De hand van elk staatshoofd is zichtbaar in de stoet

De Gouden Koets, de spil van de stoet op Prinsjesdag, bestaat vandaag honderd jaar. Wie begeleiden de koningin op weg naar de Troonrede?

DEN HAAG, 15 SEPT. De kop van de Prinsjesdagstoet is sinds vandaag voor altijd anders. De Koninklijke Marechaussee voerde vanmiddag voor het eerst het eigen vaandel mee. De bewakers van het Koninklijk Huis kregen daarvoor in maart, toen ze het vierde krijgsmachtdeel zijn geworden, de persoonlijke toestemming van hun beschermvrouwe: Koningin Beatrix. De huidige koningin laat daarmee volgens de traditie van het Koninklijk Huis haar eigen invloed gelden in de samenstelling van haar begeleiders. De 'traditionele' Prinsjesdagstoet is in de loop van de tijd aan zoveel veranderingen onderhevig geweest dat bijna niemand precies meer weet wie de koningin vergezellen op de rit van paleis Noordeinde naar de Ridderzaal. En vooral waarom.

Thijs van Leeuwen, auteur van een boek over Prinsjesdag: “Een heleboel mensen zijn zich totaal niet bewust van de historische gegevens die erin zitten.”

De eerste keer dat de troonrede werd voorgelezen was op 2 mei 1814. Dat deed de toenmalig soeverein vorst Willem I in de Trèveszaal, waar het kabinet nu wekelijks in ministerraad bijeenkomt. Een jaar later, toen Willem I was geproclameerd tot Koning der Nederlanden, las hij de rede op een troon voor in de voormalige vergaderzaal van de Tweede Kamer. Ook in dat jaar werd in een koninklijk besluit vastgelegd hoe 'Groote Ceremoniën' eruit zouden moeten zien. Het besluit is bepalend voor de manier waarop Prinsjesdag vandaag wordt gevierd.

Het koninklijk staldepartement, belast met de voorbereiding en de uitvoering van het vervoer van de leden van het Koninklijk Huis en de hofhouding, houdt tijdens Prinsjesdag in feite open dag. De koninklijke paarden trekken de blinkende gala-rijtuigen door de straten van Den Haag. Voor de koets showen verschillende eenheden van de militaire ereëscortes de gaderobes van voorheen. Dit alles onder leiding van de stalmeester van de koningin, kolonel G.E. Wassenaar, de enige die tijdens de stoet geen vaste plaats heeft. Hij is te herkennen aan een zwarte steek op het hoofd, een rode galajas met goudkleurig borduurwerk van laurierbladen- en takken en een crèmekleurige broek.

De stoet begint met de korpschef van de politie Haaglanden , mr J. Wiarda , maar volgens het officiële protocol begint de koninklijke stoet pas enkele meters na hem met de Koninklijke Marechaussee. Na de marechaussee en de Koninklijke Militaire Kapel loopt het Garderegiment van Grenadiers en Jagers. Koningin Juliana nam na haar inhuldiging in 1948 de grenadiers en jagers als ereëscorte op in de stoet. Hiermee worden ze geëerd omdat ze in de mei-dagen van 1940 de vliegvelden van Ypenburg en Ockenburg op de Duitsers hadden heroverd.

Hoewel de grenadiers vandaag met berenmutsen (nu kunstbont) lopen naar het model van 1829, maken ze net als de jagers nog steeds deel uit van het leger. Ze behoren tot het 11e Infanteriebataljon Luchtmobiel Garde Grenadiers en Jagers.

De grenadiers zijn te herkennen aan het embleem van een springende granaat. Verder zijn ze op Prinsjesdag gekleed in een korte donkerblauwe uniformjas en een nassaublauwe broek. De jagers dragen in de stoet een baret met een pluimpje met imitatie-gemzenhaar, een donkergroen tenue met geelkoperen knopen. Het embleem: een jachthoorn.

