Primakov

BORIS JELTSIN IS door de knieën. En niet zo'n beetje ook. Voor de Doema, de vermaledijde volksvertegenwoordiging die hij jarenlang amper zag staan, heeft hij een politieke buiging gemaakt waarvan de gevolgen zich nog slechts laten raden. Personificatie hiervan is Jevgeni Primakov, sinds vrijdagmiddag premier van Rusland.

Getuige de gekwetste toespraak van Viktor Tsjernomyrdin, die de communisten vorige week beschuldigde van een 'sluipende staatsgreep', heeft het Kremlin lang gedacht dat het de Doema voor de zoveelste maal zou kunnen schofferen. Omdat het parlement dit keer voet bij stuk leek te houden en niet omkoopbaar leek, moest de president eieren voor zijn geld kiezen. Niet voor niets regent het sindsdien ontslagen in zijn entourage. De houding van Jeltsin heeft zelfs iets weg van de positie waarin sovjetleider Gorbatsjov zich in 1990/91 manoeuvreerde.

Alleen al daarom is de benoeming van Primakov een gunstig teken. Na drie weken chaos heeft Rusland tenminste weer een regering. Maar is daarmee ook de weg naar economisch herstel en politieke stabiliteit ingeslagen? Als het om de positie van Rusland in de wereld gaat vermoedelijk wel. De nieuwe premier is een realistische machtspoliticus die de afgelopen drie jaar als minister van Buitenlandse Zaken duidelijk heeft weten te maken dat postsocialistisch Rusland niet aan de leiband van het Westen loopt. Dat is lastig maar uiteindelijk wel helder. IN EIGEN LAND biedt de keuze voor Primakov veel minder duidelijke perspectieven. Hij is tot nu toe vooral een 'inlichtingenman' geweest. Als bestuurder uit de tradities van de KGB heeft hij nooit blijk gegeven van veel politiek-economische belangstelling. Deze lacunes - in combinatie met het feit dat zijn achterban wordt gedomineerd door de nationaal-communisten die hem vrijdag in de Doema te paard hebben getild - kunnen tot een repressiever beleid in Rusland zelf leiden. De benoemingen van Joeri Masljoekov (de laatste directeur van het Staatsplanbureau van de Sovjet-Unie) tot eerste vice-premier en van Viktor Gerasjtsjenko (bankpresident tijdens de hyperinflatie in 1992/93) tot de nieuwe centrale bankier zijn een indicatie dat Primakov heeft gekozen voor een economisch beleid dat alleen met protectionisme en nationalisatie van strategische ondernemingen betaald kan worden. De terugkeer van de zittende ministers van Defensie, Binnenlandse Zaken en 'Noodtoestand' wijst op een toenemend belang van de zogeheten 'machtsministeries'.

Het is welhaast een wetmatigheid: de aangekondigde economische regulering van staatswege zal onvermijdelijk gepaard gaan met maatschappelijke regulering. Als Primakov inderdaad zijn hoop daarop heeft gevestigd, wordt het veel sneller spannend dan hij nu wellicht denkt. Binnen een paar maanden zal hij namelijk al zijn eerste meesterproeven moeten afleggen. Er moet weer massaal graan geïmporteerd worden, nu de oogst een ongekend dieptepunt heeft bereikt. En er moeten komend kwartaal schulden afbetaald worden, zowel door de staat als door de commerciële banken. Geld voor beide is er niet.

Twee grote vragen dienen zich daarom nu al aan. Ten eerste: wat gaan de zogeheten 'oligarchen' doen? Hun financieel-industriële conglomeraten worden door een bankroet bedreigd, hun eigen bankrekeningen bevinden zich in het veilige Zwitserland. Worden ze onder druk der omstandigheden patriottisch of kiezen ze voor zichzelf? En ten tweede: hoe gaan de regionale leiders zich opstellen? Zij hebben zo hun eigen financiële problemen maar soms ook hun eigen bodemschatten. Van oudsher hebben ze geen vertrouwen in het centrum te Moskou. Opdrachten uit het Kremlin accepteren ze nu dus niet meer. En als ze een goede band hebben met de regionale militairen van leger en politietroepen kunnen ze die lange neus daadwerkelijk trekken.

HET WESTEN KAN ondertussen niet veel doen. Het kan slechts in financiële zin de duimschroeven wat aangedraaid houden: dus niet meteen over de brug komen met krediet. En het kan zich in ideologische zin wat koest houden: niet onmiddellijk bij elke stap van Primakov roepen dat de communisten weer aan de macht zijn, zelfs als dat waar is. Toegegeven, het is een magere bijdrage. Maar na zeven jaar 'hervormingsbeleid' moet Rusland eerst met zichzelf in het reine zien te komen. Dat alleen is al bijna een onmogelijke opgave.