DIE ZEIT

Die Zeit is verkrijgbaar in de kiosk. www.zeit.de

De inwoners van de rijke landen hebben een slecht geweten. Om strijd beweren ze dat er een milieuramp dreigt als ze op dezelfde voet doorgaan, maar tegelijkertijd nemen ze steeds vaker het vliegtuig, gaan ze steeds groter wonen, en gebruiken ze steeds meer energie. Zestig procent van de Duitse bijdrage aan het broeikaseffect komt voor rekening van de particuliere huishoudens, schrijft Die Zeit in een bespreking van een recente VN-studie over het verband tussen economie en milieu.

Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat de wereldconsumptie van goederen en diensten sinds 1950 is verzesvoudigd tot een waarde van 24 biljoen, dus 24.000 miljard, dollar. Maar de zegeningen daarvan zijn voorbijgegaan aan zestig procent van de 4,4 miljard mensen die in de ontwikkelingslanden leven. Een derde deel van hen beschikt niet eens over schoon drinkwater. En de ongelijkheid groeit, want een miljard mensen in zeventig landen moeten het vandaag de dag met minder doen dan 25 jaar geleden. De solidariteit tussen rijken en armen vermindert. De rijken staren angstig naar de dalende beurskoersen en schrikken er niet voor terug om hun belofte te verbre- ken dat ze minstens 0,7 procent van hun Bruto Binnenlands Product zullen besteden aan hulp voor arme landen. De officiële ontwikkelingshulp daalde in 1997 tot een historisch dieptepunt van 0,22 procent van het BNP. Tegelijkertijd geven de inwoners van rijke landen elf miljard dollar uit aan consumptie-ijs, twee miljard dollar meer dan nodig is om alle mensen schoon water en sanitaire voorzieningen te geven.

Het blad geeft nog een aantal van dit soort tegenstrijdigheden en betwijfelt of het geloof van de Verenigde Naties in technologische innovatie veel zoden aan de dijk zet. Want je kunt wel aantonen dat een vat olie vier keer zoveel welvaart kan opleveren als nu het geval is, maar de historische ervaring leert ook dat productiever gebruik van hulpbronnen altijd overgecompenseerd wordt door meer vraag.