Susan Graham is de superster in Der Rosenkavalier

Concert: Der Rosenkavalier van R. Strauss door het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart. Gehoord: 12/9 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending: 26/9 19 uur Radio 4.

143 hoge G's, ruim vijftig keer de iets hogere As en twee dozijn hoge A's heeft de bezoeker van de eerste Matinee op de Vrije Zaterdag van dit seizoen moeten missen. In plaats van de vele hoge noten van Tannhäuser werden het de markante lage C's van Baron Ochs auf Lerchenau. Het Radio Filharmonisch Orkest speelde onder leiding van chefdirigent Edo de Waart niet zoals gepland Wagners Tannhäuser, maar Der Rosenkavalier van Richard Strauss.

Nadat tenor Peter Seiffert en vervolgens zijn vervanger Frederic West hadden laten weten de titelrol in Tannhäuser niet te zullen zingen werd gekozen voor Der Rosenkavalier, waarin een groot aantal van de gecontracteerde solisten toch kon zingen.

De sopraan Linda Watson kreeg de partij van de Feldmarschalin en de bas Franz Hawlata zong de potsierlijke Baron Ochs, een rol die hij eerder dit jaar bij De Waart zong in de Parijse Opéra de Bastille. Ook Susan Graham zong daar in Parijs de rol van Octavian, de jonge amant van de Marschalin die uiteindelijk kiest voor Sophie, een meisje van zijn eigen leeftijd. Zo waren de belangrijkste van de zes hoofd- en veertien bijrollen vocaal goed bezet en kon bovendien een visueel aantrekkelijke uitvoering worden gepresenteerd. Omdat Hawlata en Graham niet afhankelijk waren van bladmuziek bood de Matinee een levendig theatraal schouwspel rond en op het podium van het Concertgebouw met een zilveren roos als enig rekwisiet.

Met Der Rosenkavalier (1910) maakte Richard Strauss, na zijn avantgardistische muziekdrama's Salome en Elektra, een op Mozartiaanse leest geschoeide opera die zich afspeelt in de betere kringen van het achttiende-eeuwse Wenen. Met de vele driekwartsmaten stak hij de gelijknamige walskoningen Johann I en Johann II succesvol naar de kroon. Toch is deze opera met kleurrijke duetten, luisterrijke terzetten en een uiterst geraffineerde orkestratie allerminst zoetgevooisd.

Edo de Waart tekende voor een uitvoering met enkele kleine coupures die het orkestraal raffinement van een scherpe tekening voorzag, helder en doorzichtig,al liet hij in de forte-passages iets te veel orkestraal geweld toe. Dramatisch heeft zijn Rosenkavalier veel vaart. De Waart is dan ook zeer vertrouwd met het werk. Van de opvoeringen die hij al in 1976 dirigeerde bij de Nederlandse Operastichting in het Holland Festival bestaat een gezaghebbende plaatopname met een sterrencast, onder wie Frederica von Stade als Octavian en Jules Bastin als de baron.

Ook Franz Hawlata was een uitermate bedreven Baron Ochs die zijn rol humoristisch en bedreven neerzette. Zijn soms ultralage noten wist hij weliswaar niet alle optimaal te kleuren, maar hij perste ze er wel prominent uit. Linda Watson was als de Feldmarschalin die Octavian laat gaan het personage dat de handeling van de opera grotendeels stuurt, een rol die zij zowel dramatisch als muzikaal uitstekend gestalte gaf. Sophie, die het huwelijksaanzoek van de baron afwijst en kiest voor Octavian, werd geloofwaardig vertolkt door de lichte sopraan Eva Lind. Al in haar eerste duet met Graham bleek haar stem harmonischer te verstrengelen met die van Graham, dan de welluidende duetten die Graham met Watson zong: alsof daarin het vervolg van de opera al muziekpsychologisch lag besloten.

Maar het was Graham die de voorstelling maakte, weergaloos in haar vertolking van de dubbelrol Octavian/Mariandl, het dienstmeisje waarvoor Octavian zich soms uitgeeft. Als Mariandl intoneerde zij in Nein, nein! I trink' kein Wein opzettelijk een tikkeltje te laag, als Octavian buitelde zij atletisch, verleidelijk en spontaan door haar partij. Graham is groots.