Zwitserse viering 1848 ingetogen

Afgelopen zaterdag vierden de Zwitsers dat het land 150 jaar geleden een bondsstaat werd met een vooruitstrevende grondwet. De regering zou de viering willen aangrijpen om de Zwitsers voor te bereiden op toetreding tot de Europese Unie.

ROTTERDAM, 14 SEPT. Toen een paar jaar geleden de voorbereidingen voor de herdenking van de gebeurtenissen uit 1848 in Zwitserland begonnen, zag de wereld er nog rooskleurig uit. De economie bloeide, Zwitserland werd alom geroemd om zijn degelijkheid, zijn politieke zuiverheid en zijn onafhankelijke internationale koers. Bovendien stond de herziening van de grondwet, een mooi staaltje van Zwitserse precisie waartoe in 1987 was besloten, voor de deur. Alleen al het besluit om die grondwet te herschrijven, was een bewijs van de Zwitserse deugden. In welk ander land zouden politici het nodig hebben geacht om een adequate grondwet nog eens netjes op een rijtje te zetten, hier en daar een formulering wat bij te punten en de taal enigszins te moderniseren?

Maar uitgerekend in het jaar dat Zwitserland de 150ste verjaardag van die grondwet viert, een van de opmerkelijkste uit zijn tijd, ligt het land zwaar onder vuur. Zwitserland is tegenwoordig synoniem met nazi-goud en heulen met de vijand. Wat tot voor kort degelijkheid heette is volgens velen eerder starheid. Zuiverheid wordt uitgelegd als muggenzifterij, en onafhankelijkheid lijkt op een eigengereidheid die wordt gevoed door een overdreven gevoel van superioriteit.

Vandaar dat David Streiff, als directeur-generaal van het ministerie van Cultuur en verantwoordelijk voor veel van de nationale manifestaties ter gelegenheid van de herdenking, 1998 beschouwt als “een jaar van bezinning”. Niet dat hij daarover erg bedroefd is, volgens Streiff is het juist zinvol als de Zwitsers zich dit jaar met het verleden auseinandersetzen, erover nadenken. Streiff wil de fouten die zijn gemaakt onder ogen zien en ervan leren, zodat ook degenen die nu - terecht of niet - kritiek op het land hebben “zich er weer thuis kunnen voelen en kunnen ontplooien”.

Zo heeft hij van de nood een deugd gemaakt. Hij vindt dat de kansen voor een geslaagde herbezinning juist door alles wat er aan het licht is gekomen over de Zwitserse houding tijdens de Tweede Wereldoorlog - onmiskenbaar het resultaat van een rigide uitleg van de neutraliteit - groter zijn dan ooit. “We moeten niet idealiseren en we moeten fouten uit het verleden niet onder de tafel proberen te schuiven.” Maar, voegt Streiff eraan toe, we hoeven ons niet te schamen voor de verdiensten.

En verdiensten zijn er zeker. In 1848 formuleerden de Zwitsers een grondwet die tot de modernste van zijn tijd moet worden gerekend. Van een statenbond, een schijnbaar toevallige verzameling kantons die als los zand aan elkaar hingen, veranderde het land in een bondsstaat. En terwijl de revolutionaire vlam van 1848 in de landen om Zwitserland heen - in Oostenrijk, Frankrijk en Duitsland - al snel doofde, laaide die in Zwitserland juist steeds hoger op.

Het land verkeerde in 1848 in een roes. In een korte, hevige burgeroorlog, een strijd tussen (katholieke) conservatieve en (protestantse) liberale kantons, werden in 1847 de conservatieven verslagen. De zogeheten Sonderbund waarin de kantons Luzern, Uri, Schwyz, Unterwalden, Zug, Freiburg en Wallis zich hadden verenigd, werd ontbonden en er werd een formule gezocht om de samenhang tussen alle kantons te versterken, zonder dat aan hun invloed werd getornd. In de nieuwe volksvertegenwoordiging namen zowel landelijke als kantonale politici zitting, vergelijkbaar met Senaat en Congres in Amerika. Met een verschil: de Nationalrat en de Ständerat zijn volledig gelijkwaardig. Trots waren de Zwitsers, zeker achteraf, op het feit dat ze de conservatieve kantons, die schoorvoetend met de nieuwe constitutie akkoord gingen, niet hadden gestraft voor hun recalcitrantie.

Het fundament voor deze grondwet, dat nodig was om 22 eigenzinnige kantons, met vier verschillende talen en hun eigen tradities, bijeen te houden, was eigenlijk al 50 jaar eerder gelegd. Op 1 maart 1798 liet de Franse generaal Brune een proclamatie verspreiden, handig gebruikmakend van een oude mythe: “Wilhelm Tell staat op uit zijn graf en roept jullie toe: Zonen van Zwisterland, werp je ketenen af!” De Franse revolutionairen stichtten de Helvetische republiek en maakten daarmee een einde aan de heerschappij van de oude Eidgenossenschaft van dertien steden, die het platteland als hun eigendom beschouwden.

Reden genoeg dus om dit jaar in Zwitserland een dubbelfeestje te vieren: de 150ste verjaardag van de grondwet en de 200ste verjaardag van de Helvetische Republiek.

Toch viel het voorstel van de regering om van 1998 een dubbeljubileum te maken niet in goed aarde. Het werd door het parlement afgewezen. Veel parlementariërs vonden de gebeurtenissen van 1798 niet iets om trots op terug te kijken. Als we dan toch herdenken, zei Carlo Schmid, politicus van de nationalistische CVP, waarom dan niet de Vrede van Münster in 1648, toen de onafhankelijkheid van Zwitserland internationaal erkend werd? Schmid geeft zelf het antwoord: omdat het niet past in de politiek van de huidige regering om het moment te vieren waarop het land zich een eigen plaats verwierf in Europa. Veel interessanter voor de huidige regering is de herdenking van 1798, toen Zwitserland kennelijk niet in staat was zijn eigen boontjes te doppen en er hulp van buitenaf nodig was. “Als Zwitserland niet uit zichzelf bereid is tot integratie, dan verdient het land het om door 'revolutionaire, vooruitstrevende krachten' te worden overdonderd.” Dat is volgens Schmid het signaal dat de regering wilde geven. Een duidelijk bewijs, vindt hij, dat de regering bezig is de Zwitsers voor te bereiden op toetreding tot de Europese Unie.

Sociaal-democraat Silva Semadeni zou 1798 graag hebben herdacht. Al was het om moed te putten uit de wetenschap dat de Zwitsers ook toen nog een paar decennia nodig hadden voordat ze hun geruzie te boven kwamen en eindelijk zo verstandig waren de ideeën van de Helvetische republiek in hun eigen grondwet te integreren. Zo zal, volgens Semadeni, het verstand het ooit winnen van “irrationele en reactionaire krachten” en zullen de Zwitsers inzien dat ze een onlosmakelijk deel vormen van Europa, zoals dat vorm krijgt in de Europese Unie.