Wordt Anderlecht nog wel een madame?

Komt Anderlecht nog terug aan de top? Zaterdag won de Brusselse club voor het eerst, met 3-0 van Germinal Ekeren. “Het is maar even en dan is Anderlecht weer een serieuze madame”, zegt Raymond Goethals. “Als ze maar willen.”

EKEREN, 14 SEPT. Royal Sporting Club Anderlecht is geen club om van te houden. De zelfgenoegzaamheid druipt er altijd vanaf. Ze is nooit echt geweest, ze flaneerde door de dorpen van Vlaanderen en Wallonië en over de boulevards van Europa als een chique madame, maar was slechts de overspelige vrouw van een herenboer die de beste koeien bij keuterboeren wegkocht. De club maakte goede sier met het talent van andere clubs en liet ze zich slechts leiden door een nimmer aflatende zucht naar macht en rijkdom.

Dat Anderlecht aanhangers heeft en altijd voetballers en sponsoren bereid heeft gevonden naar Brussel te trekken, moet te maken hebben gehad met de menselijke neiging deel uit te willen maken van bolwerken van macht en glorie. Anderlecht is altijd zijn tijd ver vooruit geweest. Lang voordat Manchester United, AC Milan, Barcelona en Ajax hoereerden met het kapitalisme, was Anderlecht al bezig zich te verrijken ten koste van de kleine clubs. Nu het kapitaal aan Anderlecht voorbij gaat, dreigen de Brusselaars als verongelijkte pooiers in de goot te vallen.

Het Constant Vanden Stock-stadion is slechts een paleis met koepels en pilaren van bladgoud. Wie Anderlecht bezoekt, waant zich in de hemel. Wie bij Anderlecht een business-seat heeft, voelt zich boven alles en iedereen verheven. Wie bij Anderlecht voetbalt, meent dat hij uitverkoren is. Vroeger speelden er nog echte vedetten als Rensenbrink, Van Himst, Lozano en Coeck. Nu spelen er slechts pseudovedetten uit Nederland, Rusland, Noorwegen en België. En zijn er nog oudjes als Scifo en Zetterberg.

Hoe leuk is in vergelijking met de hoofdstedelijke paleis dan het Veltwijckpark van Germinal Ekeren. De paar duizend toeschouwers die het stadionnetje aan de rand van Antwerpen kan bevatten, zitten zo dicht op het veld dat ze elke zucht van de spelers kunnen horen. Het grote, maar ploeterende Anderlecht won er zaterdag met 3-0 en verliet daardoor de laatste plaats van de eerste klasse. Het ontzag van het ploegje uit het voorstadje van Antwerpen voor de hoofdstedelijke ploeg was nog even groot als vroeger. Wanneer paarswit op bezoek komt, graaft nog elke thuisclub zich in. Ze zouden niet durven Anderlecht aan te vallen.

Raymond Goethals was niet getuige van de eerste overwinning van Anderlecht in deze competitie. “Ik kan er niet altijd bij zijn. Mijn leven wil nog iets anders met me. Maar het is goed nieuws dat Anderlecht weer heeft gewonnen”, zegt de ex-trainer van Anderlecht een dag later. “Het is maar even en dan is Anderlecht weer een serieuze madame. Als de spelers maar willen. Alle paniek in de pers en bij de supporters is normaal, maar zo is dat in het leven. Ik ken Arie Haan, de trainer, hij was een goede speler bij mij, bij Anderlecht en Standard. Het komt goed met hem. Jonge, nieuwe spelers, blessures, da's niet makkelijk.”

Vorige week woensdag was Goethals er wel getuige van hoe Anderlecht thuis verloor van Club Brugge. “Het is vlak bij mij thuis. Dan ga ik het zien. En ik heb het gezien. Goede ploeg, Anderlecht, maar te weinig spelers die de baas willen zijn. Zetterberg is een harde werker, maar zonder Scifo is het toch minder. Als ik het u mag zeggen: Het is wel meer met Anderlecht verkeerd gegaan. En toen is de club ook weer gaan leven. Maar het is waar als u zegt dat de toekomst er slecht uit ziet. De besten van Belgen gaan naar buitenland. Manchester en Milaan kopen wat ze willen, Anderlecht niet meer. Spelers die een contract hebben, kunnen weg. Als het ze niet bevalt, gaan ze weg. Het Bosman-arrest. Anderlecht kan ze niet tegenhouden. Het zijn slechterikken, voetballers. Ze voetballen niet, ze kunnen niet, ze willen niet, alleen geld willen ze.”

