PvdA-Kamerlid Oudkerk: Artsgeheim mag niet altijd prevaleren

DEN HAAG, 14 SEPT. Het medisch beroepsgeheim moet kunnen worden opgeheven als het algemeen belang dit eist. Het Tweede-Kamerlid Oudkerk (PvdA) wil dat artsen samen met rechters nagaan in welke gevallen uitzondering op het beroepsgeheim mogelijk zou moeten zijn.

De landelijke artsenorganisatie KNMG wijst algemene uitzonderingsregels van de hand. De KNMG vindt dat de arts zelf een afweging moet kunnen blijven maken tussen zijn 'plicht om te zwijgen' en de 'plicht om schade te voorkomen'.

Oudkerk zei gisteren in het radioprogramma Met het oog op morgen dat artsen in bepaalde gevallen het algemeen belang moeten laten voorgaan op het medisch beroepsgeheim. Hij deed de uitspraak nadat eerder op de dag bekend werd dat in het Rotterdamse Zuiderziekenhuis chirurgen tijdens een operatie 31 bolletjes met 300 gram cocaïne in de darmen van een patiënt aantroffen. Woensdag meldde het Dijkzigtziekenhuis in Rotterdam dat chirurgen in de maag van een patiënt 52 capsules met 415 gram cocaïne hadden gevonden.

Niet bekend

Oudkerk vindt dat ze dit in bepaalde gevallen wel moeten doen. Hij noemde als voorbeeld onder meer een seropositieve hiv-patiënt waarvan de arts weet dat deze nog steeds uitgebreid seksuele contacten onderhoudt.

Volgens de KNMG is het medisch geheim een recht van de patiënt. Als een arts het beroepsgeheim in een aantal algemeen geformuleerde gevallen zou mogen schenden vreest de artsenorganisatie dat sommige patiënten geen hulp meer bij hem gaan zoeken. Juist doordat er een beroepsgeheim is kunnen artsen alle patiënten behandelen.