens de meeste rekenmeesters is de Nederlandse economie over het hoogtepunt heen. De vraag is nu alleen nog maar hoe snel de daling zal inzetten en welke gevolgen dat heeft. Grasduinen in de Macro Economische Verkenning (MEV) en de Sociale Nota.

Kooprage in de detailhandel houdt aan! Industrie houdt hoog productieniveau vast! Meer woningen opgeleverd! Meer orders voor industrie! Topjaar voor architecten! Consumentenvertrouwen onveranderd hoog! Forse stijging vervoer per binnenschip! Meer startende bedrijven! Euforie op de beurs duurt voort! Minder mensen afhankelijk van bijstand! Laagste werkloosheid sinds 1981! Aardappel weer op hoge niveau van begin jaren vijftig!

Dit is een willekeurige greep uit de persberichten die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dit jaar heeft verspreid. “Het kan niet op”, zegt de Nederlander dan. “Het kan niet duren”, wordt er meteen aan toegevoegd.

En inderdaad, volgens de meeste rekenmeesters van het land is het economische hoogtepunt voorbij. De vraag is dan ook niet óf al die lijnen die de Nederlandse economie grafisch weergeven, omlaag zullen gaan, maar hoe hard ze naar beneden zullen gaan. En: is dat erg? Daarover bestaat weinig overeenstemming.

Uit de Sociale Nota, die de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid altijd vergezelt, blijkt op geen enkele manier dat de teruglopende economische groei wordt gevreesd. Die groei, uitgedrukt in de verandering van het bruto binnenlands product (bbp), komt volgens de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (CPB) dit jaar nog op vier procent en zal volgend jaar uitkomen op drie procent. En, voegt het CPB er geheel in lijn met de immer met een waarschuwende vinger zwaaiende minister Zalm (Financiën) aan toe, “het is niet onwaarschijnlijk dat in de jaren daarna een verdere vertraging zal volgen”.

Het is per slot niet normaal, een groei van almaar drie procent. Sterker nog: het kabinet mag met zijn plannen voor de komende vier jaar dan wel rekening houden met een groei van 2,25 procent, maar “gelet op de vele onzekerheden in de wereldeconomie, waaronder niet op de laatste plaats de millenium-bug, kan de werkelijkheid nog wel eens somberder uitpakken”.

Sociale Zaken vindt een indicator als het bbp niet bijster interessant, het komt althans nauwelijks voor in de Sociale Nota. In de nota wordt vooral achterom gekeken, terwijl de blik in de toekomst beperkt blijft tot het aankondigen van meer Melkertbanen en andere projecten om zoveel mogelijk mensen aan de slag te krijgen. Daarmee is de Sociale Nota 1999 een kopie van die over 1998, want daarin werden ook de zegeningen van Paars I geteld en werden overigens dezelfde plannen aangekondigd. Mooie plannen waarvoor veel geld wordt uitgetrokken, maar, zoals inmiddels gebruikelijk, zonder meetbare doelstellingen.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de belangrijkste opdracht waar het departement van minister De Vries zich voor gesteld ziet, de reïntegratie van inactieven op de arbeidsmarkt. Mensen die kunnen werken, moeten werken, al is het wegens een handicap maar voor een paar uren per week.

Met economische groei heeft dat niet veel te maken, zo blijkt uit de Sociale Nota. Want als de economie draait als een tierelier, zijn de inactieven hard nodig. En omgekeerd: als die inactieven reïntegreren, wordt de groei niet afgeremd door knelpunten op de arbeidsmarkt.

Die knelpunten, ofwel personeelstekorten, treden vooral op in de door Sociale Zaken gesignaleerde 'knelbelt' - belt bedoeld als gordel, niet als afvalberg.

De knelbelt loopt langs de route van de snelweg A2 - van Amsterdam, via Utrecht en Eindhoven naar Maastricht. Daar doet het tekort aan personeel, ook aan laaggeschoolden, zich het sterkst gevoelen. Volgens minister Jorritsma (Economische Zaken) vormt dit, in combinatie met het nog altijd zeer grote aantal werklozen met een uitkering, “een hardnekkig probleem”, zo schrijft Jorritsma in het voorwoord van de Verkenning.

Zowel volgens de MEV als de Sociale Nota hebben de sociale partners, de werkgevers- en de werknemersorganisaties, de sleutel in handen om dit probleem te beteugelen. Als zij zich het hoofd op hol laten brengen door werknemers die zich bewust zijn van hun onmisbaarheid op enkele plaatsen van de arbeidsmarkt, zullen de loonkosten omhoogvliegen. Dit versnelt de afname van de groei alleen maar, waardoor er van het terugdringen van het aantal uitkeringen weinig terecht zal komen.

Toch zou een fors hogere looneis heel begrijpelijk zijn, zo blijkt uit een onderzoek dat het CBS deze maand presenteerde. Want de lonen zijn thans in reële termen niet hoger dan vier jaar geleden. Aan hun loon hebben Nederlanders dus niet gemerkt dat er de afgelopen jaren sprake is geweest van een zeer sterke groei. En nu daarin het keerpunt is bereikt, zullen vooral werknemers op knellende delen van de arbeidsmarkt eindelijk eens hun deel van de groei willen zien.

Werknemers mogen aan hun loonstrookje niets gemerkt hebben van economische groei, aan de waarde van hun huis des te meer. Veel huizenbezitters hebben volgens het CPB hun hypotheek verhoogd en zijn met die schulden in de aandelen gedoken. Eén op de drie gezinnen heeft aandelen en vooral vorig jaar kon het inkomen nog voor een flink deel worden aangevuld met de opbrengst van beleggingen. Volgend jaar is dat helemaal afgelopen, dan zal een gezin het inkomen uit beleggingswinst zien dalen met bijna acht procent.

Gezinnen hebben zich volgens de cijferaars van het CPB “financieel kwetsbaar” gemaakt door zich massaal in de schulden te steken met hun duurder geworden huizen als onderpand. Er wordt weliswaar nog evenveel gespaard als voorheen, nu staat daar een schuld tegenover die flink groter is dan het inkomen. Dertien jaar geleden hadden gezinnen nog schulden ter hoogte van hooguit zestig procent van hun inkomen. Het particuliere aandelenbezit is sindsdien verviervoudigd.

Het CPB vindt dit zorgelijk, niet alleen omdat men zich zo massaal in de schulden heeft gestoken, maar vooral omdat het vermogen dat tegenover die schulden staat bestaat uit risicovolle aandelen. Daarmee zijn gezinnen uiterst kwestbaar geworden voor de aanstaande afname van de economische groei. Zeker als het CBS eerdaags met een persbericht komt: Prijzen van huizen dalen!