In 1976 kwam Goethals als trainer bij Anderlecht. Een jaar eerder had Anderlecht de Europese beker voor bekerwinnaars gewonnen, in de finale van West Ham United. “In datzelfde jaar was Anderlecht ook slecht aan de competitie begonnen. Net als nu van Ekeren won Anderlecht pas de zesde wedstrijd. Weet u met welke spelers? Ruiter, Broos, Van Binst, Thissen, Swat Vanderelst, Haan, voilà, Coeck, Dockx, Ressel en Rensenbrink. Een goeie ploeg. En toch zo slecht beginnen. Dat kan weleens gebeuren in de voetbal.”

Maar nu is het anders. “Voilà, het is anders. Geen jeugd meer in België, geen jeugd meer bij Anderlecht. Geld slecht uitgegeven. Misschien is de jeugd niet meer voor Anderlecht. Misschien is de jeugd niet meer voor voetbal. In België zijn geen voorbeelden meer. Ik zie een jongetje lopen met Scifo op zijn trui. Maar Scifo is bijna gedaan. Nu is er niemand in België.”

Graeme Rutjes speelde tussen 1990 en 1996 voor Anderlecht, hij werd een paar keer kampioen maar zag de resultaten allengs minder worden. “Eerst met twaalf punten voorsprong kampioen worden, toen met twee, toen tweede worden en zo werd het steeds minder. De club stond stil, er is niet ingegrepen. De club werd arrogant, de spelers werden arrogant. Ach, we worden toch kampioen en we verdienen toch geld genoeg”, weet de Nederlander. Een half jaar deed hij nog de merchandising bij Anderlecht. Maar na een meningsverschil stapte hij op. “Alles bleef geregeld volgens de traditie van de familie Vanden Stock. Ik kwam met een grote sponsor, Nike, maar de familieclan hield vast aan zijn eigen koers. Zo was het goed gegaan, zo moest het blijven.”

Rutjes, eigenaar van een exploitatiemaatschappij, komt nooit meer op Anderlecht. “Anderlecht is Anderlecht niet meer. Vroeger speelden er jongens die uit de jeugd kwamen. Nu is er alleen Baseggio, verder niets. Tweede keus, de besten gaan naar het buitenland. Dat valt moeilijk te keren.”

In Ekeren staat na afloop Frankie Vercauteren te glunderen. Hij begon als jeugdvoetballer bij Anderlecht, was een vedette en is sinds kort met Jean Dockx (ook oud-speler) assistent-trainer van Haan. Voor Vercauteren is er nooit reden voor paniek geweest. “Ik Haan opvolgen? Er is geen aanleiding geweest om Haan te ontslaan. Ja, het bestuur vindt altijd een reden als het wil. Ik weet het. Maar voor mij is Anderlecht nog altijd een ploeg die kampioen kan spelen. Het is minder geworden. Maar dat geldt voor alle ploegen in België. Misschien is het de jeugdopleiding of het geld dat tekort schiet. Ik weet het niet. Maar Anderlecht blijft echt bestaan, ook als een grote club.”

Ook Haan glundert. Hij is weer Arie Bombarie. “Moet ik zo meteen voor de camera?”, roept hij naar een tv-verslaggever. “Ik kom eraan!” De lucht is geklaard. “Nadat we met vorige week met 6-0 hadden verloren, heb ik de luiken van mijn huis dicht gedaan. Nu kan ik weer overal een biertje drinken. Ach, zo gaat dat”, relativeert hij. Haan houdt van Anderlecht. Een club die geen aandacht krijgt, is niets voor Haan. Met een chique madame aan zijn arm gaat hij graag door het land. Ook al is ze oud en draagt ze valse wimpers.