Toneelstuk met filmische kwaliteiten in leeg pakhuis

Voorstelling: Westkaai van Bernard-Marie Koltès door Fact. Vertaling: Frans van Woerden; regie: Ola Mafaalani; decor: André Joosten; muziek: Jan Kooper; spel: Marcus Azzini, Arthur Boni, Malou Gorter, Helen Juurlink, e.a. Gezien: 11/9 pakhuis St. Job II op de Müllerpier Rotterdam. Aldaar t/m 20/9. Reserveren: (010) 411 8110.

Bernard-Marie Koltès (1949-1989) was niet een toneelschrijver die zijn stukken van een duidelijke plot voorzag. De intrige is minimaal, de handeling is vaak obscuur en zijn personages blijven ongrijpbaar ofschoon ze vaak minuten achtereen aan het woord zijn - maar hun monologen zijn grillig en vol omtrekkende bewegingen die niet veel concreets opleveren. Een Koltès-voorstelling navertellen is dan ook lastig; het gaat dan al gauw over de sfeer: in Koltès' wereld is het altijd donker en desolaat, grimmig en grauw.

Zo ook in Westkaai, een stuk dat in 1985 voor het eerst bij het Publiekstheater in Amsterdam in première ging en zich afspeelt in een verwaarloosd havengebied waar enkele outcasts van de maatschappij als kleine criminelen moeten zien te overleven. Dit is de zelfkant van de samenleving, slechts door een rivier gescheiden van de kapitalistische wereld.

Ola Mafaalani, die het stuk in het kader van de September Festivalmaand in Rotterdam nu regisseert bij Fact, vond de perfecte locatie in een van de leegstaande pakhuizen op de Müllerpier: een Rotterdamse kade die oogt als een onherbergzaam niemandsland waar het leven ophoudt. Wie in de schemerachtige loods een van de willekeurig neergeplante stoelen heeft uitgezocht en een blik naar buiten werpt ziet achter de opengeschoven deuren echter het andere gezicht van de stad. Aan de overkant van het water doemt de Euromast op, de lichtreclame van Shell steekt af tegen de donkere achtergrond, lichtjes twinkelen, boten varen voorbij.

Het is niet moeilijk voor te stellen dat Koch daar ergens vandaan komt. Hij is een rijke zakenman die op een dag met zijn secretaresse het getto van de kadebewoners binnendringt met het verzoek hem te vermoorden. Men weigert aanvankelijk, maar tenslotte is het Abad, een grote verschijning met vleugels als van een doodsengel, die hem met een kalashnikov neerschiet. In de tussenliggende twee uur (Ola Mafaalani heeft de tekst flink ingekort) zijn het vooral de overige vijf figuren uit het stuk die voor onze neus opduiken en weer even plotseling verdwijnen in hun schimmige universum waar ze elkaar tussen de betonnen pilaren achterna zitten en hun eindeloze onderhandelingen voortzetten.

De acteurs, die dankzij microfoons goed te verstaan zijn, spelen met theatraliteit. Het zijn stuk voor stuk mooie types die in de omgeving passen.

Westkaai van Mafaalani is een voorstelling met filmische kwaliteiten en geënsceneerd met veel gevoel voor dramatiek, niet in de laatste plaats dankzij de muziek van Jan Kooper. Geluid speelt een belangrijke rol, het komt overal vandaan zoals de soms opduikende echo en benadrukt de sinistere sfeer in de spaarzaam verlichte loods.

Sterk is dat Mafaalani niet alleen de loods tot in alle uithoeken benut, maar bovendien de buitenwereld in haar voorstelling betrekt. De personages lopen in en uit en door de open deuren zien we hoe de avond valt. Voor de laatste scène moeten we zelfs de kade op die glimt van de regen. Mafaalani toont zich een geëngageerde theatermaakster die op zoek is naar de menselijke drijfveren in een egoïstische wereld. Daarbij trekt ze je het universum van Koltès binnen en laat zien dat daar veel meer valt te beleven dan je op grond van de tekst denkt.