Voor de eerste rijtuigen is nog een plek ingeruimd voor het 1e peloton bereden ereëscorte cavalerie. De ruiters zijn in het dagelijks leven onderofficieren, korporaals en huzaren die bij het wapen der cavalerie hebben gediend. Voor Prinsjesdag worden ze voor vijf dagen opgeroepen. Ze dragen een zogenoemde atilla, een korte uniformjas van Hongaarse oorsprong, die sluit volgens een houtje-touwtje-principe. Daarbij dragen de leden van het ereëscorte een zwartleren sabeltas, waarop het embleem te zien is: een zilverkleurige Sint Joris.

De plaats in de stoet van de rijknecht-majoor (in het dagelijks leven chef rijstal) en de twee rijknechten te paard is historisch gezien vreemd. De twee rijknechten hadden oorspronkelijk de taak om de poorten en hekken van kastelen en landhuizen te openen en te sluiten. Ze lopen nu voor het eerste rijtuig, de gala-berline. Daarin zitten luitenant-generaal J.F. Maas, Adjudant-Generaal tevens Chef van het Militaire Huis, mr. G.W. Baron van der Feltz, kamerheer van de koningin en H.G. Beentjes, ceremoniemeester van koningin Beatrix. Het rijtuig wordt getrokken door twee paarden.

Voor de grootmeester en de grootmeesteres is een plaats in het tweede rijtuig, de gala-coupé, gereserveerd. Voorafgaand aan de rijtuigen waarin de leden van het koninklijk huis zitten rijdt een peloton van het Korps Landelijke Politiediensten.

Geheel volgens de tradities rond Prinsjesdag laat het staatshoofd zich vergezellen door andere leden van het Koninklijk Huis. Koning Willem II (1840-1849) ging naar het Binnenhof met zijn broer en zijn drie zonen, de prinsen van Oranje Nassau.

Voorheen werden de koningen in de Glazen Koets gereden. Maar het rijtuig, dat in 1830 na de Belgische Opstand tien jaar lang als betwist goed in Brussel stond, vervangt nu de Gouden Koets tijdens de generale repetitie van Prinsjesdag. Afgelopen zondag reed het voertuig leeg in de stromende regen door Den Haag.

Prinses Margriet, haar man mr. Pieter van Vollenhoven en de prinsen Johan Friso en Constantijn zitten in de zogenoemde gala-glasberline, een model dat lijkt op de Glazen Koets. Ook achter deze koets volgt een ereëscorte van het Korps Landelijke Politiediensten.

De stalmeester is doorgaans voor de Gouden Koets te vinden. Deze koets, gebouwd door de firma Spijker, werd honderd jaar geleden door de stad Amsterdam aan koningin Wilhelmina geschonken toen ze werd ingehuldigd. De koningin, Prins Claus en hun zoon Willem-Alexander worden getrokken door een acht Friese paarden. De paarden, die namen hebben als Sybrand, Wybren en Hessel, dragen groot galatuigage uit 1880.

De Gouden Koets is vervaardigd uit Javaans teakhout dat deels is verguld met bladgoud. Op de zijpanelen van de koets is aan de ene kant de 'Hulde van Nederland' geschilderd en aan de andere kant de 'Hulde der Koloniën'. De beeldengroep op het dak moet de welvaart symboliseren.

De leden van het koninklijk huis zijn op Prinsjesdag gekleed in groot-gala. De escorterende adjudanten van de koningin W.F.A. Baron Roël van Hazerswoude en D. Keuning rijden pal achter de Gouden Koets. De stoet eindigt met het 2e peloton bereden van de officieren ereëscorte cavalerie.

In een kwartier tijd trekken bijna twee eeuwen historie door de stad. Doordat verschillende koningen hun eigen invloeden hebben laten gelden is er van een traditionele stoet nauwelijks sprake meer. Het is een stoet vol monarchale tradities.