Berouw

linton is voorlopig nog niet klaar met zijn excuustournee. Van zijn pr-adviseurs moet hij ermee doorgaan, de media verlangen niet anders en ook zijn aanhangers willen almaar nieuwe spijtbetuigingen horen. Een groot deel van de Amerikanen kan er niet genoeg van krijgen, al vindt een wellicht nog groter deel het weerzinwekkend om er nog meer over te moeten horen.

Clinton zelf ziet de redelijkheid van voortgaande verontschuldigingen blijkbaar wel in, want de publieke spijtbetuigingen over zijn relatie met de stagiaire Monica Lewinsky, die hij sinds zijn reis naar Moskou bijna dagelijks heeft gemaakt, vormen een oplopende reeks, waarin de woorden spijt en berouw steeds meer nadruk hebben gekregen.

De opmerkelijkste in zijn soort was de kanseltoespraak die hij afgelopen vrijdag hield in een verkapte kerkdienst met godsdienstige leiders in het Witte Huis. Op niet-Amerikaanse televisiekijkers maakt zo'n publieke bekentenis van zonden licht de indruk van een theaterstuk, maar daarmee wordt de gebeurtenis maar half recht gedaan. De vorm mag wat ongebruikelijk zijn, de inhoud is door en door protestants. De baptist Clinton beleed vrijdag in het Witte Huis temidden van zijn kerkelijke ontbijtgasten zijn zonden zoals de protestanten dat sinds de Reformatie al 380 jaar doen. Clinton legde het er misschien wat al te dik op, maar wat hij zei moet in elk geval het protestantse Zuiden waar hij vandaan komt, tevreden hebben gesteld.

Het schuldbesef stond zo scherp op zijn gezicht te lezen dat de ongebruikelijke leesbril op de punt van zijn neus nauwelijks opviel. Het deemoedig gebogen hoofd en een af en toe door emoties gesmoorde stem voegden misschien niet onbedoeld een dramatisch effect aan de gebeurtenis toe, maar de boetvaardige woorden logen er niet om. Eerst spijt. Toen nog meer spijt. En na nóg meer spijt: berouw. Het berouw ging gepaard met een 'gebroken geest', de oude bijbelse erkenning uit de mond van iemand die weet dat hij iets grondig verknold heeft. De Amerikaanse president verootmoedigde zich als David die zijn zonden belijdt tegenover de profeet Nathan (2 Sam. 12). Zijn woorden werden af en toe begeleid door instemmend gemompel uit de zaal en later bezegeld door de ietwat stramme omhelzingen, beter bekend als bear-hugs.

Clintons spreekvaardigheid is zo groot (en zijn retorische techniek zo verfijnd) dat men het hem blijkbaar gemakkelijk vergeeft dat hij de dingen weleens twee keer zegt. De dominees onder zijn gehoor vielen er niet over. Naar hun reacties te oordelen waren ze zo onder de indruk van zijn goede voornemens dat de vrome en gekuiste Clinton weer nieuwe bondgenoten lijkt te hebben gevonden. Als de in het Witte Huis aanwezige protestantse voorgangers uit het Zuiden maatgevend zijn (sommigen vielen hem na zijn toespraak snikkend om de hals), hoeft Clinton daar nog maar één zo'n toespraak te houden om van de vergevensgezindheid van dat deel van de VS verzekerd te zijn.

Bij oprecht berouw wordt de belijdenis van zonden in de protestantse traditie beloond met vergeving van zonden. De mens beslist daar niet alleen over, maar als hij flink zijn best doet en zich maar klein genoeg maakt, komt het meestal wel goed. De nieuwe tucht die Clinton zichzelf heeft opgelegd komt neer op volharden in het gebed en niet bang zijn tegenover God en je medemens je gezicht te verliezen. Dat laatste devies, dat Clinton in een joods gebedenboek had gevonden, droeg hij zo mooi en gevoelvol voor dat zijn eigen ogen ervan volschoten. Zijn overwegend protestantse gehoor raakte er zo door geroerd dat het blijkbaar niemand opviel dat een belangrijk deel van zijn toespraak bestond uit wijsheden die aan dat joodse boek waren ontleend.

Misschien kan het Amerikaanse Congres uit datzelfde boek straks de wijsheid putten om uit te maken wat het begrip seksuele relaties behelst. Als het Congres besluit een impeachment-procedure aanhangig te maken, komt het op de Senaat aan dat begrip te definiëren en vast te stellen of die in overeenstemming is met de juridische definitie die Clinton in zijn verhoor voor de Grand Jury gegeven heeft. Als dat aanzienlijkste orgaan van het Congres zich voor de gelegenheid omvormt tot Gerechtshof (Court of Impeachment) voor de berechting van de president van de Verenigde Staten oefent het een uitzonderlijke rechtsmacht uit waar niemand ervaring mee heeft. Ook al wordt dat Hof tijdens de terechtzitting van de president voorgezeten door de hoogste rechterlijke functionaris van Amerika, de president van het (federale) hooggerechtshof, het is, op die ene rechter na, een uit politici bestaand rechtscollege dat zich door politieke overwegingen zal laten leiden. Dat is een groter voordeel voor de belaagde president dan voor de aanklager die op zijn val uit is. Maar als het ooit zover komt, zal er voor niemand meer een voordeel te behalen zijn, niet voor Clinton, niet voor Starr, niet voor een politieke meerderheid en niet voor de Verenigde Staten.

Slechts één maatschappelijk belang zou met een berechting van de Amerikaanse president door de Amerikaanse Senaat gediend zijn: het staatkundig onderwijs. De staatkundige meningsvorming zou in één dramatische inhaalslag inzicht worden verschaft in de constitutioneel ingewikkelde en ondoorzichtige verhoudingen die samenhangen met het principe van machtenscheiding tussen het Amerikaanse Congres en het Amerikaanse presidentschap. In dat constitutionele systeem van gescheiden machten is geen beginsel van ministeriële verantwoordelijkheid werkzaam en heeft het parlement (Congres) geen regulier machtsmiddel om de regering het vertrouwen op te zeggen. Noch de president noch zijn ministers leggen verantwoording af tegenover het Congres voor hun beleid. De enige manier om een president in zijn ambtsperiode ten val te brengen, is hem met het wapen van impeachment af te zetten. Maar het Congres kan zich ook dan niet zeker wanen van de overwinning. Voor het wegstemmen van de president schrijft de grondwet een tweederde meerderheid van de leden van de Senaat voor. Meestal beschikt een gedagvaarde president nog wel over zoveel vrienden dat zijn vijanden de vereiste hoeveelheid stemmen niet bij elkaar kunnen schrapen.