President van Algerije treedt onverwachts af

President Lamine Zeroual van Algerije heeft vrijdagavond onverwacht zijn aftreden aangekondigd. In het belang van de democratie, suggereerde hij, maar mogelijk ook op aandringen van generaals achter de coulissen.

AMSTERDAM, 14 SEPT. “Waar is de rechtsstaat die ons beschermt tegen cosmetische staatsgrepen of hofintriges?”, schreef zaterdag de Algerijnse krant Le Matin. Die vraag stelden velen zich na de tv-toespraak van president Liamine Zeroual op vrijdagavond, waarin hij aankondigde dat er vóór eind februari presidentsverkiezingen worden gehouden, en dat hij zich niet opnieuw kandidaat zal stellen. De president treedt met andere woorden vervroegd af, lang voor het verstrijken van zijn ambtstermijn in november 2000.

Het leek verdacht veel op het historische tv-optreden van president Chadli Benjedid op 11 januari 1992. Deze maakte zijn onmiddellijke aftreden bekend, zonder erbij te zeggen dat hij daartoe gedwongen was door zijn medegeneraals. Zij vonden dat zijn flirt met het FIS, het uiterst radicale Islamitische Reddingsfront, het land naar de rand van de afgrond had gebracht. Er was slechts één verschil met zes jaar geleden: ditmaal had vrijwel niemand het aftreden van de president verwacht.

Natuurlijk wist iedereen dat de verdeeldheid binnen Le Pouvoir, de militaire machthebbers achter de schermen, groter was dan ooit. De kranten hadden sinds juni ongehoord scherpe kritiek geuit op de twee belangrijkste getrouwen van de president. Zijn oude vriend en naaste adviseur generaal Mohammed Betchine, voormalig chef van de militaire inlichtingendienst, werd openlijk beticht van machtsmisbruik en grootscheepse zakkenvullerij. En de sociaal-economische politiek van premier Ahmed Ouyahia werd door vrijwel iedereen veroordeeld. Hoofdredacteuren kunnen in het permanente schemerduister van de Algerijnse politiek zulke beschuldigingen alleen onder bescherming van belangrijke generaals publiceren.

Ook was het niemand ontgaan dat de president al sinds maanden in een slechte conditie was. In maart werd hij in Zwitserland geopereerd wegens problemen met de bloedvaten. In kleine kring wist men dat hij slechts een paar uur per dag werkte en zich slecht kon concentreren.

Maar zoals in Algerije gebruikelijk, zei de president in zijn rede niets over zijn gezondheid. Evenmin legde hij uit waarom hij aftrad. Hij was niet opnieuw kandidaat voor het presidentschap “om het principe van de machtswisseling te concretiseren”. Hij prees uitvoerig zijn staat van dienst. Voordat hij als president aantrad, was het land bijna het slachtoffer van “een pseudo-democratie” en “een georganiseerde anarchie”. Maar na de structurele hervormingen van de afgelopen vijf jaar en de strijd tegen het terrorisme was het land een nieuw tijdperk binnengetreden “van democratie en versterking van de rechtsstaat”. In dat kader waren vervroegde presidentsverkiezingen nodig.

Al die mooie woorden ten spijt zijn ingewijden ervan overtuigd dat Zerouals beslissing in feite werd afgedwongen. Volgens de krant Liberté, die warme relaties onderhoudt met de chef-staf, generaal Mohammed Lamari, nam Zeroual woensdag zijn besluit tijdens een bijeenkomst van “de militaire hiërarchie en de verantwoordelijken in het parlement”. Weliswaar werd hij in november 1995 in redelijk eerlijke verkiezingen door een grote meerderheid tot president gekozen, maar precies zoals zijn voorganger Chadli Benjedid werd hij nooit de Machtigste Man van Algerije.

