Tweede zwarte doos Swissair 'in goede staat'

MONTREAL, 14 SEPT. De 'zwarte doos' met gesprekken in de cockpit van het Swissair-vliegtuig dat twaalf dagen geleden voor de Canadese oostkust in zee stortte, bevat waardevolle informatie voor het onderzoek naar de oorzaak van de ramp. Dat heeft de Verkeersveiligheidsdienst in de Canadese hoofdstad Ottawa meegedeeld.

De cockpit voice recorder, die vrijdagavond door duikers van de Canadese marine werd geborgen, was ondanks de krachtige schok van het ongeluk en negen dagen onder water “in zeer goede staat”, zei John Maxwell, hoofd luchtvaart van de dienst. Hij bevat dertig minuten aan stemmen en andere geluiden. “De geluidskwaliteit is goed en er is een grote hoeveelheid informatie,” aldus Maxwell. “Dit is een belangrijke vondst.”

Alle 229 passagiers en bemanningsleden van vlucht 111 kwamen om toen het toestel op 2 september door nog onbekende oorzaak voor de kust van de Canadese deelstaat Nova Scotia neerstortte. Het was op weg van New York naar Genève, maar wilde een noodlanding maken in Halifax nadat het melding had gemaakt van rook in de cockpit. Tien minuten later verloor de luchtverkeersleiding contact met de piloot. Zes minuten daarop verdween het toestel van de radar.

Maxwell kon nog niet zeggen of cockpitgeluiden uit de laatste zes minuten van de vlucht zijn vastgelegd. Op de andere 'zwarte doos', een digitale recorder met vluchtgegevens die begin vorige week werd geborgen, ontbreekt informatie uit die periode, vermoedelijk wegens stroomuitval aan boord. Beide recorders krijgen elektriciteit van dezelfde bron. Volgens Maxwell zijn opnamen uit de slotfase echter niet onontbeerlijk om de oorzaak van het ongeluk te bepalen. “De problemen waar de bemanning mee te maken kreeg, waren al lang aan de gang voordat de laatste zes minuten aanbraken,” zei hij.

De opnamen uit de cockpit moeten het onderzoeksteam inzicht verschaffen in de problemen die piloot en co-piloot ondervonden en hoe ze erop reageerden. Ook kan de recorder geluiden hebben vastgelegd die op specifieke problemen wijzen, en zou kunnen blijken of de passagiers instructies kregen, bijvoorbeeld om zuurstofmaskers of reddingsvesten aan te doen. Materiaal uit de cockpit dat is geborgen heeft inmiddels tekenen opgeleverd van extreme hitte in de laatste fasen van de vlucht. Metalen onderdelen zijn vervormd, en op de stoelzitting van een van de piloten is gesmolten materiaal gevonden dat van de panelen erboven is gedropen. Mogelijk werd de positie van de bemanning, die zuurstofmaskers had opgezet na het eerste noodsignaal, in de slotfase van de vlucht ondraaglijk, of raakten de piloten door rook en hitte bedwelmd.

Het onderzoek naar de bron van de rook heeft zich toegespitst op het elektriciteitssysteem van het toestel, een MD-11 van vliegtuigbouwer McDonnell Douglas. Met name het isolatiemateriaal van de elektrische bedrading aan boord wordt als verdachte factor beschouwd. Het materiaal, bekend als Kapton, wordt door de Amerikaanse marine geweerd wegens brandbaarheid, gevaar tot vonken en kortsluiting. “We zullen bundels bedrading nauw bestuderen wanneer ze worden opgehaald,” aldus Maxwell.

Tot nog toe is slechts twee procent van het vliegtuig geborgen, kleine wrakstukken die zijn blijven drijven of zijn aangespoeld.