Buitenlands beleid met meer wisselende coalities

BUITENLANDSE ZAKEN

J. van Aartsen (VVD)

Budget: 8,7 miljard (waarvan 6,8 miljard voor Ontwikkelingssamenwerking)

Percentage van de totale begroting: 3,8

Ambtenaren: 3.700

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

E. Herfkens (PvdA)

Budget: 6,8 miljard

Beschikt over ambtenaren van Buitenlandse Zaken

DEFENSIE

F. de Grave (VVD)Budget: 13,8 miljard

Percentage van de totale begroting: 6

Aantal militairen: 55.200

Aantal burgers: 17.900

“Gedreven door idealisme maar gestuurd door realisme”, met een open oog voor het Nederlandse belang en met “een buitenlands beleid van ons allemaal”, zo wil minister J. van Aartsen (Buitenlandse Zaken) de komende jaren werken. Daarbij zal hij zonodig “wisselende internationale coalities” zoeken en de “onmisbare” band tussen Europa, Nederland en de VS versterken.

Minder dan zijn voorganger, H. van Mierlo, wil Van Aartsen Nederland opsluiten in vaste coalitiepatronen met buurlanden, of zich strikt oriënteren op de Benelux of de as Bonn-Parijs. Hij hoopt in wisselende coalities soms meer voor het Nederlandse belang te kunnen doen. Een goede band met de VS is niet alleen nodig, omdat de Europese Unie daar niet buiten kan, bijvoorbeeld om Amerikaanse steun op de Balkan te verzekeren, maar ook omdat het dan af en toe mogelijk is met Washington van mening te verschillen zonder dat dat veel kwaad bloed zet.

Van Aartsen wil Nederland in de wereld niet laten behandelen als “klein land”, hij wil benadrukken dat Nederland als internationale investeerder, als contribuant van geld en militaire middelen aan de Verenigde Naties en andere internationale organisaties “zich niet in de hoek hoeft te laten zetten”.

Met minister E. Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) heeft Van Aartsen voor de komende jaren afgesproken dat Buitenlandse Zaken “met één mond” zal spreken. Dat doen zij later deze maand ook in de jaarlijkse vergadering van de Verenigde Naties, als zij pleiten voor de Nederlandse kandidatuur voor een (roulerende) zetel in de Veiligheidsraad in 1999 en 2000. De VN zullen daarover in oktober stemmen. In de toelichting op hun begroting onderstrepen Van Aartsen en Herfkens de Nederlandse kwaliteit voor zo'n zetel. Daar beginnen ze mee. Zo wijzen ze erop dat Nederland het enige land is dat in zijn grondwet “de bevordering van de internationale rechtsorde” heeft opgenomen en “zich van oudsher kenmerkt door een actieve internationale instelling”.

Van Aartsen kondigt aan dat zijn departement meer aandacht zal geven aan het lot van Nederlandse gedetineerden in buitenlandse gevangenissen. Over de vaak gekritiseerde ambtsberichten van zijn ministerie, die gaan over de vraag of afgewezen asielzoekers zonder gevaar naar hun land van herkomst kunnen worden teruggestuurd, zei hij: “Die moeten beter worden en sneller beschikbaar zijn.”

Minister Herfkens wil er niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten naar streven dat de regering met “meer coördinatie en coherentie” optreedt. Zij kritiseert bijvoorbeeld dat collega-vakministers soms in internationale organisaties verschillende standpunten namens Den Haag innemen.

Herfkens wil voorts geld vrijmaken om bij de Wereldhandelsconferentie (WTO) in Genève een internationale rechtswinkel op te richten voor arme landen, die er bij het touwtrekken van de grote, geïndustrialiseerde landen vaak niet aan te pas komen.

Nu de in 1992 beëindigde ontwikkelingsrelatie met Indonesië is hersteld, zal Nederland voor 136 miljoen gulden meedoen aan het saneren van de Indonesische schulden. Deze kwijtschelding wordt als zuivere hulp aangemerkt en drukt op de begrotingen voor 1998 en 1999. Later moet beslist worden welke hulp verder nog wordt geboden.

Voor Suriname zijn voor de komende jaren geen nieuwe hulpbedragen opgevoerd. Den Haag wil wachten tot de verkoelde verhoudingen zodanig zijn hersteld dat over de besteding van nieuwe hulp kan worden overlegd. Van Aartsen is niet van plan Suriname de komende jaren “in het centrum van het buitenlands beleid te laten staan”. “We moeten in Nederland van de Suriname-hectiek af”, vindt de minister.

Herfkens gaat het aantal landen en thema's waarvoor hulp wordt uitgetrokken beperken en ze gaat meer doen aan coördinatie en concentratie binnen het totaalpakket. Desgevraagd zei zij “nog niet precies te weten” om hoeveel landen en thema's het gaat. De schatting van haar ambtenaren, 63 landen, lijkt haar te laag. Een andere weg dan haar voorganger en partijgenoot J. Pronk wil zij ook inslaan voor zover hulpverlening vaker via internationale organisaties, en minder langs bilaterale kanalen, moet gaan verlopen. Armoedebestrijding dient voorop te staan, en daarbij denkt zij niet aan landen die ook zelf kunnen lenen op de internationale kapitaalmarkt, zoals China.

Schending van mensenrechten en slecht bestuur en corruptie wil Herfkens vaker bestraffen door hulp op te schorten of te beeindigen. Zij maakt zich zorgen over de druk op haar budget (0,8 procent van het bruto binnenlands product) die de komende jaren zou kunnen ontstaan, bijvoorbeeld doordat de economische groei beneden de geraamde twee procent blijft, en het bbp lager uitvalt.

Ze houdt ook rekening met een groter aantal asielzoekers met een A-status dan is aangenomen. Ze betwijfelt of de jaarlijkse reservering in haar budget voor de opvang van zulke (politieke) vluchtelingen (vier keer 244 miljoen) voldoende zal zijn.

Minister F. de Grave (Defensie) belooft de Tweede Kamer dat hij “uiterlijk begin volgend jaar” schriftelijk zal laten weten hoe en waar hij de hem opgedragen bezuinigingen van jaarlijks 375 miljoen wil aanbrengen. In 2000 zal hij dan, mede aan de hand van reacties van NAVO-partners en het parlement, de definitieve Defensienota uitbrengen.

Sinds in 1993 de Prioriteitennota uitkwam, is het personeelsbestand van Defensie met 25.000 ingekrompen en is een miljard minder uitgegeven dan was geraamd. Daardoor zal de geplande verdere beperking met nog eens drieduizend mensen moeilijk worden, ook omdat de beperking van de centrale organisatie op het ministerie met 25 procent nog niet afgerond is, waarschuwt De Grave.