Le Pouvoir handelt nog steeds als een collectief. Maar dan wel een collectief met onderhuidse spanningen, die zo nu en dan aan de oppervlakte komen. Voortdurend strijden éradicateurs (zij die de radicaal-islamitische groeperingen met wortel en tak willen uitroeien) en dialogistes (zij die een modus vivendi met de fundamentalistische islam nastreven) over de politieke koers die de overheid moet voeren. Wie op de presidentiële stoel zit, is tot grotere compromissen bereid. Hij weet dat de samenleving in meerderheid conservatief is en dus veel meer verwacht van de islam dan van de wereldlijke heersers.

Daarom bood president Zeroual de fundamentalistische MSP (Mouvement de la Société pour la Paix, het vroegere Hamas) een aantal ministersposten aan. Hij sloot via generaal Betchine een bestand met het AIS, de gewapende arm van het FIS, om gezamenlijk de islamitische ultra's van de GIA te bestrijden. En hij vaardigde de wet op de Arabisering uit om de 'gematigde' én de 'radicale' moslimgroepen tevreden te stellen, alsmede hen die het Arabische nationalisme zijn toegedaan.

Tegelijkertijd liet hij toe dat zijn collega-generaals en hun cliëntèle zich op grote schaal illegaal verrijkten, hoewel hij in november 1995 tijdens zijn verkiezingscampagne had vastgesteld dat “de corruptie een misdaad is tegen het nationale bezit van ons land”. Zij konden nóg gemakkelijker dan vroeger uit de staatskas graaien, toen het land als modelleerling van het IMF zich bevrijdde van de loden last van de bevelseconomie en de economie ging privatiseren. Maar die privatisering voltrok zich vrijwel uitsluitend in de import- en dienstensector. En wel zo dat de staatsmonopolies werden vervangen door privé-monopolies, die in handen kwamen van Le Pouvoir.

Officieel zijn er op een bevolking van 30 miljoen zielen 2,1 miljoen werklozen, in werkelijkheid meer dan drie miljoen - meer dan eenderde van de actieve bevolking. Het land verpaupert in snel tempo: de scholen en de gezondheidszorg hollen achteruit, de kindersterfte neemt alarmerend toe.

Tot overmaat van ramp zakten dit jaar de prijzen voor olie en gas (de enige belangrijke exportinkomsten van Algerije) met 30 procent. Daardoor werd de nationale koek een stuk kleiner, wat de spanningen binnen Le Pouvoir nog verder opdreef.

Al een paar weken geleden deden geruchten de ronde dat de crisis binnen Le Pouvoir zulke afmetingen had aangenomen, dat president Zeroual zijn ontslag had aangeboden. Pas na aandringen van premier Ouyahia zou hij zijn ontslag hebben ingetrokken. Nu hij daarop is teruggekomen, is de grote vraag wat er gaat gebeuren.

Ongetwijfeld wordt de nieuwe president opnieuw een generaal, al dan niet in ruste. Als er inderdaad vrije verkiezingen komen, is Betchine op dit moment de best geplaatste generaal. Want hij controleert in feite twee politieke partijen: de vroegere eenheidspartij FLN en de vorig jaar gecreëerde partij RND (Rassemblement National Démocratique), die ten behoeve van de president werd opgericht en dus ruimschoots de parlementsverkiezingen won. Volgens de wet moet een presidentskandidaat 75.000 handtekeningen van kiesgerechtigden verzamelen of 600 handtekeningen van plaatselijk gekozen magistraten in meer dan de helft van de provincies. Dat geeft Betchine een voorsprong, omdat FLN en RND over de organisatie beschikken om al die handtekeningen vlot binnen te krijgen.

Voor de meeste Algerijnen maakt het niets uit wie de volgende president wordt. De mensen zijn a-politiek geworden, murw geslagen door het geweld en de sociaal-economische misère. Maar als te veel collega's van Betchine hem niet zien zitten, zal een toegespitste machtsstrijd binnen Le Pouvoir Algerije in nóg grotere ellende storten.