Museum van Loon als kunstdecor

Tentoonstelling: Roommates. Met Julia Scher, Liza May Post, Viktor & Rolf, Aernout Mik, Lily van der Stokker, Paul de Reus, Karen Kilimnik, Lothar Hempel, Miltos Manetas, Jim Isermann, Vanessa Beecroft, Barbara Visser. T/m 4 oktober in Museum van Loon, Keizersgracht 672, Amsterdam. Geopend: Ma t/m do: 11-17.00 u.

“Philippa, Phi-lip-pa!” Philippa van Loon glijdt van de trapleuning en verstopt zich voor het onophoudelijke roepen van haar naam. In het rijk gedecoreerde, 18e eeuwse woonhuis glipt ze van het ene naar het andere vertrek. Deurtje open, deurtje dicht.

In de videofilm Philippa (1998) maakt Barbara Visser gebruik van de techniek van het 'Theater van de Lach', waarbij de kracht van het binnenvallen en weer wegvluchten van de personages is gelegen in de timing. Maar doordat de snelheid waarin dit doorgaans gebeurt in Vissers film is gehalveerd, werkt het eerder dramatisch dan op de lachspieren.

Het deftige huis waar de videofilm is opgenomen, is tegelijk de locatie waar hij wordt afgespeeld. Roommates heet de tentoonstelling in het Amsterdamse grachtenpand dat midden jaren zeventig tot Museum van Loon werd omgedoopt. Behalve Visser doen er twaalf andere kunstenaars mee, onder wie Paul de Reus, Vanessa Beecroft en Aernout Mik. De verhalen van Philippa van Loon, het jongste lid van de familie, over het leven in een aristocratisch gezin vormen niet alleen het uitgangpunt voor Visser, maar ook voor de tentoonstellingmakers Corinne Groot en Rob van de Ven (Zapp Productions).

De interieurs van de tuinkamer, keuken, salons en slaapkamers zijn druk, maar geheel in stijl. Het is onvoorstelbaar dat je als kind in deze beschaafde omgeving ergens aan mag komen, laat staan ravotten. Familieportetten, Perzische tapijten, gestucte plafonds en wild gebloemde behangsels eisen alle aandacht op.

Bijdragen aan Roommates zoals het geblokte, kubus-vormige 'zitkussen' van Jim Isermann of het fotowerk Trying van Liza May Post onderscheiden zich voornamelijk, doordat ze de harmonie binnenshuis uit evenwicht brengen. Maar vervolgens dwaalt je blik af naar al die 18e-eeuwse pracht en praal. In deze bonte, afleidende omgeving werken de theatralere kunstwerken beter, dat wil zeggen: kunstwerken die de vertrekken bijna als functioneel decor gebruiken. Maar dan niet op de flauwe manier waarmee Karen Kilimnik onder de vlag van piraten de Geschilderde Kamer 'entert' met zeeroversattributen, een schatkist met parels en een visnet met schelpen. Wel zoals It happened in this room (1998) van de mode-ontwerpers Viktor & Rolf, die in de Kleine Slaapkamer suspense weten te creëren: een witte droomjurk is achteloos op bed neergesmeten, de lakens liggen rommelig opengeslagen en een porseleinen ketting ligt kapot op de vloer. De gordijnen zijn dicht, het is donker. Boven het bed hangt een geschilderd portret van Ans Marcus, en in de hoek ligt een verkreukelde modefoto. Het feit dat beide afgebeelde modellen dezelfde jurk en ketting dragen moet iets te betekenen hebben. Van wie is deze kamer? Heeft de één de ander uit jaloezie wat aangedaan?

Ook Miltos Manetas gebruikt in het werk Whoops (1996) het interieur van de Grote Slaapkamer overtuigend als decor. Twee Apple powerbooks liggen elk op een kussen van twee naast elkaar staande bedden in Directoire-stijl. Met stereotiepe monotone robotstemmen communiceren ze door het uitspreken van het woordje: 'whoops'. Op een schildersezel ernaast staat het olieverfschilderij PowerBookscreen (1997), alsof het een portret van één van de beeldschermen in bed betreft. Een vergelijking met het grote ook in deze slaapkamer hangende portret van Thora van Loon-Egidius, een van de laatste bewoners van dit huis, dringt zich op.

In Museum van Loon kun je niet om de stoffige familiegeschiedenis heen. Zonder de werken zoals van Visser, Viktor & Rolf en Manetas die daarop reageren, zou 'Roommates' hooguit een aanleiding zijn om het interieurmuseum aan de Keizersgracht (weer eens) te bezoeken.