Niet echt klassiek, niet echt pop, niet echt folk, niet echt jazz, maar wel dat alles en nog meer; Vier vrije muzikale anarchisten uit België

De Belgische groep Die Anarchistische Abendunterhaltung, die bijna alles met alles combineert, ontdekt nu ook reggae, flamenco en dance.

We Need New Animals. Sony Classical SK 60674. Tournee: 29/9 Oosterpoort Groningen, in oktober o.m. Eindhoven, Utrecht, Nijmegen, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag.

AMSTERDAM, 14 SEPT. De eerste kennismaking met het Belgische viertal Die Anarchistische Abendunterhaltung was een grote verrassing: vier jongens - violist, klarinettist, cellist en accordeonist - die muziek speelden die moeilijk te benoemen was: niet echt klassiek, niet echt pop, niet echt folk, niet echt jazz, maar wel met elementen van elk, en van nog veel meer stijlen. Onstuimige, trieste, meeslepende, onvoorspelbare muziek.

Onlangs verscheen hun tweede cd We Need New Animals, onder de ingekorte naam DAAU (gemakkelijker dan Die Anarchistische Abendunterhaltung), waarop de diversiteit nog groter is dan voorheen, met hoorbare invloeden van reggae, flamenco en dance-muziek. Binnenkort maakt de groep een korte tournee langs Nederlandse schouwburgen.

DAAU begon in 1992, als een groepje van vier vrienden die elk in meerdere of mindere mate klassiek waren geschoold - twee van hen zaten op het conservatorium - maar iets anders wilden dan klassieke muziek spelen. Cellist Simon Lenski: “We gebruiken de kennis die we hebben geleerd van het spelen van klassieke muziek. Maar we besloten op een gegeven moment dat we liever de muziek wilden maken die we zelf echt heel goed vinden, welke richting dat ook uit gaat.”

In het begin speelden ze op trouwpartijen, in café's en op straat, na een paar jaar meer en meer in zalen. Met opvallende optredens op het Crossing Border-festival en in het voorprogramma van de Belgische popgroepen dEUS en Moondog Jr. trok de groep veel aandacht; de in 1996 in eigen beheer uitgebrachte titelloze debuut-cd verkocht goed. Er was veel interesse van platenmaatschappijen; de groep koos voor Sony Classical. Klarinettist Han Stubbe: “Veel mensen denken: die zitten bij een grote platenmaatschappij, ze zijn nu slaafjes van dat bedrijf. Maar er is juist weinig bemoeienis van Sony - we hebben zelf bij alles het laatste woord, en hebben volledige muzikale vrijheid.”

Het eerste album bevatte de stukken die de groep in die tijd live speelde, maar was een onbevredigende afspiegeling van de optredens, die opwindend waren door de zichtbare interactie tussen de muzikanten onderling en tussen groep en publiek. “Die plaat was opgenomen in twee dagen, met heel weinig geld”, zegt Stubbe. “Het was voor het eerst dat we een studio van binnen zagen.”

Na een paar drukke jaren, waarin de Anarchisten ondermeer een theatertournee van 52 concerten door België deden, trokken ze zich vorig jaar terug om aan het tweede album te werken. Het maken van nieuwe nummers was niet zo gemakkelijk, zegt Simon Lenski. “Op de eerste plaat stonden nummers die waren gegroeid in een jarenlange evolutie. Nu begonnen we met niets.”

“Het was moeilijk om met zijn vieren op dezelfde golflengte te zitten”, zegt Han Stubbe. “Alle muziek komt tot stand met ons allemaal erbij, er is geen songwriter die vantevoren nummers schrijft.” Lenski: “Dan krijg je situaties dat de ideeën twee verschillende richtingen uitgaan. Maar op zich is dat wel goed voor de muziek. Het duurt alleen langer voor de nummers vorm krijgen - de ideeën waar we mee aankomen veranderen gaandeweg nog heel erg.”

De basis van het album vormde een optreden in een Spaanse kerk. De opnamen daarvan werden door de groep en hun producer Phil Evans bewerkt en aangevuld met nieuwe partijen, zoals drums. Stubbe: “We hebben de nummers opgenomen zoals we toen dachten dat ze het beste waren - we wilden dat ze kort en duidelijk waren, zo kernachtig mogelijk. Maar het zijn niet de finale versies, want nu we ze live spelen veranderen ze constant. Er is bij de optredens ruimte voor improvisatie, waardoor zelfs de structuren van de nummers nog kunnen veranderen.”

De muzikale verscheidenheid van de nieuwe cd is verrassend. De dan weer uiterst ingetogen, dan weer wild tekeergaande klanken - met de warme accordeon, de zware cello, de zwierige klarinet en de soms vrolijke, soms schrijnend trieste viool - blijken met van alles te combineren: reggae-ritmes, flamenco-gitaar of een subtiele dance-beat bijvoorbeeld. Op twee nummers begeleiden ze gastzangeressen An Pierlé en Angélique Willkie (voormalig lid van Zap Mama).

“De smaak van ieder van ons is heel gevarieerd”, zegt Stubbe. “Goede flamenco kan mij dezelfde energiestoot geven als een goed hiphop-nummer of een gaaf klassiek werk. Ik kan die kicks in alle muziekstijlen vinden. Soms is er iets dat we allemaal heel goed vinden - drie jaar geleden waren we allemaal grote Doors-fans bijvoorbeeld. De laatste tijd is het meer dance en reggae geworden waar we alle vier naar luisteren.”

Het contract met Sony betekende dat er meer geld beschikbaar was voor het maken van het album, waardoor ook technicus Michael Brook, die eerder werkte met mensen als Nusrat Fateh Ali Khan, Brian Eno en Khaled, kon worden ingehuurd. Het album wordt in veel landen uitgebracht. Volgens Han Stubbe reiken de carrière-ambities van de groep niet veel verder dan de huidge situatie is. “Het is tof als we in andere landen kunnen spelen, en er mensen komen kijken bij de optredens. Dat we er zelf plezier in hebben en een goede respons krijgen, meer hoeven wij niet. En een beetje geld om te kunnen leven.”

De manier waarop Stubbe van het muziek maken geniet is door de jaren heen veranderd: “Vroeger was het vooral het plezier van lekker wij tegen de rest van de wereld. Nu heb ik veel meer lol in het spelen zelf. Ik denk dat ik muzikaal aan het vooruitgaan ben, er telkens nieuwe dingen bij leer. Het wordt hoe langer hoe plezanter.”