Swell: zo somber mogelijk

Concert: Swell. Gehoord: 12/9 Melkweg, Amsterdam.

Met een beetje goede wil zou de rockgroep Swell uit San Francisco beschouwd kunnen worden als een nazaat van de psychedelische traditie van stadgenoten als The Grateful Dead en Jefferson Airplane. De naïeve sixties zijn echter lang voorbij en de hippiedroom van vrije liefde en ongedwongen verruiming van de geest heeft bij Swell een grimmiger gedaante aangenomen. LSD werd heroïne en de muziek ademt wanhoop en verveling. Niet voor niets wordt de groep van zanger/gitarist David Freel en bassist Monte Vallier beschouwd als 'godfathers van de lo-fi', want het lijkt of deze underachievers er alles aan doen om hun muziek zo somber en onaantrekklijk mogelijk te maken.

Het cynisme droop er van af, zoals Freel zijn optreden zaterdag begon met de opmerking 'wij hopen dat jullie evenveel plezier aan onze muziek beleven als wij hebben om die te maken.' Op de vijf cd's die tot nu van hen verschenen, heeft de donkere en omfloerste muziek een mysterieuze aantrekkingskracht.

De titel van de nieuwste cd For All The Beautiful People moet met een flinke korrel zout worden genomen, want Swell trok een overwegend in stemmige grijstinten gehuld publiek dat de muziek in volstrekte vreugdeloosheid over zich heen liet komen. Op het podium keerde Freels verlepte 'junkie chique' zich tegen hem, want hij heeft het charisma noch de muzikale verbeeldingskracht om dat gekwelde, Kurt Cobain-achtige imago te rechtvaardigen.

Kinda Stoned heette het lamlendige openingsnummer dat alle kanten op leek te zwabberen, zodanig dat Vallier zich lacherig verontschuldigde voor 'de vreemdste versie die we ooit van dit nummer gespeeld hebben.' De twee nieuwe (huur)muzikanten op drums en sologitaar trokken de zaak weer aardig strak, maar veel nummers riepen de vraag op of de songschrijvers simpelweg de refreinen vergeten waren, of dat het de bedoeling was om Freels akoestische gitaar en zijn onverstaanbaar gemurmel minutenlang door te laten modderen.

Swells repertoire hinkte op verschillende gedachten, want na al het sombermansgeneuzel was er plotsklaps een quasi-zonnig lied over 'good day sunshine'. Zouden ze diep in hun hart misschien toch liever opgeruimde en toegankelijke popmuziek maken? Ik denk het niet, want Swell wentelt zich nadrukkelijk in een aura van onbegrepen undergroundfiguren. 'De b-film onder de rockgroepen', zoals ze het zelf formuleren.