Ambities ....

STABILITEIT EN WEERBAARHEID zijn de kernwoorden in de Troonrede die koningin Beatrix vanmiddag uitsprak. Daarmee heeft het tweede paarse kabinet zes weken na zijn aantreden toch iets van een eigen identiteit gekregen. Een motto kan het nauwelijks worden genoemd, daarvoor zijn de woorden stabiliteit en weerbaarheid te veel containerbegrippen. Maar juist daarom zijn ze wel zo veelzeggend voor het tweede paarse kabinet. Beide woorden stralen het gevoel van yin en yang uit dat al eerder doorklonk in de regeringsverklaring die premier Kok drie weken geleden aflegde. Het één kan niet zonder het ander. Economie én milieu. Overheid én maatschappelijke groeperingen. Gemeenschapszin én persoonlijke verantwoordelijkheid. Paars wordt steeds meer het politieke equivalent van de slogan van Studio Sport: van iedereen, voor iedereen.

Een dergelijke instelling verdraagt geen spectaculaire beleidsdaden. Die zijn vandaag dan ook niet aangekondigd. Nederland, belooft het kabinet, zal de komende vier jaar degelijk worden bestuurd. De sprankelingen zullen zo nu en dan worden veroorzaakt door het optreden van individuele ministers. Wie zo nadrukkelijk het midden aanhoudt, roept al gauw het predikaat saai en visieloos over zich af. Maar wat is de roep om visie en elan in een tijdperk van ontideologisering anders dan een uiting van nostalgisch verlangen?

Deze tijd vraagt om resultaat waarop - om in het jargon te blijven - de verantwoordelijken kunnen worden afgerekend. Wat dat betreft bevestigen de begrotingstukken die vandaag zijn gepresenteerd de over het algemeen bevredigende resultaten van het eerste paarse kabinet en geven ze aan dat Paars II op het goede spoor zit. De komende vier jaar staan opnieuw in het teken van lastenverlichting, tekortreductie en werkgelegenheidsgroei. Daarnaast is er na jaren soberheid sprake van substantiële uitbreidingen aan de uitgavenkant van de rijksbegroting. Er is ruimte voor investeringen. Onderwijs, infrastructuur, milieu en veiligheid zijn tot 2002 groeiposten.

HET KABINET MOET de voorgenomen doelstellingen voor het komend jaar wel zien te realiseren, temeer omdat voor 1999 veel meer wordt ingezet op hogere uitgaven dan op ombuigingen. Het zal de nodige energie vergen de aangekondigde bezuinigingen in concrete maatregelen om te zetten. Zo is het maar de vraag of een doelmatiger werkende overheid volgend jaar reeds 399 miljoen gulden zal opleveren. De mededeling in de Miljoenennota dat deze besparingen deels voortkomen uit “een verdergaande implementatie van het resultaatgerichte sturingsmodel” voorspelt weinig goeds. Rijkelijk optimistisch is ook de aanname dat volgend jaar reeds 569 miljoen gulden kan worden bespaard op de afdrachten aan de Europese Unie. Een onderhandelingsinzet waarover in de Miljoenennota wordt gesproken is nu eenmaal heel iets anders dan een onderhandelingsresultaat dat met de andere EU-partners moet worden bereikt.