Burger moet weer vertrouwen krijgen in politie en justitie

JUSTITIE

B. Korthals (VVD)

Budget: 7,6 miljard

Percentage van de totale begroting: 3,3

Ambtenaren: 28.900 (van wie 15.800 bij de Dienst Justitiële Inrichtingen)

BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

A. Peper (PvdA)

Budget: 7,7 miljard

Percentage van de totale begroting: 3,3

Ambtenaren: 2.200

GROTE STEDEN EN INTEGRATIEBELEID

R. van Boxtel (D66)

Budget voor 1999 vooralsnog onbekend.Beschikt over ambtenaren van Binnenlandse Zaken

ALGEMENE ZAKEN

W. Kok (PvdA)

Budget: 60 miljoen

Percentage van de totale begroting: 0,03

Ambtenaren: 370

“Deze begroting is geen radicale ombuiging”, aldus de kersverse minister van Justitie, Korthals. “Geen grote revolutie”, zegt zijn collega van Binnenlandse Zaken, Peper, over de omstreden overgang van de politie naar zijn departement.

Het gebrek aan verandering lijkt opmerkelijk - beide departementen verschoten afgelopen zomer immers van politieke kleur. De VVD'er Korthals volgde Sorgdrager van D66 op en de PvdA-ideoloog Peper kwam in de plaats van de VVD'er Dijkstal. Maar het gebrek aan verandering komt ook voort uit een ander gebrek: aan tijd. Korthals: “De voorbereiding van deze begroting was bij mijn aantreden al in een vergevorderd stadium.”

Daarbij, zegt hij, was een radicale koerswijziging niet nodig. Korthals hamert vooral op herstel van het vertrouwen van de burger in de rechtsstaat. Hij waarschuwt voor 'overjuridisering'; iedere burger probeert zijn recht te halen en de rechter krijgt daardoor “ieder wissewasje op zijn bord”. Dat kost te veel geld. Bovendien raken de rechtbanken verstopt.

Korthals waarschuwt ook voor de uit Amerika overwaaiende claimcultuur naar de Nederlandse maatschappij waar “samenwerking, overleg en respect voor andermans belangen traditioneel sterke punten zijn”. Tot zover had minister Sorgdrager het in haar begroting vorig jaar ook al opgeschreven.

Zelfs bij typische VVD-onderwerpen, zoals een strenger drugsbeleid, houdt de nieuwe minister van Justitie zich vooralsnog op de vlakte. Een nieuwe drugsnota vindt hij niet nodig. “Met de oude kunnen we best uit de voeten.”

Wel heeft Korthals, in tegenstelling tot zijn voorgangster, extra geld om de rechtspraak te 'moderniseren', oplopend tot een bedrag van 130 miljoen gulden jaarlijks in 2002. Nu werkt de rechterlijke macht volgens de bewindsman te traag en te ingewikkeld. De langzame procedures brengen hoge kosten met zich mee voor bedrijven, overheden en burgers.

Ook op andere manieren wil Korthals het vertrouwen in Justitie terugbrengen, dat de afgelopen jaren door diverse affaires drastisch afkalfde. De nieuwe bewindsman: “Heenzendingen, ontsnappingen; we zullen er niet omheen draaien. De mensen moeten weten dat we het heel erg vinden en dat we er iets aan doen.”

Moeilijkheden wachten de nieuwe minister wel. De (zware) criminaliteit stijgt snel, vooral onder jongeren, en juist de jeugdinrichtingen en tbs-klinieken kampen met lange wachtlijsten. Korthals krijgt een bedrag oplopend tot 170 miljoen gulden in 2002 voor uitbreiding van de cellen, maar moet tegelijk 115 miljoen gulden op het gevangeniswezen bezuinigen. Doelmatigheid verhogen, efficiënter werken, schrijft de begroting voor. “Maar eerlijk gezegd moet ik nog bezien hoe deze bezuiniging tot stand te brengen”, aldus de minister. Versobering van het regime acht hij niet uitgesloten. “Beter twee boeven in één cel, dan één boef op straat, zeg ik maar.”

Evenals minister Korthals laat minister Peper (Binnenlandse Zaken) zich kritisch uit over de trage besluitvorming in Nederland. “Een te lang volgehouden, op totale consensus mikkende besluitvorming past niet bij deze tijd”, constateert hij in zijn begroting. En vervolgens zegt hij: “Tempo kan geen kwaad. Dat klinkt daadkrachtig en zo is het ook bedoeld. Rustig en kalm is niet altijd synoniem voor goed.”

Beide ministers laten zich voorzichtig uit over de overgang van de politie van twee naar één departement, dat van Binnenlandse Zaken. De komende vier jaar moet Peper er 3.000 extra agenten en surveillanten bij krijgen en moet hij daarnaast nog eens 2.000 politiemensen vanachter hun bureau op straat brengen. Daartoe moet de politie efficiënter gaan werken - en dat kan volgens Peper ook. “We moeten niet altijd roepen: meer, meer, meer. We moeten af van die klaagcultuur.”

De gouden handdrukken, die in het vorige kabinet tot veel commotie leidden, moeten onder Paars-II verleden tijd zijn. Topambtenaren komen in vaste dienst bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, en worden vervolgens als een soort interimmanagers ingezet bij andere departementen en overheidsdiensten. Boeken zij onvoldoende resultaten, dan kunnen ze voortijdig worden weggestuurd, zonder een lucratieve afkoopregeling.

Staatssecretaris Cohen (Justitie, PvdA) is de enige bewindsman die wel grote veranderingen in het beleid van zijn voorganger en partijgenoot Schmitz voorspelt. De herziening van de Vreemdelingenwet is volgens hem een “majeure operatie”. Minister Van Boxtel (Grote Steden en Integratiebeleid) volgt, net als Cohen, een partijgenoot op - al was Kohnstamm 'slechts' staatssecretaris. Van Boxtel is ondergebracht bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar is nu vooral bezig zijn status aparte te benadrukken. “Ik heb een omgekeerde LAT-relatie met Binnenlandse Zaken.” Ook Van Boxtel wachten moeilijkheden. Paars II heeft voor de grote steden weliswaar 4,8 miljard gulden (tot 2010) uitgetrokken, maar het overgrote deel van dat geld komt pas na Van Boxtel. Hij krijgt de komende vier jaar 'slechts' 930 miljoen.

Net terug van een bezoek aan Aruba en de Nederlandse Antillen is G. de Vries, staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties. Hij stelt zich ten doel: deugdelijk bestuur, zorgvuldige rechtshandhaving en gezonde financiën op met name de Antillen, inclusief het door het IMF opgelegde sanering. Daar zou De Vries het nog druk mee kunnen krijgen.